De aanslag ondernomen met het oogmerk om den Koning, de regeerende Koningin of den Regent van het leven of de vrijheid te berooven of tot regeeren ongeschikt te maken, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Wetboek van Strafrecht BES Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 23-03-2026.
Inhoud
Eerste boek Algemeene bepalingen
Titel I Omvang van de werking der strafwet
Titel II Straffen
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 17a
- Artikel 17b
- Artikel 17c
- Artikel 17d
- Artikel 17e
- Artikel 17f
- Artikel 17g
- Artikel 17h
- Artikel 17i
- Artikel 17j
- Artikel 17k
- Artikel 18
- Artikel 18a
- Artikel 18b
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 27a
- Artikel 27b
- Artikel 27c
- Artikel 28
- Artikel 28a
- Artikel 28b
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 31bis
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 35a
- Artikel 35b
- Artikel 36
- Artikel 36a
- Artikel 36b
- Artikel 37
- Artikel 38
Titel IIa Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Titel III Uitsluiting, vermindering en verhooging der strafbaarheid
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking der klachte bij misdrijven alleen op klachte vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIIIa Bijzondere bepalingen voor jeugdigen
Titel IX Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
- Artikel 80
- Artikel 80a
- Artikel 81
- Artikel 82
- Artikel 82bis
- Artikel 82b
- Artikel 82c
- Artikel 82d
- Artikel 82e
- Artikel 83
- Artikel 84
- Artikel 84a
- Artikel 84b
- Artikel 84c
- Artikel 84d
- Artikel 85
- Artikel 86
- Artikel 86bis
- Artikel 87
- Artikel 88
- Artikel 89
- Artikel 89a
- Artikel 90
- Artikel 90a
- Artikel 90b
- Artikel 91
- Artikel 92
- Artikel 93
- Artikel 94
- Artikel 95
- Artikel 95bis
- Artikel 95ter
- Artikel 95c
- Artikel 95d
Tweede boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van den Staat
- Artikel 97
- Artikel 98
- Artikel 99
- Artikel 99bis
- Artikel 100
- Artikel 101
- Artikel 102
- Artikel 103
- Artikel 103a
- Artikel 104
- Artikel 104a
- Artikel 104b
- Artikel 104c
- Artikel 104d
- Artikel 105
- Artikel 106
- Artikel 106a
- Artikel 106b
- Artikel 107
- Artikel 108
- Artikel 109
- Artikel 110
- Artikel 111
- Artikel 112
- Artikel 113
- Artikel 113a
Titel II Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
- Artikel 136bis
- Artikel 136ter
- Artikel 136quater
- Artikel 136quinquies
- Artikel 137
- Artikel 138
- Artikel 138a
- Artikel 139
- Artikel 140
- Artikel 140a
- Artikel 140bis
- Artikel 141
- Artikel 142
- Artikel 143
- Artikel 143a
- Artikel 143b
- Artikel 143c
- Artikel 143d
- Artikel 143e
- Artikel 144
- Artikel 144a
- Artikel 144b
- Artikel 145
- Artikel 145a
- Artikel 145b
- Artikel 145c
- Artikel 145d
- Artikel 145e
- Artikel 146
- Artikel 146a
- Artikel 147
- Artikel 147bis
- Artikel 148
- Artikel 149
- Artikel 150
- Artikel 151
- Artikel 152
- Artikel 153
- Artikel 154
- Artikel 155
- Artikel 156
- Artikel 157
Titel VI Tweegevecht
Titel VII Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
- Artikel 163
- Artikel 164
- Artikel 165
- Artikel 166
- Artikel 167
- Artikel 167a
- Artikel 167b
- Artikel 167c
- Artikel 167d
- Artikel 167e
- Artikel 167f
- Artikel 168
- Artikel 168a
- Artikel 169
- Artikel 170
- Artikel 171
- Artikel 172
- Artikel 173
- Artikel 174
- Artikel 175
- Artikel 176
- Artikel 177
- Artikel 178
- Artikel 179
- Artikel 179a
- Artikel 179b
- Artikel 180
- Artikel 181
- Artikel 182
- Artikel 182a
- Artikel 182b
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
- Artikel 183
- Artikel 183a
- Artikel 184
- Artikel 184a
- Artikel 185
- Artikel 186
- Artikel 187
- Artikel 188
- Artikel 189
- Artikel 190
- Artikel 190a
- Artikel 191
- Artikel 192
- Artikel 193
- Artikel 194
- Artikel 195
- Artikel 196
- Artikel 196a
- Artikel 197
- Artikel 198
- Artikel 198a
- Artikel 198b
- Artikel 198c
- Artikel 198d
- Artikel 199
- Artikel 200
- Artikel 201
- Artikel 202
- Artikel 203
- Artikel 203a
- Artikel 203b
- Artikel 203c
- Artikel 203d
- Artikel 204
- Artikel 205
- Artikel 206
- Artikel 207
- Artikel 208
- Artikel 209
- Artikel 210
- Artikel 211
- Artikel 212
Titel IX Meineed
Titel X Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valschheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen den burgerlijken staat
Titel XIV Misdrijven tegen de zeden
- Artikel 244
- Artikel 245
- Artikel 246
- Artikel 246bis
- Artikel 247
- Artikel 248
- Artikel 249
- Artikel 250
- Artikel 251
- Artikel 252
- Artikel 253
- Artikel 254
- Artikel 255
- Artikel 256
- Artikel 256a
- Artikel 256b
- Artikel 256c
- Artikel 256d
- Artikel 257
- Artikel 258
- Artikel 259
- Artikel 260
- Artikel 261
- Artikel 263
- Artikel 264
- Artikel 265
- Artikel 266
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Beleediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXa Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en strooperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging van goederen
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
- Artikel 372bis
- Artikel 372ter
- Artikel 373
- Artikel 374
- Artikel 374bis
- Artikel 374ter
- Artikel 374quater
- Artikel 375
- Artikel 376
- Artikel 377
- Artikel 378
- Artikel 379
- Artikel 380
- Artikel 380a
- Artikel 381
- Artikel 382
- Artikel 383
- Artikel 384
- Artikel 385
- Artikel 386
- Artikel 387
- Artikel 388
- Artikel 389
- Artikel 390
- Artikel 390bis
- Artikel 391
- Artikel 392
- Artikel 393
- Artikel 394
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
- Artikel 395
- Artikel 396
- Artikel 397
- Artikel 398
- Artikel 399
- Artikel 399a
- Artikel 399b
- Artikel 399c
- Artikel 399d
- Artikel 400
- Artikel 401
- Artikel 402
- Artikel 403
- Artikel 403bis
- Artikel 403ter
- Artikel 404
- Artikel 405
- Artikel 406
- Artikel 407
- Artikel 408
- Artikel 409
- Artikel 410
- Artikel 411
- Artikel 412
- Artikel 413
- Artikel 414
- Artikel 415
- Artikel 416
- Artikel 417
- Artikel 418
- Artikel 419
- Artikel 420
- Artikel 421
- Artikel 422
- Artikel 423
- Artikel 424
- Artikel 425
- Artikel 426
- Artikel 427
- Artikel 428
- Artikel 429
- Artikel 430
- Artikel 430a
- Artikel 430b
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXb Financieren van terrorisme
Titel XXXI Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels gemeen
Derde boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
- Artikel 448bis
- Artikel 448b
- Artikel 448c
- Artikel 448d
- Artikel 449
- Artikel 450
- Artikel 451
- Artikel 452
- Artikel 453
- Artikel 454
- Artikel 454a
- Artikel 454b
- Artikel 454c
- Artikel 455
- Artikel 455bis
- Artikel 455ter
- Artikel 455quater
- Artikel 455quinquies
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 457bis
- Artikel 457ter
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 461a
- Artikel 462
Titel III Overtreding betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende den burgerlijken staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VI Overtredingen betreffende de zeden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen
Titel I
Artikel 98
[vervallen]
Artikel 99
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het grondgebied van den Staat geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Artikel 99bis
Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de Raad van Ministers uiteenjaagt, tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Artikel 100
De aanslag, ondernomen met het oogmerk om omwenteling teweeg te brengen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Leiders en aanleggers van een aanslag als in het eerste lid bedoeld, worden gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Artikel 101
[vervallen]
Artikel 102
De samenspanning tot een der in de artikelen 97, 99, 99bis en 100 omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren. Dezelfde straf is toepasselijk op hem, die met het oogmerk om een der in de artikelen 97, 99, 99bis en 100 omschreven misdrijven voor te bereiden of te bevorderen:
- 1°
een ander tracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;
- 2°
gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen tracht te verschaffen;
- 3°
voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf;
- 4°
plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid brengt of onder zich heeft;
- 5°
eenigen maatregel vanwege de Regering genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, tracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen.
De voorwerpen, in het voorgaande lid, onder 3°, bedoeld, kunnen worden verbeurd verklaard.
Niet strafbaar is hij, van wien blijkt, dat zijn oogmerk enkel gericht is op het voorbereiden of bevorderen van staatkundige veranderingen in algemeenen zin.
Indien in een der gevallen, in de eerste twee leden van dit artikel bedoeld, het misdrijf is gevolgd, kan de straf worden verdubbeld.
Artikel 103
Hij die met een buitenlandsche mogendheid in verstandhouding treedt, met het oogmerk om haar tot het plegen van vijandelijkheden of tot het voeren van oorlog tegen den Staat te bewegen, haar in het daartoe opgevatte voornemen te versterken, haar hulp daarbij toe te zeggen of bij de voorbereiding hulp te verlenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien de vijandelijkheden worden gepleegd of de oorlog uitbreekt, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.
Artikel 103a
Met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren wordt gestraft:
- 1°
hij, die met een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam in verstandhouding treedt, met het oogmerk om een zoodanig persoon of lichaam tot het verschaffen van steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling te bewegen, om een zoodanig persoon of lichaam in het daartoe opgevatte voornemen te versterken of aan een zoodanig persoon of lichaam daarbij hulp toe te zeggen of te verleenen, of om omwenteling voor te bereiden, te bevorderen of teweeg te brengen;
- 2°
hij, die eenig voorwerp invoert, dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijken steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat het daartoe bestemd is:
- 3°
hij, die eenig voorwerp onder zich heeft of tot onderwerp eener overeenkomst maakt, dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijken steun aan het voorbereiden, bevorderden of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat het daartoe bestemd is en dat het voorwerp of eenig ander voorwerp, waarvoor het in de plaats is getreden, hetzij met die bestemming is ingevoerd, hetzij door of vanwege een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam daartoe is bestemd.
De voorwerpen waarmede of met betrekking tot welke de in het voorgaande lid onder 2°–3° omschreven misdrijven zijn begaan, kunnen worden verbeurd verklaard.
Artikel 104
Hij die enig gegeven, waarvan de geheimhouding door het belang van de staat wordt geboden, daaronder begrepen enig voorwerp, waaraan een zodanig gegeven kan worden ontleend, opzettelijk mededeelt aan of ter beschikking stelt van een tot kennisneming daarvan niet gerechtigd persoon of lichaam, wordt, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het een zodanig gegeven betreft, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die enig gegeven, dat van een verboden plaats afkomstig is en tot de veiligheid van de staat in betrekking staat, daaronder begrepen enig voorwerp, waaraan een zodanig gegeven kan worden ontleend, opzettelijk mededeelt aan of ter beschikking stelt van een tot kennisneming daarvan niet gerechtigd persoon of lichaam, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het een zodanig gegeven betreft.
Artikel 104a
Hij die enig gegeven als bedoeld in artikel 104 hetzij opzettelijk openbaar maakt, hetzij zonder daartoe gerechtigd te zijn opzettelijk mededeelt aan of ter beschikking stelt van een buitenlandse mogendheid, een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam, dan wel een zodanig persoon of lichaam, dat gevaar ontstaat dat het gegeven aan een buitenlandse mogendheid of aan een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam bekend wordt, wordt, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het een zodanig gegeven betreft, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien de schuldige heeft gehandeld in tijd van oorlog dan wel in dienst of in opdracht van een buitenlandse mogendheid of van een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam, kan levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren worden opgelegd.
Handelingen gepleegd ter voorbereiding van een misdrijf als omschreven in de voorgaande leden worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 104b
Hij aan wiens schuld te wijten is, dat enig gegeven als bedoeld in artikel 104 openbaar wordt gemaakt dan wel ter beschikking komt van een tot kennisneming daarvan niet gerechtigd persoon of lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste één jaar.
Artikel 104c
-
Met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren wordt gestraft:
- 1°
hij die opzettelijk enig gegeven als bedoeld in artikel 104, zonder daartoe gerechtigd te zijn, onder zich neemt of houdt;
- 2°
hij die enige handeling verricht, ondernomen met het oogmerk om, zonder daartoe gerechtigd te zijn, de beschikking te krijgen over enig gegeven als bedoeld in artikel 104;
- 3°
hij die tersluik, onder een vals voorgeven, door middel van een vermomming of langs een andere dan de gewone toegang op of in een verboden plaats komt of tracht te komen, aldaar in dier voege aanwezig is, of zich op een van die wijzen of door een van die middelen vandaar verwijdert of tracht te verwijderen.
De bepalingen onder 3° is niet toepasselijk, indien de rechter blijkt, dat de dader niet heeft gehandeld met het oogmerk bedoeld onder 2°.
- 1°
Artikel 104d
-
Met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die, wetende dat daarvan gevaar is te duchten voor de veiligheid van de staat, van zijn bondgenoten of van een volkenrechtelijke organisatie, voor de vitale infrastructuur, voor de integriteit en exclusiviteit van hoogwaardige technologieën, of voor de veiligheid van een of meer personen, opzettelijk in heimelijke betrokkenheid met een buitenlandse mogendheid
- 1°
schadetoebrengende handelingen verricht ten behoeve van die buitenlandse mogendheid; of
- 2°
aan die buitenlandse mogendheid onmiddellijk of middellijk inlichtingen, een voorwerp of gegevens verstrekt.
- 1°
-
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een ander beweegt tot de in het eerste lid bedoelde handelingen.
-
Gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien het feit:
in tijd van oorlog is gepleegd;
zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolge heeft.
Artikel 105
Hij die eene hem vanwege de Regering opgedragen onderhandeling met eene buitenlandsche mogendheid opzettelijk ten nadeele van den Staat voert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Artikel 106
Met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren wordt gestraft:
- 1°
hij die in geval van een oorlog, waarin het Koninkrijk niet betrokken is, opzettelijk enige handeling verricht, waardoor het gevaar ontstaat, dat de Staat in een oorlog wordt betrokken, of enig van regeringswege gegeven en bekend gemaakt bijzonder voorschrift tot handhaving van het niet deelnemen aan de oorlog opzettelijk overtreedt;
- 2°
hij die in tijd van oorlog, enig voorschrift van regeringswege in het belang van de veiligheid van de Staat gegeven en bekend gemaakt, opzettelijk overtreedt.
Artikel 106a
Artikel 106 onder 1° vindt overeenkomstige toepassing in geval van een gewapend conflict, dat niet als oorlog kan worden aangemerkt.
Artikel 106b
-
Hij die op enigerlei wijze opzettelijk van het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gebruik maakt bij het voorbereiden, bevorderen, teweegbrengen of uitvoeren van hetzij een gewelddadige omwenteling op het grondgebied van een bevriende mogendheid, hetzij enige andere tegen een dergelijke mogendheid of haar regering gerichte illegale actie, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren.
-
Hij aan wiens schuld te wijten is dat van het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op enigerlei wijze gebruik wordt gemaakt bij enige handeling als bedoeld in het voorgaande lid wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
-
Onder het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan de territoriale zee rond en het luchtruim boven de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
-
Met gelijke straf en naar de onderscheiding, gemaakt in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt gestraft de ingezetene van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die deelneemt aan een poging tot gewelddadige omwenteling op het grondgebied van een bevriende mogendheid.
Artikel 107
De Nederlander die vrijwillig in krijgsdienst treedt bij eene buitenlandsche mogendheid, wetende dat deze met het Koninkrijk in oorlog is of in het vooruitzicht van een oorlog met het Koninkrijk, wordt, in het laatste geval indien de oorlog uitbreekt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Artikel 108
Met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren wordt gestraft hij die opzettelijk, in tijd van oorlog, den vijand hulp verleent of den Staat tegenover den vijand benadeelt.
Levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren wordt toegepast indien de dader:
- 1°
eenige kaart, plan, teekening of beschrijving van militaire werken of eenige inlichting betreffende militaire bewegingen of ontwerpen den vijand mededeelt of in handen speelt;
- 2°
als verspieder den vijand dient of een verspieder des vijands opneemt, verbergt of voorthelpt.
Levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren wordt toegepast indien de dader:
- 1°
eenige versterkte of bezette plaats of post, eenig middel van gemeenschap, eenig magazijn, eenigen krijgsvoorraad, enige krijgskas of enige verboden plaats, of wel de vloot of het leger of eenig deel daarvan aan den vijand verraadt, in ‘s vijands macht brengt, vernielt of onbruikbaar maakt, of eenige tot afweer of aanval beraamde of uitgevoerde onderwaterzetting of ander militair werk belet, belemmert of verijdelt;
- 2°
hetzij oproer, hetzij muiterij of desertie onder het krijgsvolk teweegbrengt of bevordert,
Artikel 109
De samenspanning tot een der in artikel 108 omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.
Artikel 110
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft hij die, in tijd van oorlog, zonder oogmerk om den vijand hulp te verleenen of den Staat tegenover den vijand te benadeelen, opzettelijk:
- 1°
een verspieder des vijands opneemt, verbergt of voorthelpt;
- 2°
desertie van een krijgsman, in dienst van het Koninkrijk teweegbrengt of bevordert.
Artikel 111
Hij die in tijd van oorlog eenige bedriegelijke handeling pleegt bij levering van benoodigdheden ten dienste van de krijgsmacht, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met het opzicht over de levering der goederen belast, de bedriegelijke handeling opzettelijk toelaat.
Artikel 112
Bij veroordeeling wegens het in artikel 97 omschreven misdrijf kan ontzetting van de in artikel 32, N°. 1–4, vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 99–109 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 32, N°. 1–3, vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling wegens het in artikel 111 omschreven misdrijf, kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft en van de in artikel 32, N°. 1–4, vermelde rechten, en kan de openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak worden gelast.
Artikel 113
De straffen gesteld op de in de artikelen 108–111 omschreven feiten, zijn toepasselijk indien een dier feiten wordt gepleegd tegen of met betrekking tot de bondgenooten van den Staat in een gemeenschappelijken oorlog.
Artikel 113a
Indien een misdrijf, strafbaar gesteld in artikel 101, eerste lid, 102, eerste en tweede lid, is begaan met een terroristisch oogmerk, wordt de in dat artikel bepaalde tijdelijke gevangenisstraf met de helft verhoogd en wordt, indien op het misdrijf een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren is gesteld, levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vierentwintig jaren opgelegd.