-
Indien het gerechtshof de vordering van het openbaar ministerie toewijst, verleent het machtiging de veroordeelde op het in de vordering aangegeven tijdstip in vrijheid te stellen. Het openbaar ministerie is bevoegd te vorderen dat vervroegde invrijheidstelling, waarvan uitstel is gelast, wederom wordt uitgesteld of niet plaats vindt, indien zich na de aanvankelijke beslissing opnieuw een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in het eerste lid van artikel 15a.
-
Indien het gerechtshof de vordering geheel of gedeeltelijk afwijst, bepaalt het op welk tijdstip de veroordeelde vervroegd in vrijheid gesteld zal worden.
-
De beslissing van het gerechtshof omtrent een vordering is met redenen omkleed en wordt in het openbaar uitgesproken. Vanwege de advocaat-generaal wordt zij onverwijld aan het openbaar ministerie dat de vordering instelde en aan de veroordeelde ter kennis gebracht.
-
Tegen de beslissing van het gerechtshof staat geen rechtsmiddel open.
Inhoud
Artikel 15c
Tekst van deze versie
-
Indien het gerechtshof de vordering van het openbaar ministerie toewijst, verleent het machtiging de veroordeelde op het in de vordering aangegeven tijdstip in vrijheid te stellen. Het openbaar ministerie is bevoegd te vorderen dat vervroegde invrijheidstelling, waarvan uitstel is gelast, wederom wordt uitgesteld of niet plaats vindt, indien zich na de aanvankelijke beslissing opnieuw een omstandigheid heeft voorgedaan als bedoeld in het eerste lid van artikel 15a.
-
Indien het gerechtshof de vordering geheel of gedeeltelijk afwijst, bepaalt het op welk tijdstip de veroordeelde vervroegd in vrijheid gesteld zal worden.
-
De beslissing van het gerechtshof omtrent een vordering is met redenen omkleed en wordt in het openbaar uitgesproken. Vanwege de advocaat-generaal wordt zij onverwijld aan het openbaar ministerie dat de vordering instelde en aan de veroordeelde ter kennis gebracht.
-
Tegen de beslissing van het gerechtshof staat geen rechtsmiddel open.
Nog geen automatische verwijzingen.