Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 38aa

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2018.
  1. De in artikel 38z, eerste lid, bedoelde maatregel kan niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij het openbaar ministerie uiterlijk dertig dagen voor de beëindiging van de terbeschikkingstelling dan wel dertig dagen voor ommekomst van de termijn als bedoeld in artikel 15c dan wel dertig dagen voordat de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wordt beëindigd een vordering tot tenuitvoerlegging van de opgelegde maatregel indient bij de rechter die in eerste aanleg kennisgenomen heeft van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd. Het openbaar ministerie is in een later ingediende vordering niettemin ontvankelijk indien het aannemelijk maakt dat de grond bedoeld in artikel 38ab, eerste lid, zich eerst nadien heeft voorgedaan.

  2. Bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel legt de officier van justitie een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies over van een reclasseringsinstelling. Indien de gevorderde gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende voorwaarde betrekking heeft op behandeling of opname in een zorginstelling, wordt tevens een recent opgemaakte medische verklaring overlegd, waaruit de noodzaak van behandeling of opname blijkt.

  3. Indien de vordering tot tenuitvoerlegging achterwege blijft, vervalt de maatregel als bedoeld artikel 38z, eerste lid, van rechtswege op het moment van beëindiging van de terbeschikkingstelling dan wel bij ommekomst van de termijn als bedoeld in artikel 15c dan wel indien voorwaardelijke invrijheidstelling niet heeft plaatsgevonden op het moment dat de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wordt beëindigd.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2018

Tekst van deze versie

  1. De in artikel 38z, eerste lid, bedoelde maatregel kan niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij het openbaar ministerie uiterlijk tiendertig wekendagen voor de beëindiging van de terbeschikkingstelling dan wel tiendertig wekendagen voor ommekomst van de termijn als bedoeld in artikel 15c dan wel indiendertig voorwaardelijke invrijheidstelling niet heeft plaatsgevonden tien wekendagen voordat de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wordt beëindigd een vordering tot tenuitvoerlegging van de opgelegde maatregel indient bij de rechter die in eerste aanleg kennisgenomen heeft van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd. Het openbaar ministerie is in een later ingediende vordering niettemin ontvankelijk indien het aannemelijk maakt dat de grond bedoeld in artikel 38ab, eerste lid, zich eerst nadien heeft voorgedaan.
  2. Bij de vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel legt de officier van justitie een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies over van een reclasseringsinstelling. Indien de gevorderde gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende voorwaarde betrekking heeft op behandeling of opname in een zorginstelling, wordt tevens een recent opgemaakte medische verklaring overlegd, waaruit de noodzaak van behandeling of opname blijkt.

  3. Indien de vordering tot tenuitvoerlegging achterwege blijft, vervalt de maatregel als bedoeld artikel 38z, eerste lid, van rechtswege op het moment van beëindiging van de terbeschikkingstelling dan wel bij ommekomst van de termijn als bedoeld in artikel 15c dan wel indien voorwaardelijke invrijheidstelling niet heeft plaatsgevonden op het moment dat de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wordt beëindigd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht