-
Vervroegde invrijheidstelling kan worden uitgesteld of achterwege blijven indien:
de veroordeelde op grond van de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens is geplaatst in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en zijn verpleging voortzetting behoeft;
de veroordeelde onherroepelijk is veroordeeld terzake van een misdrijf waarvoor ingevolge artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voorlopige hechtenis is toegelaten en dat is begaan na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf;
is gebleken dat de veroordeelde zich anderszins na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zeer ernstig heeft misdragen;
de veroordeelde na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zich hieraan onttrekt of hiertoe een poging doet.
-
Indien het openbaar ministerie, met de tenuitvoerlegging van de straf belast, van oordeel is dat er op een der gronden genoemd in het eerste lid reden is een vervroegde invrijheidstelling met een bepaalde termijn uit te stellen of achterwege te laten, richt het onverwijld een daartoe strekkende schriftelijke vordering tot het gerechtshof te Arnhem. De vordering bevat de grond waarop zij berust. Een afschrift van de vordering wordt toegezonden aan de veroordeelde.
-
In de gevallen als bedoeld in het vijfde lid van artikel 15 komt deze bevoegdheid toe aan het openbaar ministerie bij het gerecht waarvan de uitspraak het laatst in kracht van gewijsde is gegaan, dan wel aan het openbaar ministerie bij het gerecht, dat de langste ten uitvoer te leggen vrijheidsstraf heeft opgelegd.
-
De in het tweede lid bedoelde vordering dient uiterlijk dertig dagen vóór het tijdstip waarop vervroegde invrijheidstelling ingevolge het vorige artikel zou moeten plaats vinden te zijn ontvangen op de griffie van het gerechtshof. Het openbaar ministerie is in een later ingediende vordering ontvankelijk indien het aannemelijk maakt dat een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid zich eerst nadien heeft voorgedaan.
-
Vervroegde invrijheidstelling kan tevens worden uitgesteld of achterwege blijven, indien de feiten of omstandigheden als genoemd in het eerste lid, onder b, c en d, zich hebben voorgedaan gedurende de periode die ingevolge artikel 27, eerste lid, op de gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Inhoud
Artikel 15a
Tekst van deze versie
-
Vervroegde invrijheidstelling kan worden uitgesteld of achterwege blijven indien:
de veroordeelde op grond van de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens is geplaatst in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden en zijn verpleging voortzetting behoeft;
de veroordeelde onherroepelijk is veroordeeld terzake van een misdrijf waarvoor ingevolge artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voorlopige hechtenis is toegelaten en dat is begaan na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf;
is gebleken dat de veroordeelde zich anderszins na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zeer ernstig heeft misdragen;
de veroordeelde na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zich hieraan onttrekt of hiertoe een poging doet.
-
Indien het openbaar ministerie, met de tenuitvoerlegging van de straf belast, van oordeel is dat er op een der gronden genoemd in het eerste lid reden is een vervroegde invrijheidstelling met een bepaalde termijn uit te stellen of achterwege te laten, richt het onverwijld een daartoe strekkende schriftelijke vordering tot het gerechtshof te Arnhem. De vordering bevat de grond waarop zij berust. Een afschrift van de vordering wordt toegezonden aan de veroordeelde.
-
In de gevallen als bedoeld in het vijfde lid van artikel 15 komt deze bevoegdheid toe aan het openbaar ministerie bij het gerecht waarvan de uitspraak het laatst in kracht van gewijsde is gegaan, dan wel aan het openbaar ministerie bij het gerecht, dat de langste ten uitvoer te leggen vrijheidsstraf heeft opgelegd.
-
De in het tweede lid bedoelde vordering dient uiterlijk dertig dagen vóór het tijdstip waarop vervroegde invrijheidstelling ingevolge het vorige artikel zou moeten plaats vinden te zijn ontvangen op de griffie van het gerechtshof. Het openbaar ministerie is in een later ingediende vordering ontvankelijk indien het aannemelijk maakt dat een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid zich eerst nadien heeft voorgedaan.
-
Vervroegde invrijheidstelling kan tevens worden uitgesteld of achterwege blijven, indien de feiten of omstandigheden als genoemd in het eerste lid, onder b, c en d, zich hebben voorgedaan gedurende de periode die ingevolge artikel 27, eerste lid, op de gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.