1. Hij die wederrechtelijk stelselmatig inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen, wordt als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie.

  2. Vervolging vindt niet plaats dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan.