Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar wordt gestraft het hoofd van een gesticht, bestemd tot opsluiting van veroordeelden, voorloopig aangehoudenen of gegijzelden of van een opvoedingsgesticht of krankzinnigengesticht, die weigert te voldoen aan eene wettige vordering om iemand, die in het gesticht is opgenomen, te vertoonen, of om inzage te geven van het register van inschrijving of van de akte waarvan de inschrijving bij de wet gevorderd wordt.
Met gelijke straf wordt gestraft het hoofd van een gesticht waarin een kind na ter beschikkingstelling van de Regering is geplaatst, die weigert te voldoen aan eene wettige vordering om dat kind te vertoonen of om inzage te geven van het register van inschrijving of van de akte waarvan de inschrijving bij algemeene verordening gevorderd wordt.