Wanneer ontzetting van rechten wordt uitgesproken, bepaalt de rechter den duur als volgt:
- 1°
bij veroordeeling tot levenslange gevangenisstraf, voor het leven;
- 2°
bij veroordeeling tot tijdelijke gevangenisstraf of tot hechtenis, voor een tijd den duur der hoofdstraf ten minste twee en ten hoogste vijf jaren te boven gaande;
- 3°
bij veroordeeling tot geldboete voor een tijd van ten minste twee en ten hoogste vijf jaren.
De straf gaat in op den dag waarop de rechterlijke uitspraak kan worden ten uitvoer gelegd.