1. Hij die stoffen, voorwerpen of gegevens vervaardigt, ontvangt, zich verschaft, verkoopt, overdraagt of voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een der in de artikelen 231, 236, eerste lid, 236a, eerste lid, 236b en 237, eerste lid, omschreven misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  2. Artikel 230, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.