Wetboek van Strafrecht

Inhoud

Artikel 15c

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2003.
  1. Indien het gerechtshof de vordering van het openbaar ministerie toewijst, verleent het machtiging de veroordeelde op het in de vordering aangegeven tijdstip in vrijheid te stellen. Het openbaar ministerie is bevoegd te vorderen dat vervroegde invrijheidstelling, waarvan uitstel is gelast, wederom wordt uitgesteld of niet plaats vindt, indien zich na de aanvankelijke beslissing opnieuw een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in het eerste lid van artikel 15a.

  2. Indien het gerechtshof de vordering geheel of gedeeltelijk afwijst, bepaalt het op welk tijdstip de veroordeelde vervroegd in vrijheid gesteld zal worden.

  3. De beslissing van het gerechtshof omtrent een vordering is met redenen omkleed en wordt in het openbaar uitgesproken. Vanwege de advocaat-generaal wordt zij onverwijld aan het openbaar ministerie dat de vordering instelde en aan de veroordeelde ter kennis gebracht.

  4. Tegen de beslissing van het gerechtshof staat geen rechtsmiddel open.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-09-2023 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 26-01-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-04-2019 Historisch 01-03-2019 Historisch 01-01-2019 Historisch 16-10-2018 Historisch 19-09-2018 Historisch 01-07-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 01-01-2018 Historisch 01-09-2017 Historisch 01-03-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 01-07-2016 Historisch 20-04-2016 Historisch 01-01-2016 Historisch 17-11-2015 Historisch 01-08-2015 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-07-2014 Historisch 01-05-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 15-02-2014 Historisch 20-01-2014 Historisch 06-01-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 15-11-2013 Historisch 01-09-2013 Historisch 20-08-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-04-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 01-11-2012 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 09-05-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 03-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-03-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 07-07-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 13-12-2006 Historisch 29-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-08-2006 Historisch 07-07-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-11-2004 Historisch 01-10-2004 Historisch 10-08-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 30-06-2004 Historisch 16-06-2004 Historisch 12-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-02-2004 Historisch 01-01-2004 Historisch 01-10-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-10-2002 Historisch 01-09-2002 Historisch 08-08-2002 Historisch 12-07-2002 Historisch 29-05-2002 Historisch 01-04-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2002.

Tekst van deze versie

  1. Indien het gerechtshof de vordering van het openbaar ministerie toewijst, verleent het machtiging de veroordeelde op het in de vordering aangegeven tijdstip in vrijheid te stellen. Het openbaar ministerie is bevoegd te vorderen dat vervroegde invrijheidstelling, waarvan uitstel is gelast, wederom wordt uitgesteld of niet plaats vindt, indien zich na de aanvankelijke beslissing opnieuw een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in het eerste lid van artikel 15a.

  2. Indien het gerechtshof de vordering geheel of gedeeltelijk afwijst, bepaalt het op welk tijdstip de veroordeelde vervroegd in vrijheid gesteld zal worden.

  3. De beslissing van het gerechtshof omtrent een vordering is met redenen omkleed en wordt in het openbaar uitgesproken. Vanwege de advocaat-generaal wordt zij onverwijld aan het openbaar ministerie dat de vordering instelde en aan de veroordeelde ter kennis gebracht.

  4. Tegen de beslissing van het gerechtshof staat geen rechtsmiddel open.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafrecht