Hij die door een der in artikel 49 N°. 2° vermelde middelen een ander tracht te bewegen om een misdrijf te begaan, wordt, indien het misdrijf of een strafbare poging daartoe niet is gevolgd, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de eerste categorie, echter met dien verstande dat nimmer eene zwaardere straf wordt uitgesproken dan terzake van poging tot het misdrijf of, indien zoodanige poging niet strafbaar is, terzake van het misdrijf zelf kan worden opgelegd. Deze bepaling is op hem niet van toepassing, indien het misdrijf of eene strafbare poging daartoe niet is gevolgd ten gevolge van omstandigheden van zijnen wil afhankelijk.