Hij die stoffen of voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van eenig in artikel 222 of in artikel 227bis in verband met artikel 222 omschreven misdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.

De stoffen en voorwerpen worden verbeurd verklaard.