Hij aan wiens schuld vernieling, beschadiging, wegneming of verplaatsing van een voor de veiligheid der scheepvaart of luchtvaart gesteld teken of hulpmiddel dan wel de verijdeling van de werking daarvan of het stellen van een verkeerd teken te wijten is, wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie, indien daardoor de scheepvaart of de luchtvaart onveilig wordt;

  2. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie, indien het feit het zinken, stranden of verongelukken van een vaartuig of een luchtvaartuig ten gevolge heeft;

  3. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.