1. Indien bij het vonnis een of meer geldboeten zijn opgelegd tot een bedrag van ten minste USD 140, is de rechter bevoegd bij de uitspraak te bepalen, dat de veroordeelde het bedrag in gedeelten mag voldoen. Elk van die gedeelten wordt daarbij op tenminste USD 28 bepaald.

  2. In geval van toepassing van het eerste lid stelt de rechter bij de uitspraak tevens termijnen vast voor de betaling van het tweede en – zo de geldboete in meer gedeelten mag worden voldaan – de volgende gedeelten.

  3. Deze termijnen worden op ten minste een en ten hoogste drie maanden gesteld. Zij mogen tezamen een tijdvak van twee jaar niet overschrijden.