Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 38ab

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2018.
  1. De rechter als bedoeld in artikel 38aa, eerste lid, kan de tenuitvoerlegging van de opgelegde maatregel gelasten:

    1. indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de rechter een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, kan opleggen, of

    2. indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is.

  2. De rechter kan bij de last als bedoeld in het eerste lid één of meer van de volgende gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende voorwaarden opnemen:

    1. een verbod op het gebruik van verdovende middelen of alcohol en de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;

    2. opneming van de veroordeelde in een zorginstelling;

    3. een verplichting zich onder behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling;

    4. het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;

    5. het deelnemen aan een gedragsinterventie;

    6. een verbod vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten;

    7. andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende;

    8. een verbod zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden;

    9. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;

    10. een verplichting op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn;

    11. een verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie;

    12. een beperking van het recht om Nederland te verlaten;

    13. een verbod zich te vestigen in een bepaald gebied;

    14. de plicht te verhuizen uit een bepaald gebied.

  3. Aan de voorwaarden als bedoeld in het tweede lid kan elektronisch toezicht worden verbonden.

  4. De rechter als bedoeld in artikel 38aa, eerste lid, kan de tenuitvoerlegging van de maatregel gelasten voor een periode van twee, drie, vier of vijf jaren. De termijn van de maatregel vangt aan op de dag waarop de rechter de tenuitvoerlegging van die maatregel heeft gelast.

  5. De tenuitvoerlegging van de maatregel geschiedt onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

    1. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

    2. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 38ad, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2016

Tekst van deze versie

  1. DitDe onderdeelrechter isals nogbedoeld nietin inwerkingartikel getreden38aa, eerste lid, kan de tenuitvoerlegging van de opgelegde maatregel gelasten:

    1. indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan waarvoor de rechter een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, kan opleggen, of
    2. indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is.
  2. De rechter kan bij de last als bedoeld in het eerste lid één of meer van de volgende gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende voorwaarden opnemen:

    1. een verbod op het gebruik van verdovende middelen of alcohol en de verplichting ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;
    2. opneming van de veroordeelde in een zorginstelling;
    3. een verplichting zich onder behandeling te stellen van een deskundige of zorginstelling;
    4. het verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
    5. het deelnemen aan een gedragsinterventie;
    6. een verbod vrijwilligerswerk van een bepaalde aard te verrichten;
    7. andere voorwaarden, het gedrag van de veroordeelde betreffende;
    8. een verbod zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden;
    9. een verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;
    10. een verplichting op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn;
    11. een verplichting zich op bepaalde tijdstippen te melden bij een bepaalde instantie;
    12. een beperking van het recht om Nederland te verlaten;
    13. een verbod zich te vestigen in een bepaald gebied;
    14. de plicht te verhuizen uit een bepaald gebied.
  3. Aan de voorwaarden als bedoeld in het tweede lid kan elektronisch toezicht worden verbonden.
  4. De rechter als bedoeld in artikel 38aa, eerste lid, kan de tenuitvoerlegging van de maatregel gelasten voor een periode van twee, drie, vier of vijf jaren. De termijn van de maatregel vangt aan op de dag waarop de rechter de tenuitvoerlegging van die maatregel heeft gelast.
  5. De tenuitvoerlegging van de maatregel geschiedt onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

    1. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en
    2. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 38ad, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht