In geval van terbeschikkingstelling, bedoeld bij artikel 41, kan de rechter daarbij tevens het bevel geven, dat de terbeschikkingstelling niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij hij later anders mocht gelasten op grond dat de ter beschikking van de Regering gestelde persoon zich vóór het einde van een bij het bevel te bepalen proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd hetzij een bijzondere voorwaarde, welke bij het bevel mocht zijn gesteld, niet heeft nageleefd, hetzij is gebleken onvoorwaardelijk opvoeding vanwege de Regering te behoeven.
De artikelen 17b–17k zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande:
- 1°
dat de rechter, indien hij bijzondere voorwaarden stelt, steeds tevens een opdracht tot het verlenen van bijstand als bedoeld bij artikel 17d, geeft, tenzij artikel 41decies mede is toegepast;
- 2°
dat ten aanzien van de betekeningen, bedoeld in de artikelen 17e en 17i, laatste lid, de bepaling van artikelen 497, eerste lid, en 498 van het Wetboek van Strafvordering BES overeenkomstige toepassing vindt;
- 3°
dat, indien de minderjarige de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, alle verzoeken worden gedaan of gewijzigd en alle bevoegdheden worden uitgeoefend door degene, die het ouderlijk gezag uitoefent, of door de voogd, en zulks met uitsluiting van de minderjarige zelve;
- 4°
dat tot bijwoning van het onderzoek bedoeld in artikel 17i, derde lid, ook de ouders of de voogd van de minderjarige, onder betekening van de vordering of conclusie, worden opgeroepen;
- 5°
dat de last tot tenuitvoerlegging op grond dat de voorwaardelijk ter beschikking van de Regering gestelde persoon is gebleken onvoorwaardelijk opvoeding vanwege de Regering te behoeven, wordt gegeven met overeenkomstige toepassing van de bepalingen geldende met betrekking tot de tenuitvoerlegging op grond van het niet naleven van een bijzondere voorwaarde.