Wetboek van Strafrecht BES Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 23-03-2026.

Inhoud
Eerste boek Algemeene bepalingen
Titel I Omvang van de werking der strafwet
Titel II Straffen
Titel IIa Onttrekking aan het verkeer, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en schadevergoeding
Titel III Uitsluiting, vermindering en verhooging der strafbaarheid
Titel IV Poging en voorbereiding
Titel V Deelneming aan strafbare feiten
Titel VI Samenloop van strafbare feiten
Titel VII Indiening en intrekking der klachte bij misdrijven alleen op klachte vervolgbaar
Titel VIII Verval van het recht tot strafvordering en van de straf
Titel VIIIa Bijzondere bepalingen voor jeugdigen
Titel IX Beteekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen
Slotbepaling
Tweede boek Misdrijven
Titel I Misdrijven tegen de veiligheid van den Staat
Titel II Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid
Titel III Misdrijven tegen hoofden van bevriende Staten en andere internationaal beschermde personen
Titel IV Misdrijven betreffende de uitoefening van staatsplichten en staatsrechten
Titel V Misdrijven tegen de openbare orde
Titel VI Tweegevecht
Titel VII Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht
Titel VIII Misdrijven tegen het openbaar gezag
Titel IX Meineed
Titel X Valschheid in muntspeciën en munt- en bankbiljetten
Titel XI Valschheid in zegels en merken
Titel XII Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken
Titel XIII Misdrijven tegen den burgerlijken staat
Titel XIV Misdrijven tegen de zeden
Titel XV Verlating van hulpbehoevenden
Titel XVI Beleediging
Titel XVII Schending van geheimen
Titel XVIII Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Titel XIX Misdrijven tegen het leven gericht
Titel XIXa Afbreking van zwangerschap
Titel XX Mishandeling
Titel XXI Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld
Titel XXII Diefstal en strooperij
Titel XXIII Afpersing en afdreiging
Titel XXIV Verduistering
Titel XXV Bedrog
Titel XXVI Benadeeling van schuldeischers en rechthebbenden
Titel XXVII Vernieling of beschadiging van goederen
Titel XXVIII Ambtsmisdrijven
Titel XXIX Scheepvaart- en luchtvaartmisdrijven
Titel XXX Begunstiging
Titel XXXa Witwassen
Titel XXXb Financieren van terrorisme
Titel XXXI Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels gemeen
Derde boek Overtredingen
Titel I Overtredingen betreffende de algemeene veiligheid van personen en goederen
Titel II Overtredingen betreffende de openbare orde
Titel III Overtreding betreffende het openbaar gezag
Titel IV Overtredingen betreffende den burgerlijken staat
Titel V Overtreding betreffende hulpbehoevenden
Titel VI Overtredingen betreffende de zeden
Titel VII Overtredingen betreffende de veldpolitie
Titel VIII Ambtsovertredingen
Titel IX Scheepvaartovertredingen

Derde boek

Overtredingen

Artikel 439

  1. Baldadigheid tegen personen of goederen, waardoor gevaar, nadeel of ongerief kan worden teweeggebracht, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

  2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 440

Met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die een dier aanhitst op een mensch, op een dier dat bereden wordt of op een dier dat voor een rij- of voertuig gespannen is;

  2. hij die een onder zijne hoede staand dier, wanneer het een mensch, een dier dat bereden wordt of een dier dat voor een rij- of voertuig gespannen is, aanvalt, niet terughoudt;

  3. hij die geene voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijne hoede staand gevaarlijk dier.

Artikel 441

Hij die, belast met het toezicht over een psychiatrische patiënt, gevaarlijk voor zich zelven of voor anderen, dezen zonder opzicht laat rondwaren, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 442

  1. Hij die, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert, hetzij in het openbaar het verkeer belemmert of de orde verstoort, hetzij eens anders veiligheid bedreigt, hetzij eenige handeling verricht waarbij, tot voorkoming van gevaar voor leven of gezondheid van derden, bijzondere omzichtigheid of voorzorgen worden vereischt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen of een geldboete van de eerste categorie.

  2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke of de in* artikel 474 omschreven overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste twee weken.

Artikel 443

Hij die wederrechtelijk op den openbaren weg een ander in zijne vrijheid van beweging belemmert of met een of meer anderen zich aan een ander tegen diens uitdrukkelijk verklaarden wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 444

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die niet zorgt dat eene door hem of op zijn last op een openbaren weg gedane op- of uitgraving of een door hem of op zijn last op den openbaren weg geplaatst voorwerp behoorlijk verlicht en van de gebruikelijke teekenen voorzien is;

  2. hij die bij eene verrichting op of aan den openbaren weg niet de noodige maatregelen neemt om voorbijgangers tegen mogelijk gevaar te waarschuwen;

  3. hij die iets plaatst op of aan, of werpt of uitgiet uit een gebouw op zoodanige wijze dat door of ten gevolge daarvan iemand die van den openbaren weg gebruik maakt, nadeel kan ondervinden;

  4. hij die op den openbaren weg een rij-, trek- of lastdier laat staan, zonder de noodige voorzorgsmaatregelen tegen het aanrichten van schade te hebben genomen.

Artikel 445

Hij die zonder verlof van het bevoegd gezag eenigen openbaren land- of waterweg verspert of het verkeer daarop belemmert, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 446

Hij die zonder verlof van de gezaghebber een of meer eigen onroerende zaken of een eigen vaartuig in brand steekt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Deze bepaling is niet van toepassing op het buiten Willemstad in brand steken van boomen of gewassen.

Artikel 447

Met hechtenis van ten hoogste zes weken of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die zonder genoegzame voorzorg vuur op de zeestranden aanbrengt of achterlaat;

  2. hij die zonder genoegzame voorzorg vuur op terreinen van anderen, niet vallende onder die sub 1° bedoeld, aanbrengt of achterlaat;

  3. hij die zonder genoegzame voorzorg vuur op eigen onbebouwd terrein aanbrengt of achterlaat; Onder eigen terrein wordt hier begrepen terrein waarvan hij, door wien of op wiens last het vuur is aangebracht of achtergelaten, recht van gebruik of genot heeft.

  4. hij die zonder noodzaak vuur in of nabij beplantingen van anderen aanbrengt.

Artikel 448

Met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die een vuurwapen afschiet, een vuurwerk ontsteekt of een vuur aanlegt, voedt of onderhoudt op zoo korten afstand van gebouwen of goederen dat daardoor brandgevaar kan ontstaan;

  2. hij die een luchtbol oplaat, waarvan brandende stoffen gehecht zijn;

  3. hij die door gebrek aan de noodige omzichtigheid of voorzorg gevaar voor bosch- of grasbrand doet ontstaan;

  4. hij die zich zodanig gedraagt dat gevaar voor het luchtverkeer wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer in de lucht wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

Artikel 448a

  1. Hij die voorwerpen binnen een gesticht of een afdeling daarvan waarop de Wet beginselen gevangeniswezen BES van toepassing is, brengt of tracht te brengen waarvan het bezit binnen dat gesticht of die afdeling verboden is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

  2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die niet overeenkomstig de daarvoor geldende regels voorwerpen binnen een gesticht of afdeling als bedoeld in het eerste lid brengt of tracht te brengen.

Artikel 448bis

Hij die op eene van den openbaren weg zichtbare plaats woorden of afbeeldingen stelt of gesteld houdt, die, als smalende Godslasteringen, voor godsdienstige gevoelens krenkend zijn, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 448b

  1. Hij die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf personen discrimineert wegens hun ras, hun godsdienst, hun levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

  2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij wiens handelen of nalaten in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf zonder redelijke grond, ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat ten aanzien van personen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast.

Artikel 448d

Hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op een verboden plaats bevindt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 449

Hij die zonder verlof van het bevoegd gezag eene opneming doet, eene teekening of beschrijving maakt van eenig militair werk, of die openbaar maakt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 450

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die burengerucht verwekt;

  2. hij die rumoer verwekt waardoor de nachtrust kan worden verstoord;

  3. hij die in de nabijheid van gebouwen voor eene geoorloofde godsdienstoefening of voor rechtspraak bestemd, tijdens er dienst wordt gedaan of zitting wordt gehouden, rumoer maakt waardoor de dienst of de zitting kan worden verstoord.

Artikel 451

Met hechtenis van ten hoogste zes weken wordt gestraft:

  1. als schuldig aan bedelarij, hij die in het openbaar bedelt;

  2. als schuldig aan landlooperij, hij die zonder middelen van bestaan rondzwerft;

  3. hij die als souteneur uit de ontucht van eene vrouw voordeel trekt.

Artikel 452

Bedelarij of landlooperij, gepleegd door drie of meer personen boven den leeftijd van zestien jaren, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden.

Artikel 453

Indien tijdens het plegen van een der in de twee vorige artikelen omschreven overtredingen nog geen jaar is verloopen sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene van die overtredingen onherroepelijk is geworden, kan de straf worden verdubbeld.

Artikel 454

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn een Nederlandschen adellijken titel voert of een Nederlandsch ordeteeken draagt;

  2. hij die zonder ‘s Konings verlof, waar dit vereischt wordt, een vreemd ordeteeken, titel, rang of waardigheid aanneemt;

  3. hij die, door het bevoegd gezag naar zijn naam wordt gevraagd, een valschen naam opgeeft.

Artikel 454a

Hij die in het openbaar kleedingstukken of onderscheidingsteekenen draagt of voert, welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 454b

Hij, die zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van woorden, uitdrukkingen of kentekenen, die aanduiden of de indruk wekken, dat zij optreden is bevorderd dan wel de steun of de erkenning geniet van rijkswege, vanwege een openbaar lichaam, vanwege Nederland een buitenlandse mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 454c

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt van het roode kruis teken of van de woorden «Rode Kruis» of «Kruis van Genève», of van daarmede door de wetten en gebruiken van de oorlog gelijkgestelde tekens of woorden,wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 455

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt, zij het ook met eene geringe afwijking, van een naam of van een onderscheidingsteeken, waarvan het gebruik krachtens wettelijk voorschrift uitsluitend aan eenige vereniging of aan het personeel van eenige vereeniging of aan het personeel van den geneeskundigen dienst des legers is toegekend, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 455bis

De bestuurder of commissaris van eene naamloze vennootschap, eene besloten vennootschap of een ander in haar dienst, die in strijd handelt met eenige wettelijk voorschrift betreffende de vermelding van den naam, de plaats van vestiging of het kapitaal der vennootschap, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 455ter

De bestuurder van eene naamloze vennootschap of eene besloten vennootschap, die niet voldoet aan enige hem bij Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES opgelegde verplichting betreffende het register van aandeelhouders, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 455quater

De bestuurder van een naamloze vennootschap,of besloten vennootschap die niet voldoet aan eenige hem bij Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES opgelegde verplichting betreffende het opmaken van de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting, de openbaarmaking of nederlegging ter inzage van enig stuk, of de aankondiging van dergelijke nederlegging, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee jaar of geldboete van de derde categorie.

Artikel 456

Hij die, niet toegelaten tot de uitoefening van een beroep, waartoe bij wet eene toelating wordt gevorderd, buiten noodzaak dat beroep uitoefent, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Hij die, toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe bij wet eene toelating wordt gevorderd, buiten noodzaak in de uitoefening van dat beroep de grenzen zijner bevoegdheid overschrijdt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van een overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, in het geval van het eerste lid hechtenis van ten hoogste twee maanden, in het geval van het tweede lid hechtenis van ten hoogste eene maand worden opgelegd.

Artikel 457

Met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft de goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkooper of tagrijn:

  1. die geen doorlopend register houdt of in het door hem gehouden niet onverwijld aantekeningen houdt van alle door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen, of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, of daarin niet onverwijld vermeldt de koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging, de namen en woonplaatsen dergenen van wie degenen uit wier handen de goederen zijn verkregen, of die nalaat dat register op eerste aanvrage ter inzage te vertonen aan de gezaghebber of een door hem aangewezen ambtenaar;

  2. die enig bij algemene maatregel van bestuur, gegeven voorschrift omtrent het daarvan te houden register overtreedt.

Artikel 457bis

Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkooper of tagrijn:

  1. die eenig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van een kind dat den leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

  2. die eenig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van iemand van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij is opgenomen in een strafinrichting, opvoedingsgesticht, weeshuis of psychiatrisch ziekenhuis;

  3. die eenig voorwerp koopt, inruilt, als geschenk aanneemt of in pand, gebruik of bewaring neemt van of uit handen van een hem onbekend persoon, tenzij blijkt dat diens naam en woonplaats juist zijn opgegeven of dat de opgaven betreffende diens naam en woonplaats redelijkerwijs als juist mochten worden aanvaard;

  4. die nalaat behoorlijke voorzorgsmaatregelen te nemen of behoorlijk toezicht te oefenen of te doen oefenen, om te voorkomen dat een voor hem handelende persoon een feit begaat als onder n°. 1–3 omschreven;

  5. voor of door wien eenig voorwerp dat hij hem door of vanwege justitie of politie met duidelijke omschrijving schriftelijk als door misdrijf aan den rechthebbende onttrokken of verloren is aangegeven, wordt verkocht, ingeruild, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen;

  6. die aan een hem schriftelijk uitgereikten last van of vanwege de gezaghebber tot het gedurende een daarbij aangegeven tijd, veertien dagen niet te boven gaande, bewaren of in bewaring gegeven van eenig voorwerp dat hij onder zich heeft, of aan eene hem hij dien last gegeven aanwijzing geen gevolg geeft;

  7. die nalaat de van hem bij schriftelijke vordering van of vanwege de gezaghebber gevraagde opgaven betreffende door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik, genomen goederen binnen den termijn, bij de vordering gesteld, naar waarheid te verschaffen.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan den voor een goud- of zilversmid, kashouder, horlogemaker, rijwielhandelaar, uitdrager, opkooper of tagrijn handelenden persoon, die een feit begaat, als in het voorgaande lid onder n°. 1–3 omschreven.

De schuldige kan worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij de overtreding begaan heeft.

Voor de toepassing van n°. 3 van het eerste lid wordt een persoon als onbekend aangemerkt, indien degene die het voorwerp heeft gekocht, ingeruild, als geschenk heeft aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen, dien persoon aan de gezaghebber of aan een door dezen aangewezen ambtenaar op eerste aanvrage niet voldoende aanduidt.

Artikel 457ter

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die van opkoopen een beroep of eene gewoonte maakt, zonder daarvan te voren de gezaghebber of een door hem aangewezen ambtenaar schriftelijk in kennis te hebben gesteld.

Artikel 458

Hij die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen en geen doorloopend register houdt, of nalaat in dat register aan te teekenen of te doen aanteekenen de namen,beroep of betrekking, woonplaats, dag van aankomst en van vertrek van de personen, die een nacht in zijn huis hebben doorgebracht, of die nalaat dat register op aanvrage te vertoonen, aan de gezaghebber of aan den door dezen aangewezen ambtenaar, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van geldboete, hechtenis van ten hoogste zes dagen wordt opgelegd.

Artikel 459

Met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die van een krijgsman beneden den rang van officier goederen behoorende tot de kleeding, uitrusting of wapening koopt, inruilt, als geschenk aanneemt, in pand, gebruik of bewaring neemt, of zoodanige goederen voor een krijgsman beneden den rang van officier verkoopt, ruilt, ten geschenke, in pand, gebruik of bewaring geeft, zonder schriftelijke vergunning door of vanwege den bevelvoerenden officier afgegeven;

  2. hij die, een gewoonte makende van het koopen van zoodanige goederen, de bij algemene maatregel van bestuur, gegeven voorschriften omtrent het daarvan te houden register niet naleeft.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kunnen de straffen worden verdubbeld.

Artikel 460

Hij die drukwerken of andere voorwerpen in een vorm die ze op munt- of bankbiljetten, op muntspeciën, op van rijksmerken voorziene platina, gouden of zilveren werken, op postzegels of op reisdocumenten, identiteitsbewijzen als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES of andere identiteitsbewijzen die afgegeven zijn door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang Nederlandse identiteitskaarten of vervangende Nederlandse identiteitskaarten doet gelijken, vervaardigt, verspreidt of ter verspreiding in voorraad heeft, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 461

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij die den inhoud van hetgeen door middel van een onder zijn beheer staand of door hem gebruikt ontvangtoestel voor draadloze telegrafie of telefonie is opgevangen en, naar hij redelijkerwijs moet vermoeden, niet voor hem of voor het publiek bestemd is, hetzij aan een ander mededeelt, indien hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat dan openlijke bekendmaking van den inhoud volgen zal en zoodanige bekendmaking volgt, hetzij openlijk bekend maakt.

Artikel 461a

Hij die openlijk of door verspreiding van enig geschrift ongevraagd een voorwerp als verkrijgbaar dan wel als bij hem voorhanden aanwijst en daarbij de aandacht vestigt op de geschiktheid daarvan als technisch hulpmiddel voor het heimelijk afluisteren, aftappen of opnemen van gesprekken, telecommunicatie of andere gegevensoverdracht door een geautomatiseerd werk of als onderdeel van zulk een hulpmiddel, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 462

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden wordt gestraft:

  1. hij die, surseance van betaling verkregen hebbende, eigenmachtig daden verricht, waartoe de medewerking van bewindvoerders bij wet wordt gevorderd;

  2. de bestuurder of commissaris eener vennootschap, vereniging of stichting,welke surseance van betaling verkregen heeft, die eigenmachtig daden verricht,waartoe de medewerking van bewindvoerders bij wet wordt gevorderd.

Artikel 463

Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 464

Hij die, in zaken van minderjarigen of onder curateele te stellen of gestelde personen of van hen die in een psychiatrisch ziekenhuis zijn opgenomen, als bloedverwant, aangehuwde,* echtgenoot, voogd, curator, voor den rechter geroepen om te worden gehoord, noch in persoon noch, waar dit is toegelaten, door tusschenkomst van een gemachtigde verschijnt, zonder geldige reden van verschooning, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 465

Hij die, bij het bestaan van gevaar voor de algemeene veiligheid van personen of goederen of bij ontdekking van een misdrijf op heeter daad, het hulpbetoon weigert dat de openbare macht van hem vordert en waartoe hij, zonder zich aan dadelijk gevaar bloot te stellen, in staat is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Deze bepaling is, ingeval van gevorderd hulpbetoon bij ontdekking van een misdrijf op heeter daad, niet van toepassing op hem die dat hulpbetoon weigert ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een zijner bloedverwanten of aangehuwden in rechte linie, of in den tweeden of derden graad der zijlinie, of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.

Artikel 465a

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij, die:

  1. nadat hij een bevoegdheid als bedoeld in artikel 522, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES heeft uitgeoefend, dan wel

  2. nadat hem buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een aangehouden verdachte of een inbeslaggenomen voorwerp is overgeleverd, dan wel

  3. nadat hij buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op last van de officier van justitie een persoon heeft aangehouden, niet onverwijld en op de snelst mogelijke wijze de officier van justitie kennis geeft van de gegevens, bedoeld in artikel 522, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering BES, of nalaat te trachten ten spoedigste aanwijzing van de officier van justitie te verkrijgen als bedoeld in het derde lid van dat artikel.

Artikel 466

Hij die eene bekendmaking, vanwege het bevoegd gezag in het openbaar gedaan, wederrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 466a

Met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft:

  1. hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan enige verplichting, opgelegd in artikel 195 in verband met de artikelen 192 en 178, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES of in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 231 van dat wetboek;

  2. hij die het brandmerk, de benaming of kentekens op een teboekstaand schip, voorgeschreven in de onder 1° genoemde algemene maatregel van bestuur, verwijdert, verandert dan wel onduidelijk of onzichtbaar maakt op een andere wijze dan volgens de algemene maatregel van bestuur, geoorloofd is;

  3. hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan de verplichting, opgelegd in artikel 1304, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES, of aan enige verplichting, opgelegd in een algemene maatregel van bestuur, uitgevaardigd krachtens artikel 1321 van dat wetboek.

Artikel 466b

Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, dat hij voorhanden heeft, waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge een wettelijke bepaling moet worden ingeleverd, niet terstond wanneer hem dit mondeling door een daartoe bevoegde ambtenaar is bevolen, danwel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld, inlevert, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.

Artikel 466c

Hij die, anders dan door valsheid in geschrift, aan degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming wordt verleend, gegevens verstrekt die naar hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden niet met de waarheid in overeenstemming zijn, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 466d

Hij die, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, nalaat tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, wordt, indien deze gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 467

Hij die niet voldoet aan eene wettelijke verplichting tot aangifte aan den ambtenaar van den burgerlijken stand voor de registers van geboorte of overlijden, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 468

  1. De bedienaar van den godsdienst die, voordat partijen hem hebben doen blijken dat haar huwelijk ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand is voltrokken, eenige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk verricht, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

  2. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.

Artikel 469

Hij die, getuige van het oogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat dezen die hulp te verleenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zich zelven of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verleenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van den hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 470

Met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die in het openbaar of op eene openbaren weg zichtbare plaats ongekleed of niet voldoende gekleed verschijnt;

  2. hij die in het openbaar voor de eerbaarheid aanstootelijke woorden uit;

  3. hij die op eene van den openbaren weg zichtbare plaats voor de eerbaarheid aanstootelijke woorden of teekeningen stelt.

De terreinen en fabrieken op de plantages en gronden worden als openbare plaatsen beschouwd.

Artikel 471

Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die op of aan plaatsen, voor openbaar verkeer bestemd, eenig geschrift, waarvan de leesbaarheid gestelde titel, omslag of inhoud geschikt is om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, of eenige afbeeldingen of eenig voorwerp, geschikt om zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, openlijk ten toon stelt, aanbiedt of aanslaat;

  2. hij die op of aan plaatsen, voor openbaar verkeer bestemd, de inhoud van eenig geschrift, geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen, openlijk ten gehore brengt.

Met dezelfde straf wordt gestraft:

  1. hij die eenig geschrift, eenige afbeelding of eenig voorwerp, geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen aan een minderjarige aanbiedt, blijvend of tijdelijk afstaat, in handen geeft of vertoont;

  2. hij die de inhoud van een zoodanig geschrift in tegenwoordigheid van een minderjarige ten gehore brengt.

Artikel 474

Hij die zich in kenlijken staat van dronkenschap op den openbaren weg bevindt, wordt gestraft met geldboete de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke of de in artikel 442 omschreven overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van de eerste categorie.

Bij tweede herhaling binnen een jaar nadat de eerste veroordeeling wegens herhaling onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis van ten hoogste twee weken opgelegd.

Bij derde of volgende herhalingen gepleegd telkens binnen een jaar nadat de laatste veroordeeling wegens tweede of volgende herhaling onherroepelijk geworden is, wordt hechtenis opgelegd van ten hoogste drie maanden.

Artikel 475

De verkoper van alcoholhoudende drank of zijn vervanger die in de uitoefening van het beroep aan iemand beneden de achttien jaren alcoholhoudende drank toedient of verkoopt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de tweede catgorie.

Artikel 476

Hij die zonder vergunning van de bevoegde autoriteit, indien vereist, leenhuizen op pand of zekerheid opricht of houdt of zich niet houdt aan de voorwaarden, hem bij of na het geven der vergunning opgelegd, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 477

Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. hij die nodeloos een dier pijn of letsel veroorzaakt, nodeloos een dier kwelt of nodeloos de gezondheid van een dier benadeelt;

  2. hij die nodeloos aan een dier, dat geheel of ten dele aan hem toebehoort en onder zijn toezicht staat, of aan een dier, tot welks verzorging hij verplicht is, de nodige verzorging onthoudt.

Tot de in het voorgaande lid strafbaar gestelde feiten wordt gerekend:

  1. een dier arbeid doen verrichten, welke kennelijk zijn krachten te boven gaat of waartoe het uit hoofde van zijn toestand ongeschikt is;

  2. een dier vervoeren of doen vervoeren zonder dit het nodige levensonderhoud te verschaffen of te doen verschaffen;

  3. het castreren van een dier anders dan door een dierenarts of door een persoon, die daartoe bevoegd verklaard is door of vanwege het bestuurscollege van het eilandgebied binnen welke de castratie wordt uitgevoerd;

  4. rundvee vervoeren, terwijl het is aangebonden met een halstouw of een hoorntouw, anders dan aan de hand;

  5. bij verlossing van een koe een krachttoestel of dierlijke trekkracht gebruiken;

  6. een hond als trekkracht gebruiken;

  7. de oorschelpen van een hond verkleinen;

  8. de staartwervelkolom van een paard verkorten;

  9. in de snuit van een varken een ander voorwerp dan een gladde en roestvrije agrave aan te brengen of aangebracht te laten.

Het dier kan, indien het de schuldige toebehoort, worden verbeurdverklaard.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen drie jaren zijn verlopen, sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een der strafbare feiten, omschreven in dit artikel of in artikel 265, onherroepelijk is geworden, kan hechtenis van ten hoogste drie maanden worden opgelegd.

Artikel 477bis

Met hechtenis van ten hoogste twee weken of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft, hij, die anders dan krachtens vergunning ingevolge artikel 1a van de Wet hazardspelen BES I:

  1. hanengevecht houdt of gelegenheid tot het houden van hanengevecht geeft;

  2. het publiek gelegenheid tot het bijwonen van hanengevecht geeft.

Artikel 478

Hij die gebruik maakt van eene in strijd met de bepaling van artikel 266 opengestelde gelegenheid tot hazardspel, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan in plaats van de geldboete hechtenis van ten hoogste eene maand worden opgelegd.

Artikel 479

Hij die zijn bedrijf maakt van waarzeggen, voorspellen of droomen uitleggen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 480

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zijn niet-uitvliegend pluimgedierte laat loopen in tuinen of op een eenigen grond die bezaaid, bepoot of beplant is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 481

Hij die, die zonder daartoe gerechtigd te zijn, vee laat loopen in tuinen, op eenig weiland, op eenigen grond die hetzij bezaaid, bepoot of beplant is, hetzij ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt of waarvan de oogst nog niet is weggehaald, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 482

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, loopt of rijdt op eenigen grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of die ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt of op eenig weiland, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 483

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, over eens anders grond waarvan de toegang op eene voor hem blijkbare wijze door den rechthebbende is verboden, loopt, rijdt of vee laat loopen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 484

De ambtenaar, bevoegd tot de uitgifte van afschriften of uittreksels van vonnissen, die zoodanig afschrift of uittreksel uitgeeft alvorens het vonnis behoorlijk is onderteekend, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 485

De ambtenaar die zonder verlof van het bevoegd gezag afschrift maakt of uittreksel neemt van geheime overheidsbescheiden of die bekend maakt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 486

Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft de gewezen ambtenaar die zonder verlof van het bevoegd gezag:

  1. overheidsbescheiden onder zich houdt;

  2. afschriften maakt of uittreksels neemt van geheime overheidsbescheiden of die bekend maakt.

Artikel 487

Het hoofd van een gesticht, bestemd tot opsluiting van veroordeelden, voorloopig aangehoudenen of gegijzelden, of van een opvoedingsgesticht of psychiatrisch ziekenhuis, die iemand in het gesticht opneemt of houdt, zonder zich het bevel van de bevoegde macht of de rechtelijke uitspraak te hebben laten vertoonen, of die nalaat van deze opneming en van het bevel of de uitspraak op grond waarvan zij geschiedt, in zijne registers de vereischte inschrijving te doen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 489

De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat vóór de voltrekking van een huwelijk zich de bewijsstukken of verklaringen te laten geven die door enig wettelijk voorschrift worden gevorderd, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 490

De ambtenaar van den burgerlijken stand die in strijd handelt met eenig wettelijk voorschrift of voorschrift omtrent de registers of de akten van den burgerlijken stand of omtrent de formaliteiten voor of bij voltrekking van een huwelijk, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 491

De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat eene akte in de registers in te schrijven of eene akte op een los blad schrijft, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 491a

Hij die het bepaalde bij artikel 541 van het Wetboek van Strafvordering BES overtreedt wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 492

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. de ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat het bevoegd gezag de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hem vordert;

  2. de ambtenaar die nalaat aan den ambtenaar van den burgerlijken stand de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hem vordert.

Artikel 492a

Onder ambtenaar van de burgerlijke stand wordt ten aanzien van de artikelen 490–492 verstaan een ieder die ingevolge enig wettelijk voorschrift met de bewaring van een register van de burgerlijke stand is belast.

Artikel 493

De schipper van een Nederlands vaartuig, die vertrekt alvorens de bij wet vereiste monsterrol is opgemaakt en geteekend, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 494

De schipper van een Nederlands vaartuig die niet alle door of krachtens wettelijke bepalingen gevorderde scheepspapieren, boeken, bescheiden of andere gegevensdragers aan boord heeft, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 495

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. de schipper van een Nederlandsch vaartuig die niet zorgt, dat aan boord van zijn vaartuig de bij wet vereiste dagboeken overeenkomstig de wettelijke voorschriften worden gehouden of die dagboeken niet vertoont wanneer en waar de wet dit vordert.

  2. de schipper van een Nederlands vaartuig die het register van strafbare feiten, bedoeld in artikel 542 van het Wetboek van Strafvordering BES, niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften houdt of niet vertoont wanneer en waar de wettelijke voorschriften dit vorderen.

  3. de eigenaar, de rompbevrachter, boekhouder of schipper van een Nederlandsch vaartuig die weigert aan belanghebbenden op hunne aanvrage inzage of, tegen betaling van de kosten, afschrift te verstrekken van de aan boord van het vaartuig gehouden dagboeken.

Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens een dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kan in plaats van de geldboete hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.

Artikel 496

De schipper van een Nederlands vaartuig die niet voldoet aan zijne wettelijke verplichting betreffende de inschrijving en kennisgeving van geboorten of sterfgevallen die gedurende eene zeereis plaats hebben, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 497

De schipper of schepeling die niet in acht neemt de wettelijke voorschriften vastgesteld tot voorkoming van aanvaring of aandrijving, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel 497a

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, gebruik maakt, zij het ook met een geringe afwijking, van een onderscheidingsteken, waarvan het gebruik krachtens wettelijke regeling uitsluitend aan hospitaalschepen, aan sloepen van zodanige schepen of aan kleine vaartuigen voor de hospitaaldienst bestemd, is toegekend, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 498

De schipper van een Nederlands vaartuig, die niet voldoet aan de verplichtingen, hem opgelegd in het tweede lid van artikel 456 van het Wetboek van Koophandel BES, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie.

Artikel 499

Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:

  1. De eigenaar zowel als de rompbevrachter, die de hem in het derde lid van artikel 561 van het Wetboek van Koophandel BES opgelegde verplichting niet nakomt;

  2. de schipper, die een van de hem in het eerste en derde lid van artikel 561 van het Wetboek van Koophandel BES opgelegde verplichtingen niet nakomt.

Artikel 500

De eigenaar, de rompbevrachter en de schipper van een Nederlands vaartuig, aan boord waarvan personen als schepelingen werkzaam zijn in strijd met het verbod van artikel 506 van het Wetboek van Koophandel BES, worden gestraft met geldboete van de eerste categorie voor iederen persoon, die aldus werkzaam is.

← terug naar Wetboek van Strafrecht BES