Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste negen maanden.
Indien de dood, bij gelegenheid van een botsing, aan- of overrijding met een door de schuldige bestuurd motorrijtuig, of bij gelegenheid van enige handeling ter voorkoming van een botsing met of aan of overrijding door dat motorrijtuig, veroorzaakt is door de botsing, aan- of overrijding dan wel door de handeling ter voorkoming daarvan, wordt degene, aan wiens schuld die dood te wijten is, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.