1. Hij die een geschrift of afbeelding van beleedigenden of voor een overledene smadelijken inhoud, met het oogmerk om aan den beleedigenden of smadelijken inhoud ruchtbaarheid te geven of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand of geldboete van de eerste categorie.

  2. Dit misdrijf wordt niet vervolgd dan op klachte van de in artikel 282 en het tweede lid van artikel 283 aangewezen personen.