-
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van eene daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
-
Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, worden de voor den verdachte gunstigste bepalingen toegepast.
Wetboek van Strafrecht BES Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 23-03-2026.
Inhoud
Eerste boek Algemeene bepalingen
Titel I Omvang van de werking der strafwet
Titel II Straffen
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 17a
- Artikel 17b
- Artikel 17c
- Artikel 17d
- Artikel 17e
- Artikel 17f
- Artikel 17g
- Artikel 17h
- Artikel 17i
- Artikel 17j
- Artikel 17k
- Artikel 18
- Artikel 18a
- Artikel 18b
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 27a
- Artikel 27b
- Artikel 27c
- Artikel 28
- Artikel 28a
- Artikel 28b
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 31bis
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 35a
- Artikel 35b
- Artikel 36
- Artikel 36a
- Artikel 36b
- Artikel 37
- Artikel 38
Titel IIa Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Titel III Uitsluiting, vermindering en verhooging der strafbaarheid
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking der klachte bij misdrijven alleen op klachte vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIIIa Bijzondere bepalingen voor jeugdigen
Titel IX Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
- Artikel 80
- Artikel 80a
- Artikel 81
- Artikel 82
- Artikel 82bis
- Artikel 82b
- Artikel 82c
- Artikel 82d
- Artikel 82e
- Artikel 83
- Artikel 84
- Artikel 84a
- Artikel 84b
- Artikel 84c
- Artikel 84d
- Artikel 85
- Artikel 86
- Artikel 86bis
- Artikel 87
- Artikel 88
- Artikel 89
- Artikel 89a
- Artikel 90
- Artikel 90a
- Artikel 90b
- Artikel 91
- Artikel 92
- Artikel 93
- Artikel 94
- Artikel 95
- Artikel 95bis
- Artikel 95ter
- Artikel 95c
- Artikel 95d
Tweede boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van den Staat
- Artikel 97
- Artikel 98
- Artikel 99
- Artikel 99bis
- Artikel 100
- Artikel 101
- Artikel 102
- Artikel 103
- Artikel 103a
- Artikel 104
- Artikel 104a
- Artikel 104b
- Artikel 104c
- Artikel 104d
- Artikel 105
- Artikel 106
- Artikel 106a
- Artikel 106b
- Artikel 107
- Artikel 108
- Artikel 109
- Artikel 110
- Artikel 111
- Artikel 112
- Artikel 113
- Artikel 113a
Titel II Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
- Artikel 136bis
- Artikel 136ter
- Artikel 136quater
- Artikel 136quinquies
- Artikel 137
- Artikel 138
- Artikel 138a
- Artikel 139
- Artikel 140
- Artikel 140a
- Artikel 140bis
- Artikel 141
- Artikel 142
- Artikel 143
- Artikel 143a
- Artikel 143b
- Artikel 143c
- Artikel 143d
- Artikel 143e
- Artikel 144
- Artikel 144a
- Artikel 144b
- Artikel 145
- Artikel 145a
- Artikel 145b
- Artikel 145c
- Artikel 145d
- Artikel 145e
- Artikel 146
- Artikel 146a
- Artikel 147
- Artikel 147bis
- Artikel 148
- Artikel 149
- Artikel 150
- Artikel 151
- Artikel 152
- Artikel 153
- Artikel 154
- Artikel 155
- Artikel 156
- Artikel 157
Titel VI Tweegevecht
Titel VII Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
- Artikel 163
- Artikel 164
- Artikel 165
- Artikel 166
- Artikel 167
- Artikel 167a
- Artikel 167b
- Artikel 167c
- Artikel 167d
- Artikel 167e
- Artikel 167f
- Artikel 168
- Artikel 168a
- Artikel 169
- Artikel 170
- Artikel 171
- Artikel 172
- Artikel 173
- Artikel 174
- Artikel 175
- Artikel 176
- Artikel 177
- Artikel 178
- Artikel 179
- Artikel 179a
- Artikel 179b
- Artikel 180
- Artikel 181
- Artikel 182
- Artikel 182a
- Artikel 182b
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
- Artikel 183
- Artikel 183a
- Artikel 184
- Artikel 184a
- Artikel 185
- Artikel 186
- Artikel 187
- Artikel 188
- Artikel 189
- Artikel 190
- Artikel 190a
- Artikel 191
- Artikel 192
- Artikel 193
- Artikel 194
- Artikel 195
- Artikel 196
- Artikel 196a
- Artikel 197
- Artikel 198
- Artikel 198a
- Artikel 198b
- Artikel 198c
- Artikel 198d
- Artikel 199
- Artikel 200
- Artikel 201
- Artikel 202
- Artikel 203
- Artikel 203a
- Artikel 203b
- Artikel 203c
- Artikel 203d
- Artikel 204
- Artikel 205
- Artikel 206
- Artikel 207
- Artikel 208
- Artikel 209
- Artikel 210
- Artikel 211
- Artikel 212
Titel IX Meineed
Titel X Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valschheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen den burgerlijken staat
Titel XIV Misdrijven tegen de zeden
- Artikel 244
- Artikel 245
- Artikel 246
- Artikel 246bis
- Artikel 247
- Artikel 248
- Artikel 249
- Artikel 250
- Artikel 251
- Artikel 252
- Artikel 253
- Artikel 254
- Artikel 255
- Artikel 256
- Artikel 256a
- Artikel 256b
- Artikel 256c
- Artikel 256d
- Artikel 257
- Artikel 258
- Artikel 259
- Artikel 260
- Artikel 261
- Artikel 263
- Artikel 264
- Artikel 265
- Artikel 266
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Beleediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXa Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en strooperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging van goederen
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
- Artikel 372bis
- Artikel 372ter
- Artikel 373
- Artikel 374
- Artikel 374bis
- Artikel 374ter
- Artikel 374quater
- Artikel 375
- Artikel 376
- Artikel 377
- Artikel 378
- Artikel 379
- Artikel 380
- Artikel 380a
- Artikel 381
- Artikel 382
- Artikel 383
- Artikel 384
- Artikel 385
- Artikel 386
- Artikel 387
- Artikel 388
- Artikel 389
- Artikel 390
- Artikel 390bis
- Artikel 391
- Artikel 392
- Artikel 393
- Artikel 394
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
- Artikel 395
- Artikel 396
- Artikel 397
- Artikel 398
- Artikel 399
- Artikel 399a
- Artikel 399b
- Artikel 399c
- Artikel 399d
- Artikel 400
- Artikel 401
- Artikel 402
- Artikel 403
- Artikel 403bis
- Artikel 403ter
- Artikel 404
- Artikel 405
- Artikel 406
- Artikel 407
- Artikel 408
- Artikel 409
- Artikel 410
- Artikel 411
- Artikel 412
- Artikel 413
- Artikel 414
- Artikel 415
- Artikel 416
- Artikel 417
- Artikel 418
- Artikel 419
- Artikel 420
- Artikel 421
- Artikel 422
- Artikel 423
- Artikel 424
- Artikel 425
- Artikel 426
- Artikel 427
- Artikel 428
- Artikel 429
- Artikel 430
- Artikel 430a
- Artikel 430b
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXb Financieren van terrorisme
Titel XXXI Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels gemeen
Derde boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
- Artikel 448bis
- Artikel 448b
- Artikel 448c
- Artikel 448d
- Artikel 449
- Artikel 450
- Artikel 451
- Artikel 452
- Artikel 453
- Artikel 454
- Artikel 454a
- Artikel 454b
- Artikel 454c
- Artikel 455
- Artikel 455bis
- Artikel 455ter
- Artikel 455quater
- Artikel 455quinquies
- Artikel 456
- Artikel 457
- Artikel 457bis
- Artikel 457ter
- Artikel 458
- Artikel 459
- Artikel 460
- Artikel 461
- Artikel 461a
- Artikel 462
Titel III Overtreding betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende den burgerlijken staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VI Overtredingen betreffende de zeden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen
Titel I
Artikel 2
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op ieder die zich binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan eenig strafbaar feit schuldig maakt.
Artikel 3
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op ieder, die zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig aan enig strafbaar feit schuldig maakt.
Artikel 4
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op ieder die zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba schuldig maakt:
- 1°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 97–102, 103a onder 1°, 104, 104a–104d, 111 en 114 tot en met 116;
- 1bis°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 137, 138, 139, 140 en 195, indien het strafbare feit of het misdrijf waarvan in die artikelen wordt gesproken, is een misdrijf als onder 1° bedoeld;.
- 2°
aan eenig misdrijf ten opzichte van muntspeciën, munt- of bankbiljetten, van rijkswege uitgegeven zegels of merken;
- 3°
aan valschheid in schuldbrieven of certificaten van schuld van de Nederlandse staat, de talons, dividend- of rentebewijzen tot deze stukken behoorende, en de bewijzen uitgegeven in plaats van deze stukken, inbegrepen, of aan het opzettelijk gebruik maken van zoodanig valsch of vervalscht stuk als ware het echt en onvervalscht;
- 4°
aan een van de misdrijven omschreven in de artikelen 222, tweede lid, 395–399, 424 en 425 of aan de overtreding omschreven in artikel 465a;
- 4bis°
aan het misdrijf omschreven in artikel 213a;
- 5°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 140a, 146, 146a, 168, 168a, 170, 172, 174, 179a, 195, 197, 298, 300, 301, 301a, 302, 313, 314, 314a, 314b, 315, 316, 366, 370, 395 of 399a tot en met 399d, in artikel 9, eerste lid, van de Wet Verdrag Chemische Wapens BES, voor zover het feit valt onder de omschrijving van artikel 1 van het op 10 september 2010 te Beijing tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen betreffende de burgerluchtvaart (Trb. 2013, 134) of van artikel II van het op 10 september 2010 te Beijing tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen (Trb. 2013, 133) en hetzij de verdachte zich op het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba bevindt, hetzij het feit is gepleegd tegen een Nederlander.
- 6°
aan de misdrijven omschreven in de artikelen 146, 163, 167c, 172, 174, 179a, 195, 298, 300, 301, 302, 315, 316, 366, 370, 372, 399a, vierde lid, 399b, tweede lid, 399c en 428, indien het feit is begaan tegen een Nederlands zeegaand vaartuig, hetzij tegen of aan boord van enig ander zeegaand vaartuig en de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 167c, 179a, 298, 300, 301, 302, 315, 316, 366, 370, 372, 399a, vierde lid, en 399b, tweede lid, begaan op of tegen een installatie ter zee, wanneer de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
- 7°
aan een der misdrijven, omschreven in artikel 124a, 124b, 124c en 298, voor zover het feit is gepleegd tegen een in Nederlandse dienst zijnde, of tot zijn gezin behorende, internationaal beschermd persoon als bedoeld in artikel 90b, eerste lid, of tegen diens beschermde goederen;
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 124a, 124b, 124c, 295ao, en 298, voor zover het feit is gepleegd tegen een internationaal beschermd persoon als bedoeld in artikel 90b, tweede lid, die Nederlander is, of tegen diens beschermde goederen;
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 124a, 124b, 124c, en 298, voor zover het feit is gepleegd tegen een internationaal beschermd persoon als bedoeld in artikel 90b, eerste of tweede lid, of tegen diens beschermde goederen, wanneer de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
- 8°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 183 en 183a, voor zover het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een ambtenaar van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en daarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld;
- 9°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 183, 183a, 230, 232b en 336a, voor zover het feit is gepleegd door een Nederlander en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld;
- 10°
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 183, 183a, 230, 232b en 336a, voor zover het feit is gepleegd door een ambtenaar van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of door een persoon in de openbare dienst van een in één van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigde volkenrechtelijke organisatie en daarop door de wet van het land waar het is begaan, straf is gesteld;
- 10bis°
aan het misdrijf, omschreven in artikel 295ao, wanneer hetzij het feit is begaan met het oogmerk een overheid van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba te dwingen een handeling te verrichten of zich te onthouden van het verrichten daarvan, hetzij de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
- 11°
aan een terroristisch misdrijf dan wel een van de misdrijven, omschreven in de artikelen 123, 124a, 124c, 129, 130, 146, 163, 167, 167a, 167c, 167d, 168, 168a, 172, 174, 176, 178, 179a, 298, 300, 301, 302, 366, 367a, 368, 370, 399a, 399b en 399d, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 15 december 1997 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (Trb. 1998, 84) en indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander, dan wel indien de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
- 12°
aan het misdrijf omschreven in artikel 421, en het feit is gericht tegen een Nederlander, dan wel indien de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
- 13°
aan een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is gepleegd met het oogmerk de bevolking of een deel der bevolking van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba vrees aan te jagen of enige overheid in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, of fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren in enig eilandgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ernstig te ontwrichten of te vernietigen;
- 14°
aan een misdrijf ter voorbereiding of ter vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is gepleegd met het oogmerk een terroristisch misdrijf als in onderdeel 13° omschreven voor te bereiden of gemakkelijk te maken;
- 15°
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 163, 167c, 297, eerste lid, 297a, 298, 323, 324, 324a, 325, 330, 331, 334, 335 en 339, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 7 van het op 3 maart 1980 te Wenen/New York totstandgekomen Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 1980, 166), wanneer de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
- 16°
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 167c, 179a, 297, eerste lid, 297a, 298, 323, 324, 325, 330 en 331, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 13 april 2005 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme (Trb. 2005, 290) en hetzij het feit is gepleegd tegen een Nederlander, hetzij de verdachte zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt;
- 17°
aan enig strafbaar feit waardoor de veiligheid van een luchtvaartuig, de veiligheid van personen of goederen aan boord of de goede orde en discipline aan boord in gevaar wordt gebracht, indien het strafbare feit is begaan aan boord van een luchtvaartuig waarvan het laatste punt van opstijgen of het volgende beoogde landingspunt zich bevindt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en dat luchtvaartuig vervolgens in een van die openbare lichamen landt met de verdachte aan boord.
Artikel 4a
-
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op ieder tegen wie de strafvervolging door de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van een vreemde staat is overgenomen op grond van een verdrag waaruit de bevoegdheid tot strafvervolging voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba volgt.
-
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is voorts toepasselijk op ieder wiens uitlevering ter zake van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, ontoelaatbaar is verklaard, is afgewezen of geweigerd.
Artikel 5
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op den ingezetene van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba schuldig maakt:
- 1°
aan een der misdrijven omschreven in de Titels I en II van het Tweede Boek, in de artikelen 203a tot en met 203c, 212, 242, 285 en 286 alsmede – voor zover het betreft een misdrijf, gericht tegen de rechtspleging van het Internationaal Strafhof, als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het op 17 juli 1998 te Rome tot stand gekomen Statuut van Rome inzake het Internationale Strafhof (Trb. 2000, 120) – in de artikelen 183, 183a, 184, 185, 186, 195, 206, 213a, 298b en 377;
- 2°
aan een feit hetwelk door de strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land, waar het begaan is, straf is gesteld. De vervolging kan ook plaats hebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit ingezetene van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt.
- 3°
aan een terroristisch misdrijf, dan wel een van de misdrijven omschreven in de artikelen 230, derde lid, 324, eerste lid, onder 6°, alsmede 330, tweede lid,in samenhang met artikel 325, tweede lid onder 2°. De tweede volzin van het onder 2° gestelde is van toepassing;
- 4°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 246bis, 248 tot en met 258 en 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 313 tot en met 316, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. De tweede volzin van het onder 2° gestelde is van overeenkomstige toepassing.
- 5°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 144a, 144b, 145c, 145d, 167sexies, 230, 231, 232, 246, 246bis, 339, 339c, 366, 367a en 368, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18, en 2004, 290), en een der misdrijven omschreven in de artikelen 143a tot en met 143c, 273, 274, 278, 297 en 298, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 3 tot en met 6 van het op 28 januari 2003 te Straatsburg totstandgekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met electronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen;
- 6°
aan een der misdrijven, omschreven in artikel 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd buiten de rechtsmacht van enige staat;
- 7°
aan het misdrijf omschreven in artikel 242;
- 8°
aan het misdrijf omschreven in artikel 297, eerste lid;
- 9°
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 137, 138, 140a en 211, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het op 16 mei 2005 te Warschau tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34);
- 10°
aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 140a, 146a en 435e, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 2 tot en met 6 van het op 22 oktober 2015 te Riga tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180).
Artikel 5a
-
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op de vreemdeling die in de openbare lichamen een vaste woon- of verblijfplaats heeft en zich buiten de openbare lichamen schuldig maakt:
- 1°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 246bis, 248 tot en met 258 en 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 313 tot en met 316, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
- 2°
aan een der misdrijven omschreven in 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, en op het feit door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld;
- 3°
aan een der misdrijven omschreven in 286f, voor zover het feit is gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd buiten de rechtsmacht van enige staat;
- 4°
aan het misdrijf omschreven in artikel 242;
- 5°
aan het misdrijf omschreven in artikel 297, eerste lid.
- 1°
-
In de gevallen, omschreven in het eerste lid, onderdelen 1°, 2°, 3° en 5° kan de vervolging ook plaatshebben, indien de verdachte eerst na het begaan van het feit een vaste woon- of verblijfplaats in de openbare lichamen heeft gekregen.
Artikel 5b
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op ieder die zich schuldig maakt:
- 1°
aan een der misdrijven omschreven in artikel 286f, en in de artikelen 236, 334, 366 en 431 tot en met 432bis, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 20 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag inzake bestrijding van mensenhandel, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander;
- 2°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 246bis, 248 tot en met 254, 256 tot en met 258 en 286f, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vast woon- of verblijfplaats heeft die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
- 3°
aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 313 tot en met 316, voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft;
- 4°
aan het misdrijf omschreven in artikel 297, eerste lid, indien het feit is gepleegd tegen een Nederlander of een vreemdeling die in Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft.
Artikel 6
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op:
- 1°
de ambtenaar van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die zich buiten de openbare lichamen schuldig maakt aan een der misdrijven omschreven in Titel XXVIII van het Tweede Boek;
- 2°
de persoon in de openbare dienst van een in de openbare lichamen gevestigde volkenrechtelijke organisatie die zich buiten de openbare lichamen schuldig maakt aan een der misdrijven omschreven in de artikelen 378 tot en met 380a.
Artikel 7
De strafwet van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is toepasselijk op den schipper en de opvarenden van een Nederlandsch vaartuig, die zich buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook buiten boord, schuldig maken aan een der strafbare feiten, omschreven in Titel XXIX van het Tweede Boek en Titel IX van het Derde Boek.
Artikel 8
De toepasselijkheid van de artikelen 2–7 wordt beperkt door de uitzonderingen in het volkenrecht erkend.