De ambtenaar die, met het oogmerk om in de uitoefening van een openbare dienst stremming te veroorzaken of te doen voortduren, nalaat of op wettig gegeven last weigert werkzaamheden te verrichten, waartoe hij zich uitdrukkelijk of uit kracht van zijn ambt heeft verbonden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.