Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:
- 1°
hij die, zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, opzettelijk een dier pijn of letsel veroorzaakt of de gezondheid van een dier benadeelt;
- 2°
hij die zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, opzettelijk aan een dier, dat geheel of ten dele aan hem toebehoort en onder zijn toezicht staat of aan een dier, tot welks verzorging hij verplicht is, de nodige verzorging onthoudt.
Het dier kan, indien het de schuldige toebehoort, worden verbeurdverklaard.
Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een der strafbare feiten omschreven in dit artikel of in artikel 477, onherroepelijk is geworden, kan gevangenisstraf van ten hoogste een jaar worden opgelegd.