Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft hij die, in tijd van oorlog, zonder oogmerk om den vijand hulp te verleenen of den Staat tegenover den vijand te benadeelen, opzettelijk:

  1. een verspieder des vijands opneemt, verbergt of voorthelpt;

  2. desertie van een krijgsman, in dienst van het Koninkrijk teweegbrengt of bevordert.