Het recht tot strafvordering vervalt door verjaring:

  1. in twee jaren voor alle overtredingen;

  2. in zes jaren voor de misdrijven waarop geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld;

  3. in twaalf jaren voor alle misdrijven waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld;

  4. in achttien jaren voor alle misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld.