1. De in de artikelen 246bis, 248 tot en met 253, 256 tot en met 256d, 257 en 258 bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

  2. De in de artikelen 246bis, 248 tot en met 253, 256 tot en met 256d, 257 en 258 bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, een kind over wie hij het gezag uitoefent, een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, zijn pupil, een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte.

  3. Indien een der in de artikelen 249 en 251–253 omschreven misdrijven zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier en twintig jaren opgelegd.

  4. Indien een der in de artikelen 248–253 omschreven misdrijven den dood ten gevolge heeft, wordt levenslange gevangenisstraf dan wel een tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste vier en twintig jaren opgelegd.