De in de voorgaande artikelen van deze titel bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien de belediging wordt aangedaan aan:
- 1°
het openbaar gezag, een openbaar lichaam of een openbare instelling;
- 2°
een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
- 3°
het hoofd of een lid van de regering van een bevriende staat.