-
Er is een Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als NIWO. De organisatie bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Rijswijk.
-
De NIWO is belast met:
de taken van de bevoegde instantie voor beroepsverordening voor het wegvervoer en van de bevoegde instantie voor de marktverordening voor het wegvervoer;
de verlening en intrekking van een CEMT-vergunning of een ritmachtiging;
het onderzoek, bedoeld in artikel 7.1, derde en vierde lid;
de intrekking van een vergunning, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid;
de ondersteuning van onderhandelingen in het kader van verdragen over goederenvervoer;
het beheer van gegevensbestanden en de verstrekking van gegevens uit die bestanden, uit hoofde van haar publieke taken, en
het houden van een elektronisch register met de bij regeling van Onze Minister daarvoor bepaalde gegevens.
-
Bij regeling van Onze Minister kan de NIWO belast worden met andere taken ten aanzien van het goederenvervoer.
-
Op de NIWO is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing, met uitzondering van artikel 15 van die wet.
Wet wegvervoer goederen Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 27-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Toegang tot de markt en tot het beroep
Hoofdstuk 3 Verlening en intrekking van beschikkingen
Hoofdstuk 4 Taken, inrichting en financiering van de NIWO
Hoofdstuk 5 Toezicht, handhaving en opsporing
Hoofdstuk 6 Wijziging van andere wetten
Hoofdstuk 7 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
-
De NIWO stelt ten behoeve van haar werkwijze een reglement op, dat de goedkeuring van Onze Minister behoeft.
-
Het reglement, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval bepalingen omtrent:
de wijze waarop invulling wordt gegeven aan artikel 19 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, en
werkwijze van directie en raad van advies.
Artikel 4.3
De NIWO heeft een directie en een raad van advies.
Artikel 4.3a
-
De directie:
is belast met de dagelijkse leiding van de NIWO;
bestaat uit maximaal twee leden;
vertegenwoordigt de NIWO in en buiten rechte;
verstrekt de raad van advies tijdig de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen en andere gegevens, en
verstrekt aan Onze minister het advies van de Raad van advies inzake de in artikel 4.3, tweede lid, onder b, bedoelde documenten.
-
Het lidmaatschap van de directie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van advies.
-
In geval van schorsing of ontstentenis van een lid van de directie voorziet Onze Minister in de waarneming van diens functie.
-
De leden van de directie worden benoemd voor een tijdvak van maximaal vier jaar en zijn aansluitend éénmalig voor een tijdvak van maximaal vier jaar herbenoembaar. In het geval van bijzondere omstandigheden binnen de organisatie van de NIWO kan een lid van de directie bij afloop van de tweede benoemingstermijn terstond opnieuw worden benoemd voor een tijdvak van maximaal twee jaar.
-
De directie kan onder haar verantwoordelijkheid de vertegenwoordiging, bedoeld in het derde lid, opdragen aan een of meer directieleden of andere personen. Zij kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde onderdelen van de taak van de NIWO dan wel op bepaalde aangelegenheden.
Artikel 4.3b
-
De raad van advies adviseert de directie gevraagd of ongevraagd over de uitvoering van de aan de directie opgedragen taken en belangrijke bestuursbesluiten van de directie.
-
De raad van advies ziet toe op:
de opzet en de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen;
de financiële jaarverslaggeving en het opstellen van de begroting, en
de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving.
-
De raad van advies bestaat uit drie leden, onder wie de voorzitter.
-
Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de raad van advies.
-
Bij de benoeming van de voorzitter hoort Onze Minister de raad van advies.
-
De leden van de raad van advies hebben op persoonlijke titel zitting in de raad van advies en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
-
De voorzitter en de overige leden van de raad van advies worden benoemd voor een tijdvak van vier jaren en zijn aansluitend eenmalig voor een tijdvak van vier jaren herbenoembaar.
-
Aan de leden van de raad van advies kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige reden ontslag worden verleend.
-
Zolang in een vacature van de raad van advies niet is voorzien, vormen de overblijvende leden de raad van advies, met de bevoegdheid van de volledige raad van advies. Betreft het de vacature van de voorzitter, dan wijzen de overblijvende leden uit hun midden een lid aan dat tijdelijk als voorzitter fungeert.
-
Indien een lid wordt benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats, bepaalt Onze Minister het tijdvak van benoeming.
Artikel 4.3c
-
Onze Minister kan aan de leden van de raad van advies, ten laste van de NIWO, een vergoeding toekennen voor hun werkzaamheden.
-
De leden van de raad van advies hebben aanspraak op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten.
-
De NIWO voorziet in het secretariaat van de raad van advies.
Artikel 4.4
-
De NIWO maakt jaarlijks een begroting van baten en lasten op, die de instemming van Onze Minister behoeft.
-
De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede lid.
-
De NIWO vermeldt in het jaarverslag in ieder geval:
het aantal houders van een communautaire vergunning, van een CEMT-vergunning of van een vergunning als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid op de eerste dag van het kalenderjaar en op de laatste dag van het voorafgaande kalenderjaar;
het aantal gewaarmerkte kopieën van de vergunningen, bedoeld in onderdeel a op de eerste en op de laatste dag van het voorafgaande kalenderjaar;
het aantal communautaire vergunningen, bestuurdersattesten, CEMT-vergunningen en ritmachtigingen, dat in het voorafgaande kalenderjaar is verleend, verlengd of ingetrokken;
het aantal gewaarmerkte kopieën van de in het voorafgaande kalenderjaar verleende communautaire vergunningen;
het aantal vergunningen als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, dat in het voorafgaande kalenderjaar is ingetrokken.
Artikel 4.5
-
Onze Minister kan aan de NIWO aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 4.1, bedoelde taken.
-
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de uitoefening van het toezicht op de NIWO.
Artikel 4.6
-
Ter dekking van de kosten van uitvoering van de bij of krachtens artikel 4.1 aan de NIWO opgedragen werkzaamheden:
is de aanvrager aan de NIWO een vergoeding verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening of verlenging van een communautaire vergunning, tot verlening of verlenging van een bestuurdersattest, tot verlening van een CEMT-vergunning of van een ritmachtiging;
is de houder van een communautaire vergunning jaarlijks een vergoeding aan de NIWO verschuldigd;
is de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, jaarlijks een vergoeding aan de NIWO verschuldigd.
-
De NIWO stelt de tarieven van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid vast.
-
De tarieven voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden zodanig vastgesteld dat de begrote baten van die vergoedingen niet uitgaan boven de begrote kosten ter zake van de behandeling van de in het eerste lid bedoelde aanvragen.
-
De tarieven voor de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, worden zodanig vastgesteld dat de begrote baten van die vergoedingen niet uitgaan boven de begrote lasten van de taken, bedoeld in artikel 4.1, anders dan de behandeling van aanvragen.
-
Onder de in het vierde lid bedoelde lasten wordt mede verstaan de bijdragen aan reserves van de NIWO.
-
De NIWO maakt de besluiten tot vaststelling van de tarieven van de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, bekend in de Staatscourant met vermelding van de dagtekening van het besluit van Onze Minister waarbij de goedkeuring is verleend of met vermelding van de omstandigheid dat ingevolge artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een besluit tot goedkeuring wordt geacht te zijn genomen.
Artikel 4.7
-
Waar in deze wet dan wel de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de goedkeuring van Onze Minister is vereist, verleent dan wel onthoudt deze die goedkeuring binnen zes weken na de datum van ontvangst van de aan goedkeuring onderhevige stukken, met uitzondering van de in artikel 2.8a, vijfde lid vereiste toestemming.
-
Met goedkeuring dan wel instemming wordt gelijkgesteld het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn zonder dat de goedkeuring dan wel de instemming is verleend of onthouden.
Artikel 4.8
Zolang de begroting niet is goedgekeurd, is de directie gerechtigd gedurende ten hoogste zes maanden van het nieuwe boekjaar voor iedere maand uitgaven te doen ter grootte van 115% van een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande boekjaar.
Artikel 4.9
-
Indien de NIWO een bij of krachtens een andere wet dan deze wet opgedragen taak naar het oordeel van Onze Minister niet langer naar behoren verricht, kan Onze Minister de nodige voorzieningen treffen na overleg met Onze Minister wie het aangaat.
-
Beleidsregels omtrent de uitoefening van de bij of krachtens andere wetten dan deze wet aan de NIWO opgedragen taken worden door Onze Minister vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat.