-
Met het toezicht op de naleving van de beroepsverordening voor het wegvervoer, de marktverordening voor het wegvervoer en van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast:
de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren;
de bij besluit van Onze Minister daartoe aangewezen personen.
-
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Wet wegvervoer goederen Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 27-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Toegang tot de markt en tot het beroep
Hoofdstuk 3 Verlening en intrekking van beschikkingen
Hoofdstuk 4 Taken, inrichting en financiering van de NIWO
Hoofdstuk 5 Toezicht, handhaving en opsporing
Hoofdstuk 6 Wijziging van andere wetten
Hoofdstuk 7 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
-
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de beroepsverordening voor het wegvervoer, van de marktverordening voor het wegvervoer of van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.
-
In afwijking van artikel 5:24, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan de beschikking tot toepassing van bestuursdwang bekend worden gemaakt aan de bestuurder van de vrachtauto ten aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast.
-
In geval van overtreding van artikel 3.6 kan de NIWO de vervoerder een last onder dwangsom opleggen teneinde die overtreding ongedaan te maken.
Artikel 5.3
De Nederlandse strafwet is mede van toepassing op de in Nederland gevestigde vervoerder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
Artikel 5.4
-
De ambtenaren, die op basis van artikel 17 van de Wet op de economische delicten zijn belast met de opsporing van overtredingen van deze wet, zijn bevoegd het vervoer van goederen dat wordt verricht in strijd met de artikelen 2.3, eerste en derde lid en 2.5 te beletten en een mechanisch hulpmiddel aan te brengen of te doen aanbrengen op de vrachtauto waarmee de overtreding is gepleegd waardoor wordt verhinderd dat de vrachtauto wordt weggereden, teneinde de overtreding te doen ophouden.
-
Het aangebrachte mechanisch hulpmiddel wordt verwijderd nadat de overtreding is opgehouden dan wel na het aanbrengen achtenveertig uren zijn verstreken en de kosten van het aanbrengen en het verwijderen ervan zijn voldaan.
-
De betrokken ambtenaar maakt van het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, proces-verbaal op. Hij zendt dit proces-verbaal binnen vierentwintig uur aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen waar het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, is geschied. Een afschrift van het proces-verbaal wordt gelijktijdig uitgereikt of toegezonden aan de bestuurder.
Artikel 5.5
-
Elke belanghebbende kan tegen het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, gedurende vier weken een beroepsschrift indienen bij de rechtbank, bedoeld in artikel 5.4, derde lid.
-
Indien de rechtbank het beroepschrift gegrond acht, kan zij bepalen dat ten laste van de Staat der Nederlanden een vergoeding wordt toegekend.
-
Tegen de beschikking van de rechtbank staat het Openbaar Ministerie binnen twee weken en de belanghebbende binnen twee weken nadat zij hem betekend werd, hoger beroep open bij het gerechtshof.
-
Tegen de beschikking van het gerechtshof staat het Openbaar Ministerie binnen twee weken en de belanghebbende binnen twee weken nadat zij hem betekend werd, beroep in cassatie open.