Bij veroordeling wegens een der in deze titel omschreven misdrijven worden:

  1. de valse of vervalste muntspeciën;

  2. de valse of vervalste munt- of bankbiljetten;

  3. de stoffen, voorwerpen of gegevens, uit hun aard bestemd tot het namaken of vervalsen van muntspeciën of van munt- of bankbiljetten;

voor zover daarmede het misdrijf is gepleegd of zij het voorwerp daarvan hebben uitgemaakt, verbeurd verklaard, ongeacht aan wie de voorwerpen toebehoren.