Wetboek van Strafrecht BES Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 23-03-2026.

Inhoud
Eerste boek Algemeene bepalingen
Titel I Omvang van de werking der strafwet
Titel II Straffen
Titel IIa Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Titel III Uitsluiting, vermindering en verhooging der strafbaarheid
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking der klachte bij misdrijven alleen op klachte vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIIIa Bijzondere bepalingen voor jeugdigen
Titel IX Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
Slotbepaling
Tweede boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van den Staat
Titel II Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
Titel VI Tweegevecht
Titel VII Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
Titel IX Meineed
Titel X Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valschheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen den burgerlijken staat
Titel XIV Misdrijven tegen de zeden
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Beleediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXa Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en strooperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging van goederen
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXa Witwassen
Titel XXXb Financieren van terrorisme
Titel XXXI Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels gemeen
Derde boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
Titel III Overtreding betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende den burgerlijken staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VI Overtredingen betreffende de zeden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen

Titel VII

Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht

Artikel 163

Hij die opzettelijk brand sticht, eene ontploffing teweegbrengt of eene overstrooming veroorzaakt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

  3. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 164

Hij aan wiens schuld brand, ontploffing of overstrooming te wijten is, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden, of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;

  3. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 165

Hij die opzettelijk bij of in het vooruitzicht van brand bluschgereedschappen of bluschmiddelen wederrechtelijk verbergt of onbruikbaar maakt, of op eenige wijze de blussching van brand verhindert of belemmert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Artikel 166

Hij die opzettelijk bij of in het vooruitzicht van watersnood, dijkmaterialen of gereedschappen wederrechtelijk verbergt of onbruikbaar maakt, eenige poging tot herstel van dijken of andere waterstaatswerken verijdelt, of de aangewende middelen tot het voorkomen of stuiten van overstrooming tegenwerkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Artikel 167

Hij die opzettelijk enig werk, dienend tot waterkering, waterlozing, gas- of waterleiding of riolering, vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, indien daarvan gevaar voor overstroming of gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

  3. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 167a

Hij die opzettelijk eenig electriciteitswerk vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, stoornis in den gang of in de werking van zoodanig werk veroorzaakt, of een ten opzichte van zoodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemeenen nutte ontstaat;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

  3. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

  4. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 167b

Hij aan wiens schuld te wijten is, dat eenig electriciteitswerk wordt vernield, beschadigd, of onbruikbaar gemaakt, dat stoornis in den gang of in de werking van zoodanig werk ontstaat, of dat een ten opzichte van zoodanig werk genomen veiligheidsmaatregel wordt verijdeld, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemeenen nutte of gemeen gevaar voor goederen ontstaat;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;

  3. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 167c

Hij die opzettelijk mensen, dieren, planten of goederen aan ioniserende stralen blootstelt, dan wel mensen, dieren, planten, goederen, bodem, water of lucht met radioactieve stoffen besmet, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is;

  2. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vierentwintig jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 167d

Hij aan wiens schuld te wijten is dat mensen, dieren, planten of goederen aan ioniserende stralen worden blootgesteld, dan wel mensen, dieren, planten, goederen, bodem, water of lucht met radioactieve stoffen worden besmet, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 167e

Hij die opzettelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie, indien daardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de opslag, verwerking of overdracht van gegevens ten algemene nutte of stoornis in een openbaar telecommunicatienetwerk of in de uitvoering van een openbare telecommunicatiedienst, ontstaat;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen of voor de verlening van diensten te duchten is;

  3. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

  4. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 167f

Hij aan wiens schuld te wijten is dat enig geautomatiseerd werk voor opslag of verwerking van gegevens of enig werk voor telecommunicatie wordt vernield, beschadigd of onbruikbaar gemaakt, dat stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk ontstaat, of dat een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel wordt verijdeld, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie, indien daardoor verhindering of bemoeilijking van de opslag of verwerking van gegevens ten algemenen nutte, stoornis in een openbaar telecommunicatienetwerk of in de uitvoering van een openbare telecommunicatiedienst, of gemeen gevaar voor goederen of voor de verlening van diensten ontstaat;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie, indien daardoor levensgevaar voor een ander bestaat;

  3. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 168

Hij die opzettelijk eenig werk dienende voor het openbaar verkeer of het luchtverkeer vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, eenigen openbaren land- of waterweg verspert of een ten aanzien van zoodanig werk of van zoodanigen weg genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is en het iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 168a

Hij die opzettelijk op een luchthaven een luchtvaartuig buiten bedrijf of enige voorziening vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, dan wel de diensten op een luchthaven verstoort, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart of gemeen gevaar voor goederen, gebouwen of diensten op de luchthaven te duchten valt;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid van de luchtvaart of gemeen gevaar voor goederen, gebouwen of diensten op de luchthaven te duchten valt en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 169

Hij aan wiens schuld te wijten is dat eenig werk dienende voor het openbaar verkeer of het luchtverkeer wordt vernield, onbruikbaar gemaakt of beschadigd, eenige openbare land- of waterweg versperd of een ten aanzien van zoodanig werk of van zoodanigen weg genomen veiligheidsmaatregel verijdeld wordt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor het verkeer onveilig wordt;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 170

Hij die opzettelijk gevaar veroorzaakt voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg of voor het luchtverkeer, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.

Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 171

Hij aan wiens schuld te wijten is dat gevaar ontstaat voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg of voor het luchtverkeer, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.

Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar.

Artikel 172

Hij die opzettelijk een voor de veiligheid der scheepvaart of luchtvaart gesteld teken of hulpmiddel vernielt, beschadigt, wegneemt of verplaatst, de werking daarvan verijdelt, of een verkeerd teken stelt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid der scheepvaart of luchtvaart te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid der scheepvaart of luchtvaart te duchten is en het feit het zinken, stranden of verongelukken van een vaartuig of een luchtvaartuig ten gevolge heeft;

  3. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid der scheepvaart of luchtvaart te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 173

Hij aan wiens schuld vernieling, beschadiging, wegneming of verplaatsing van een voor de veiligheid der scheepvaart of luchtvaart gesteld teken of hulpmiddel dan wel de verijdeling van de werking daarvan of het stellen van een verkeerd teken te wijten is, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor de scheepvaart of de luchtvaart onveilig wordt;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie, indien het feit het zinken, stranden of verongelukken van een vaartuig of een luchtvaartuig ten gevolge heeft;

  3. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 174

Hij die enig vaartuig of luchtvaartuig opzettelijk en wederrechtelijk doet zinken, stranden of verongelukken, vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

  2. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemand dood ten gevolge heeft.

Artikel 175

Hij aan wiens schuld te wijten is dat eenig vaartuig of luchtvaartuig zinkt, strandt of verongelukt, vernield, onbruikbaar gemaakt of beschadigd wordt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 176

Hij die enig gebouw, getimmerte, installatie ter zee of voor het publiek toegankelijke plaats opzettelijk vernielt of beschadigt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

  3. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 177

Hij aan wiens schuld de vernieling of beschadiging van enig gebouw, getimmerte, installatie ter zee of voor het publiek toegankelijke plaats te wijten is, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;

  3. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 178

  1. Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een stof in een inrichting ten behoeve van de drinkwatervoorziening of in een tot gezamenlijk gebruik van of met anderen bestemde waterleiding brengt, dan wel de aanmaak van drinkwater in of de toevoer van drinkwater vanuit de openbare drinkwatervoorziening belemmert, wordt gestraft:

    1. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan gevaar voor een ander te duchten is;

    2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolg heeft.

  2. Hij die opzettelijk enig voor de openbare drinkwatervoorziening bestemd werk vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, wordt, indien daardoor verhindering of bemoeilijking van de openbare drinkwatervoorziening te duchten is, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 179

  1. Hij aan wiens schuld te wijten is, dat wederrechtelijk een stof in een inrichting ten behoeve van de drinkwatervoorziening of in een tot gezamenlijk gebruik van of met anderen bestemde waterleiding, wordt gebracht, wordt gestraft:

    1. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is;

    2. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

  2. Hij aan wiens schuld te wijten is, dat enig voor de openbare drinkwatervoorziening bestemd werk wordt vernield, beschadigd, of onbruikbaar gemaakt, dat stoornis in de gang of in de werking van een zodanig werk ontstaat of dat een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel wordt verijdeld, wordt, indien daardoor verhindering of bemoeilijking van de openbare drinkwatervoorziening te duchten is, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 179a

Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een stof op of in de bodem, in de lucht of in het oppervlaktewater brengt, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 179b

Hij aan wiens schuld te wijten is, dat wederrechtelijk een stof op of in de bodem, in de lucht of in het oppervlaktewater wordt gebracht, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar en geldboete van de derde categorie, indien daarvan gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.

Artikel 180

Hij die waren verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert of uitdeelt, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn, en dat schadelijk karakter verzwijgende, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.

Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

Artikel 181

Hij, aan wiens schuld te wijten is dat waren, schadelijk voor het leven of de gezondheid, verkocht, afgeleverd of uitgedeeld worden, zonder dat de kooper of verkrijger met dat schadelijk karakter bekend is, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.

Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar.

De waren kunnen worden verbeurd verklaard.

Artikel 182

Bij veroordeeling wegens eenig in dezen Titel omschreven misdrijf, kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 180 en 181 omschreven misdrijven, kan de rechter de openbaarmaking zijner uitspraak gelasten.

Artikel 182a

  1. Indien op een misdrijf, strafbaar gesteld in de artikelen 163, 165, 166, 167, 167a, 168, 168a, 172, 174, 176, 178 en 180, een gevangenisstraf van minder dan vijftien jaar is gesteld en het is begaan met een terroristisch oogmerk, wordt de in dat artikel bepaalde tijdelijke gevangenisstraf met de helft verhoogd.

  2. Indien op een misdrijf, strafbaar gesteld in de artikelen genoemd in het eerste lid, een gevangenisstraf van vijftien jaar is gesteld en het is begaan met een terroristisch oogmerk, kan levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste vierentwintig jaren worden opgelegd.

Artikel 182b

De samenspanning tot de in de artikelen 163, 167, 167a, onderdelen 3° en 4°, 168, 168a, 172, 174, 176, 178 en 180 omschreven misdrijven, te begaan met een terroristisch oogmerk, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.

← terug naar Wetboek van Strafrecht BES