Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft de opvarende van een Nederlands schip:

  1. die opzettelijk niet gehoorzaamt aan eenig bevel des schippers in het belang van de veiligheid aan boord gegeven;

  2. die, wetende dat de schipper van zijne vrijheid beroofd is, hem niet naar vermogen te hulp komt;

  3. die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van insubordinatie, opzettelijk nalaat daarvan tijdig aan den schipper kennis te geven;*

  4. niet zijnde schepeling van een Nederlands schip, die opzettelijk niet gehoorzaamt aan enig bevel van de schipper tot handhaving van de orde en tucht aan boord gegeven.

De onder no. 3 vermelde bepaling is niet van toepassing indien de insubordinatie niet is gevolgd.