Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:
- 1°
hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, door smalende Godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat;
- 2°
hij die een bedienaar van den godsdienst in de geoorloofde waarneming zijner bediening bespot;
- 3°
hij die voorwerpen aan eenen eeredienst gewijd, waar en wanneer de uitoefening van dien dienst geoorloofd is, beschimpt.