1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden uitgesproken:

    1. bij de rechterlijke uitspraak waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

    2. bij de rechterlijke uitspraak waarbij, niettegenstaande vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan;

    3. bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van de officier van justitie.

  2. De artikelen 35a en 35b, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. De artikelen 442, 443 en 444, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering BES zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. De maatregel van onttrekking aan het verkeer kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.