1. Onder schipper wordt verstaan: de gezagvoerder van een Nederlands schip of degene die deze vervangt, alsmede degene die de leiding heeft op een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen installatie ter zee;

  2. Onder opvarende wordt verstaan: degene, niet zijnde de schipper, die zich aan boord van een Nederlands schip bevindt, ook indien hij buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba het schip gedurende de reis tijdelijk verlaat alsmede degene, niet zijnde de schipper, die zich op een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen installatie ter zee bevindt.

  3. Onder schepeling wordt verstaan: degene die zich als scheepsofficier of scheepsgezel aan boord van een Nederlands schip bevindt.

  4. Vaartuigen in aanbouw noch schepen in aanbouw worden als vaartuigen of schepen aangemerkt.