Wetboek van Strafrecht BES Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 23-03-2026.

Inhoud
Eerste boek Algemeene bepalingen
Titel I Omvang van de werking der strafwet
Titel II Straffen
Titel IIa Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Titel III Uitsluiting, vermindering en verhooging der strafbaarheid
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking der klachte bij misdrijven alleen op klachte vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIIIa Bijzondere bepalingen voor jeugdigen
Titel IX Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
Slotbepaling
Tweede boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van den Staat
Titel II Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
Titel VI Tweegevecht
Titel VII Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
Titel IX Meineed
Titel X Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valschheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen den burgerlijken staat
Titel XIV Misdrijven tegen de zeden
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Beleediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXa Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en strooperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging van goederen
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXa Witwassen
Titel XXXb Financieren van terrorisme
Titel XXXI Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels gemeen
Derde boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
Titel III Overtreding betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende den burgerlijken staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VI Overtredingen betreffende de zeden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen

Titel VIII

Misdrijven tegen het openbaar gezag

Artikel 183

  1. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

    1. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten;

    2. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten.

  2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een feit als in het eerste lid, onder 1°, omschreven, begaat jegens een persoon in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar, indien de aanstelling als ambtenaar is gevolgd.

  3. Ontzetting van de in artikel 32, onder 1° tot en met 4°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.

  4. Indien het feit is gepleegd ten behoeve van een buitenlandse mogendheid wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

Artikel 183a

  1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:

    1. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen of na te laten;

    2. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan of nagelaten.

  2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een feit als in het eerste lid, onder 1°, omschreven, begaat jegens een persoon in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar, indien de aanstelling van ambtenaar is gevolgd.

  3. Ontzetting van de in artikel 32, onder 1° tot en met 4°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.

  4. Indien het feit is gepleegd ten behoeve van een buitenlandse mogendheid wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

Artikel 184

  1. Hij die een rechter een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan diens oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  2. Indien die gift of belofte gedaan wordt dan wel die dienst verleend of aangeboden wordt met het oogmerk om een veroordeling in een strafzaak te verkrijgen, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  3. Ontzetting van de in artikel 32, onder 1° tot en met 4°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.

  4. Indien het feit is gepleegd ten behoeve van een buitenlandse mogendheid wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

Artikel 184a

  1. Met ambtenaren worden ten aanzien van de artikelen 183 en 183a gelijkgesteld personen in de openbare dienst van een vreemde staat of van een volkenrechtelijke organisatie.

  2. Met ambtenaren worden ten aanzien van de artikelen 183, eerste lid, onder 2°, en 183a, eerste lid, onder 2°, voormalige ambtenaren gelijkgesteld.

  3. Met rechter wordt ten aanzien van artikel 184 gelijkgesteld de rechter van een vreemde staat of van een volkenrechtelijke organisatie.

Artikel 185

Hij die door geweld of bedreiging met geweld een ambtenaar dwingt tot volvoeren eener ambtsverrichting of het nalaten eener rechtmatige ambtsverrichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Artikel 186

Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner bediening, of tegen personen die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleenen, wordt, als schuldig aan wederspannigheid, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 187

De dwang en de wederspannigheid in de artikelen 185 en 186 omschreven worden gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, indien het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden eenig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

  3. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien zij den dood ten gevolge hebben.

Artikel 188

De dwang en de wederspannigheid in de artikelen 185 en 186 omschreven, door twee of meer personen met vereenigde krachten gepleegd, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

De schuldige wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden, indien het door hem gepleegde misdrijf of de daarbij door hem gepleegde feitelijkheden eenig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

  3. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien zij den dood ten gevolge hebben.

Artikel 189

Met ambtenaren worden ten aanzien van de artikelen 185–189 gelijkgesteld de schipper of gezagvoerder van een luchtvaartuig die een bevoegdheid uitoefent of een verplichting vervult, welke hem als zodanig is toegekend of opgelegd bij een bepaling van het Wetboek van Strafvordering BES.

Artikel 190

Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of eene vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van eenig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk eenige handeling, door een dier ambtenaren ondernomen ter uitvoering van eenig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Met den in het eerste gedeelte van het vorige lid bedoelden ambtenaar wordt gelijkgesteld ieder die, krachtens wettelijk voorschrift, voortdurend of tijdelijk met eenigen openbaren dienst is belast.

Met een vordering of handeling als bedoeld in het eerste lid worden gelijkgesteld een vordering of handeling van de schipper of gezagvoerder van een luchtvaartuig die een bevoegdheid uitoefent of een verplichting vervult, welke hem als zodanig is toegekend of opgelegd bij een bepaling van het Wetboek van Strafvordering BES.

Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden, kunnen de straffen met een derde worden verhoogd.

Artikel 190a

Met ambtenaren worden ten aanzien van de artikelen 185 tot en met 188, 190 en 191 gelijkgesteld personen in de openbare dienst van een vreemde staat of van een volkenrechtelijke organisatie die in de openbare lichamen op door het volkenrecht toegelaten wijze hun bediening uitoefenen.

Artikel 191

Hij die bij eene terechtzitting of ter plaatse waar een ambtenaar in het openbaar in de rechtmatige uitoefening zijner bediening werkzaam is, opschudding veroorzaakt en na het door of van wege het bevoegd gezag gegeven bevel zich niet verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 192

Hij die opzettelijk bij gelegenheid van een volksoploop zich niet onmiddellijk verwijdert na het derde door of van wege het bevoegd gezag gegeven bevel, wordt, als schuldig aan deelneming aan samenscholing, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 193

Hij die eene bekendmaking, van wege het bevoegd gezag in het openbaar gedaan, wederrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, met het oogmerk om de kennisneming daarvan te beletten of te bemoeilijken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 194

Hij die aangifte of klachte doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

Artikel 195

  1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

    1. hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van eenig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door de ambtenaren der justitie of politie;

    2. hij die nadat eenig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren der justitie of politie onttrekt;

    3. hij die opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 38e aan te tonen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, te belemmeren of te verijdelen, verbergt, vernietigt, wegmaakt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de politie of justitie onttrekt, dan wel door het opzettelijk verstrekken van gegevens of inlichtingen aan derden die inbeslagneming belet, belemmert of verijdelt.

  2. In het geval het misdrijf, bedoeld in het eerste lid, een terroristisch misdrijf betreft, kan gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie worden opgelegd.

  3. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op hem die de daarin vermelde handelingen verricht ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een zijner bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in den tweeden of derden graad der zijlinie of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.

  4. Met ambtenaren van de justitie of politie worden gelijkgesteld: personen in de openbare dienst van een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is, die belast zijn met de opsporing of vervolging van enig misdrijf.

Artikel 196

Hij die opzettelijk eene gerechtelijke lijkschouwing belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 196a

Hij die, na op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak tijdelijk van zijn vrijheid te zijn beroofd, zich daaraan, al dan niet met behulp van derden, onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren.

Artikel 197

Hij die opzettelijk iemand, op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid beroofd, bevrijdt of bij zijne zelfbevrijding behulpzaam is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

Artikel 198

Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, opzettelijk niet voldoet aan eenige wettelijke verplichting die hij als zoodanig te vervullen heeft, wordt gestraft:

  1. in strafzaken met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden;

  2. in andere zaken met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden.

Met dezelfde straf als genoemd in het eerste lid, onder 2°, wordt degene bedreigd die opzettelijk of wederrechtelijk weigert de gevraagde medewerking, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, te verlenen.

Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de partij in een burgerlijke procedure die, wanneer zij als getuige wordt gehoord, weigert op de haar gestelde vragen te antwoorden.

Artikel 198a

Hij die opzettelijk niet voldoet aan de vordering van een parlementaire enquêtecommissie tot het hebben van inzage in of het nemen van afschrift van of het op andere wijze kennisnemen van documenten wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 198b

Hij die opzettelijk niet voldoet aan een vordering van een parlementaire enquêtecommissie tot het verstrekken van schriftelijke inlichtingen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 198c

Hij die opzettelijk een parlementaire enquêtecommissie of door haar aangewezen personen belet, belemmert of verhindert een plaats te betreden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 198d

De misdrijven genoemd in de artikelen 198 tot en met 198c worden niet vervolgd, indien zij zijn begaan door een lid van de Staten-Generaal, een minister of een staatssecretaris.

Artikel 199

Hij die opzettelijk niet voldoet aan een wettig bevel tot overlegging van een stuk hetwelk beweerd wordt valsch of vervalscht te zijn, of hetwelk dienen moet ter vergelijking met een ander waarvan de valschheid of vervalsching beweerd, of de echtheid ontkend of niet erkend wordt, wordt gestraft:

  1. in strafzaken met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden;

  2. in andere zaken met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden.

Artikel 200

Hij die, in staat van faillissement verklaard of als echtgenoot van een gefailleerde met wie hij in gemeenschap van goederen is gehuwd of als bestuurder of commissaris eener in staat van faillissement verklaarde vennootschap, maatschappij, vereniging of stichting, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, hetzij zonder geldige reden opzettelijk wegblijft, hetzij weigert de vereischte inlichtingen te geven, hetzij opzettelijk verkeerde inlichtingen geeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

Artikel 201

Hij die een recht uitoefent, wetende dat hij daarvan bij rechterlijke uitspraak is ontzet, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 202

Hij die opzettelijk onderscheidingsteekenen draagt of eene daad verricht behoorende tot een ambt dat hij niet bekleedt of waarin hij geschorst is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 203

Een vreemdeling die in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba verblijft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat hij op grond van een wettelijke voorschrift ongewenst is verklaard, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 203a

  1. Hij die een ander behulpzaam is bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is, wordt als schuldig aan mensensmokkel gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  2. Hij die een ander uit winstbejag behulpzaam is bij het zich verschaffen van verblijf in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of een staat die is toegetreden tot het in het eerste lid genoemde protocol, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  3. Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.

  4. Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of in vereniging wordt begaan door meerdere personen, wordt gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.

  5. Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.

  6. Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, de dood ten gevolge heeft, wordt een gevangenisstraf van het hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.

Artikel 203b

Hij die een ander, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid doet verrichten, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 203c

Hij die van het in artikel 203a omschreven feit een beroep of gewoonte maakt wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 203d

Bij veroordeling wegens een van de in de artikelen 203a en 203b omschreven misdrijven, kan de rechter de ontzetting uitspreken van de in artikel 32, onder 1° tot en met 4°, vermelde rechten.

Artikel 204

  1. Hij die opzettelijk eenig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan een gerechtelijke bewaring onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, het verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

  2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk eenig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt onbruikbaar maakt.

  3. Met dezelfde straf wordt gestraft de bewaarder die opzettelijk een dezer feiten pleegt of toelaat, of de dader als medeplichtige ter zijde staat.

Artikel 205

Hij die opzettelijk zegels waarmede voorwerpen door of vanwege het bevoegd openbaar gezag verzegeld zijn, verbreekt, opheft of beschadigt, of de door zoodanig zegel bewerkte afsluiting op andere wijze verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren,

De bewaarder die opzettelijk het feit pleegt of toelaat, of den dader als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

Indien het feit ten gevolge van onachtzaamheid des bewaarders gepleegd is, wordt deze gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 206

  1. Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdelijk op openbaar gezag bewaard worden, of hetzij aan een ambtenaar, hetzij aan een ander in het belang van den openbaren dienst zijn ter hand gesteld, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.

  2. Onder bevoegde macht wordt mede verstaan: een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is.

Artikel 207

Hij die opzettelijk brieven of andere stukken, aan een post- of telegraafkantoor bezorgd of in eene postbus gestoken, aan hunne bestemming onttrekt, opent of beschadigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

Artikel 208

Indien de schuldige aan een der in de artikelen 204–207 omschreven misdrijven zich den toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft of het goed onder zijn bereik brengt door middel van braak, verbreking of inklimming, van valsche sleutels, van een valsche order of van een valsch kostuum, kan de straf met ten hoogste een jaar gevangenisstraf worden verhoogd.

Artikel 209

Hij die, in tijd van vrede, opzettelijk desertie van een krijgsman, in dienst van den Staat, uitlokt door een der in artikel 49 N°. 2 vermelde middelen, of bevordert op eenige in artikel 50 vermelde wijze, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.

Artikel 210

Hij die, in tijd van vrede, opzettelijk oproer of muiterij van krijgslieden, in dienst van den Staat, uitlokt door een der in artikel 49 N°. 2 vermelde middelen, of bevordert op eenige in artikel 50 vermelde wijze, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Artikel 211

  1. Hij die, zonder toestemming van de Koning, iemand voor vreemde krijgsdienst of gewapende strijd werft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  2. Indien de gewapende strijd waarvoor wordt geworven, het plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.

Artikel 212

Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren wordt gestraft:

  1. hij die zich opzettelijk voor den dienst bij de schutterij ongeschikt maakt of laat maken;

  2. hij die een ander op diens verzoek opzettelijk voor dien dienst ongeschikt maakt.

Indien in het laatste geval het feit den dood ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren opgelegd.

← terug naar Wetboek van Strafrecht BES