-
De communautaire vergunning is de Nederlandse vergunning voor de uitoefening van het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg, bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer, heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar en kan telkens voor vijf jaar worden verlengd.
-
Een vervoerder heeft geen toegang respectievelijk geen toegang meer tot het beroep van wegvervoerondernemer indien op basis van artikel 3.2, eerste lid, respectievelijk 3.4, eerste lid, artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur jegens de vervoerder toepassing vindt.
-
De beroepsverordening voor het wegvervoer is, in afwijking van artikel 1, vierde lid, onderdelen a, a bis en c, van de beroepsverordening voor het wegvervoer, van toepassing op het beroepsvervoer door een in Nederland gevestigde ondernemer dat wordt verricht met één of meer vrachtauto's met een laadvermogen van meer dan 500 kilogram of met een toelaatbare maximummassa van meer dan 2,5 ton.
-
De NIWO is de bevoegde instantie voor de beroepsverordening voor het wegvervoer en de marktverordening voor het wegvervoer.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt onder daarbij te stellen voorwaarden een gehele of gedeeltelijke vrijstelling verleend van de beroepsverordening voor het wegvervoer aan een in Nederland gevestigde vervoerder die uitsluitend binnenlands beroepsvervoer verrichten dat slechts een geringe weerslag heeft op de vervoermarkt wegens de aard van de vervoerde goederen of de geringe afstand die wordt afgelegd.
-
De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Wet wegvervoer goederen Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 27-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Toegang tot de markt en tot het beroep
Hoofdstuk 3 Verlening en intrekking van beschikkingen
Hoofdstuk 4 Taken, inrichting en financiering van de NIWO
Hoofdstuk 5 Toezicht, handhaving en opsporing
Hoofdstuk 6 Wijziging van andere wetten
Hoofdstuk 7 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
-
Het is een in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden om in Nederland cabotagevervoer te verrichten in strijd met daaromtrent bij of krachtens de marktverordening voor het wegvervoer bepaalde.
-
Bij regeling van Onze Minister kan, met inachtneming van de overgangsbepalingen van een verdrag betreffende de toetreding van één of meer staten tot de Europese Unie, in afwijking van de marktverordening voor het wegvervoer, het in Nederland verrichten van grensoverschrijdend beroepsvervoer of cabotagevervoer worden verboden.
-
Het verrichten van beroepsvervoer in strijd met een krachtens het tweede lid vastgesteld verbod, is verboden.
-
De vervoerder overlegt ter plaatse indien een toezichthouder belast met het toezicht op de naleving van de marktverordening voor het wegvervoer die heeft gevorderd, de op grond van die verordening vereiste duidelijke bewijzen dat het cabotagevervoer in overeenstemming met die verordening geschiedt.
-
Cabotagevervoer door een vervoerder die niet in een lidstaat is gevestigd, is verboden.
-
Ter uitvoering van een besluit van de Conferentie van Europese Ministers van Transport of van een bilateraal verdrag met een staat, niet zijnde een EU-lidstaat of een daarmee gelijkgestelde staat, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het vijfde lid.
-
De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, met inachtneming van de marktverordening voor het wegvervoer, worden bepaald dat artikel 8 van de marktverordening voor het wegvervoer van toepassing is op een in een andere lidstaat gevestigde vervoerder indien:
deze vervoerder in het kader van gecombineerd vervoer diensten voor begin- of eindtrajecten over de weg verricht; en
die trajecten over de weg een begin- en eindpunt in Nederland hebben.
Artikel 2.3
-
Het is een in Nederland gevestigde vervoerder verboden grensoverschrijdend beroepsvervoer te verrichten voor trajecten op het grondgebied van andere staten dan lidstaten, zonder te beschikken over:
een geldige CEMT-vergunning, of
één of meerdere daarvoor geldige ritmachtigingen op grond van een verdrag voor het grensoverschrijdend goederenvervoer met een andere staat.
-
De NIWO verleent slechts een CEMT-vergunning dan wel een ritmachtiging voor het verrichten van grensoverschrijdend beroepsvervoer aan de in Nederland gevestigde vervoerders, die houder zijn van een communautaire vergunning.
-
Het is een vervoerder die niet gevestigd is in een lidstaat verboden om naar of vanuit Nederland grensoverschrijdend beroepsvervoer te verrichten zonder te beschikken over:
een daarvoor geldige CEMT-vergunning, of
één of meer daarvoor geldende ritmachtigingen op grond van een verdrag voor het goederenvervoer tussen Nederland met de staat waarin de vervoerder is gevestigd.
-
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid en van besluiten van de Conferentie van Europese Ministers van Transport. Daartoe behoren in elk geval regels over:
de aanvraag tot verlening van een CEMT-vergunning of een ritmachtiging;
de verlening, het gebruik en de intrekking van een CEMT-vergunning of een ritmachtiging;
de op de ritmachtiging te vermelden gegevens, en
de aan de CEMT-vergunning of de ritmachtiging te verbinden voorschriften.
-
Het is een in Nederland gevestigde vervoerder verboden grensoverschrijdend eigen vervoer te verrichten voor trajecten op het grondgebied van andere staten dan lidstaten, zonder te beschikken over een daarvoor geldende door de NIWO verleende ritmachtiging, op grond van een verdrag voor het grensoverschrijdend goederenvervoer met een andere staat.
-
Het is een vervoerder, die niet gevestigd is in een lidstaat verboden om in Nederland eigen vervoer te verrichten zonder te beschikken over één of meerdere daarvoor geldige ritmachtigingen op grond van een verdrag voor het goederenvervoer tussen Nederland met de staat waarin de vervoerder is gevestigd.
-
Ter uitvoering van een besluit van de Conferentie van Europese Ministers van Transport, of van een verdrag met betrekking tot het grensoverschrijdend goederenvervoer, kan bij regeling van Onze Minister vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste, derde, vijfde of zesde lid.
Artikel 2.4
-
De andere staten dan lidstaten, die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, worden voor de toepassing van de marktverordening voor het wegvervoer en van deze wet gelijk gesteld met een lidstaat.
-
Voor zover dit uit een verdrag van de Europese Unie met een staat voortvloeit, wordt die staat voor de toepassing van de marktverordening voor het wegvervoer en deze wet met een lidstaat gelijk gesteld.
-
De door de staten, bedoeld in het eerste en tweede lid, verleende soortgelijke vervoervergunningen en attesten voor bestuurders worden voor de toepassing van de marktverordening voor het wegvervoer gelijkgesteld met communautaire vergunningen onderscheidenlijk met bestuurdersattesten.
-
Onze Minister doet van de staten waarop het tweede lid van toepassing is mededeling in de Staatscourant.
Artikel 2.5
-
Het is een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden om beroepsvervoer te verrichten zonder geldige daartoe verleende communautaire vergunning.
-
Het is een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden beroepsvervoer te verrichten zonder de aanwezigheid in de vrachtauto van een eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, bedoeld in het eerste lid.
-
Het is een in Nederland gevestigde vervoerder verboden om grensoverschrijdend beroepsvervoer of cabotagevervoer te verrichten in strijd met het bij of krachtens de marktverordening voor het wegvervoer bepaalde omtrent het bestuurdersattest.
-
Het is een in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden om naar of vanuit Nederland beroepsvervoer, dan wel binnen Nederland cabotagevervoer te verrichten in strijd met het bij of krachtens de marktverordening voor het wegvervoer bepaalde omtrent het bestuurdersattest.
Artikel 2.6
-
Het is verboden beroepsvervoer of eigen vervoer te verrichten met een vrachtauto ten aanzien waarvan in strijd wordt gehandeld met de bij regeling van Onze Minister aangewezen bepalingen die zijn vastgesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994.
-
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het doen verrichten van beroepsvervoer.
Artikel 2.7
-
Het is de houder van een communautaire vergunning of van een vergunning als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, verboden om een gewaarmerkte kopie van die vergunning al dan niet tegen betaling ter beschikking te stellen aan een derde ten behoeve van het verrichten van beroepsvervoer.
-
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degene aan wie door de houder van een vergunning een gewaarmerkte kopie van die vergunning ter beschikking is gesteld.
Artikel 2.8
-
De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoerder, bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer zijn:
de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van wegvervoerder verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke rechterlijke uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen, en
het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling en onherroepelijke sanctie jegens de vervoerder, wegens een van de zwaarste inbreuken op de regels van de Unie, die in bijlage IV van de beroepsverordening voor het wegvervoer als zodanig is aangewezen;
het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen of onherroepelijke sancties jegens de vervoerder wegens de krachtens artikel 6, lid 2 bis, van de beroepsverordening voor het wegvervoer aangewezen zware inbreuken op de regels van de Unie, overschrijdt niet de krachtens die verordening vastgestelde grenzen;
de één of meer aangewezen vervoersmanagers zijn niet ingevolge de beroepsverordening voor het wegvervoer, door een bevoegde instantie voor die verordening, ongeschikt verklaard om de leiding te hebben over de vervoeractiviteiten van een vervoerder of zijn na een dergelijke ongeschiktverklaring gerehabiliteerd, en
de overlegging door een uitvoerend directeur die belast is met het feitelijk leiding geven aan de vervoerder van een niet ouder dan twee maanden verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens met het oog op de uitoefening van zijn functie.
-
De voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis voor een vervoersmanager, bedoeld in artikel 6 van de beroepsverordening voor het wegvervoer zijn:
de overlegging van een niet ouder dan twee maanden zijnde met het oog op de uitoefening van de functie van vervoermanager verleende verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarbij hij de leiding had over de vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder;
het ontbreken van een minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordeling of onherroepelijke sanctie jegens hem, wegens een van de zwaarste inbreuken op de regels van de Unie, die in bijlage IV van de beroepsverordening voor het wegvervoer als zodanig is aangewezen;
het aantal minder dan twee jaar oud zijnde onherroepelijke veroordelingen en onherroepelijke sancties wegens de krachtens de beroepsverordening voor het wegvervoer aangewezen zware inbreuken op de regels van de Unie, overschrijdt niet de daarvoor krachtens artikel 6, lid 2 bis, van die verordening vastgestelde grenzen, en
het ontbreken van een veroordeling en van een sanctie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, waarbij hij de leiding had over de vervoeractiviteiten van de betrokken vervoerder.
-
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d en van het tweede lid, onderdelen c, d en e, worden veroordelingen en sancties, die vóór 4 december 2011 onherroepelijk zijn geworden, niet in aanmerking genomen.
-
Bij regeling van Onze Minister kunnen met inachtneming van de beroepsverordening voor het wegvervoer en de marktverordening voor het wegvervoer regels worden gesteld over de eisen van financiële draagkracht, vestiging en vakbekwaamheid.
Artikel 2.8a
-
De NIWO verklaart in afwijking van artikel 2.8, eerste lid, een vervoerder die niet voldoet aan onderdelen b, c, of d van dat artikellid, als betrouwbaar, indien het verlies van de betrouwbaarheid een onevenredig strenge sanctie is.
-
De NIWO verklaart in afwijking van artikel 2.8, tweede lid, een vervoersmanager, die niet voldoet aan onderdelen b, c, d of e van dat artikellid, als betrouwbaar, indien het verlies van de betrouwbaarheid een onevenredig strenge sanctie is.
-
De bekendmaking van een beschikking inhoudende het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoerder geschiedt in één geschrift met de bekendmaking van het daarmee samenhangende besluit tot schorsing of intrekking van diens communautaire vergunning.
-
De bekendmaking van een beschikking inhoudende het verlies van de betrouwbaarheid van de vervoersmanager geschiedt in één geschrift met de bekendmaking van het daarmee samenhangende besluit tot ongeschiktverklaring van de vervoersmanager.
-
De toestemming van Onze Minister is vereist voor het nemen van een besluit van de NIWO als bedoeld in het eerste of tweede lid, behoudens voor zover bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.
-
De toestemming kan slechts worden onthouden vanwege strijd met het recht of met het gelijkheidsbeginsel in het belang van een eerlijke mededinging op de markt voor het beroepsvervoer.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en vijfde lid, en kunnen andere maatregelen voor rehabilitatie of maatregelen van gelijke werking en nadere regels voor de betrouwbaarheid worden vastgesteld.
-
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het zevende lid wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp daarvoor aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 2.9
-
De NIWO verstrekt aan Onze Minister onverwijld na ontvangst van een aanvraag tot verlening of verlenging van een communautaire vergunning een afschrift daarvan.
-
De NIWO meldt aan Onze Minister na ontvangst van de daartoe strekkende melding van de vervoerder, welke één of meer natuurlijke personen de vervoerder als vervoersmanagers heeft aangewezen.
-
De NIWO meldt aan Onze Minister de naam van een vervoersmanager die zij ingevolge de beroepsverordening voor het wegvervoer vanwege het niet voldoen aan de betrouwbaarheidseis, ongeschikt heeft verklaard om de leiding te hebben over de vervoeractiviteiten van een vervoerder.
-
Onze Minister en de NIWO verwerken persoonsgegevens ten behoeve van uitvoering van de beroepsverordening en de marktverordening en het bij of krachtens deze wet gestelde, in het bijzonder in het belang van de handhaving van de vereisten voor de toegang tot het beroep van vervoerder en de betrouwbaarheid van de vervoersmanager.
-
Onze Minister en de NIWO zijn verwerkingsverantwoordelijke, voor de in het vierde lid bedoelde door hen verwerkte gegevens.
-
De griffier van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie een afschrift van een:
uitspraak waarbij is vastgesteld dat de vervoerder de geldende voorschriften inzake de financiële arbeidsvoorwaarden niet is nagekomen, en
uitspraak waarbij een in onderdeel a bedoelde uitspraak is vernietigd.
-
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gegeven voor de toepassing van het vierde lid.
Artikel 2.10
-
Onze Minister wijst een exameninstituut aan dat verantwoordelijk is voor de organisatie en de certificering van de examens, bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer.
-
Onze Minister kan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, intrekken indien het exameninstituut zijn taak ernstig verwaarloost of niet voldoet aan de beroepsverordening voor het wegvervoer.
Artikel 2.11
-
Het is een vervoerder verboden beroepsvervoer te verrichten met gebruikmaking van bestuurders van vrachtauto’s die niet bij hem in dienstbetrekking zijn.
-
Ten blijke van de in het eerste lid bedoelde dienstbetrekking wordt door de vervoerder en de bestuurder van een vrachtauto gezamenlijk een verklaring opgesteld waarin in ieder geval wordt vermeldt dat:
het vervoer voor rekening en risico van de vervoerder wordt verricht; en
tussen de vervoerder en de bestuurder van een vrachtauto sprake is van een loons- en gezagsverhouding.
-
Onze Minster stelt het model vast van de in het tweede lid bedoelde verklaring.
-
Bij regeling van Onze Minister worden regels gegeven over de gevallen waarin Onze Minister ontheffing kan verlenen van het in het eerste lid vermelde verbod, alsmede over de in die gevallen benodigde documenten.
-
Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 2.12
-
Het bestuurdersattest wordt verleend voor de periode dat de bestuurder ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen gerechtigd is arbeid te verrichten doch ten hoogste voor een periode van vijf jaar.
-
De NIWO kan de geldigheid van het bestuurdersattest verlengen tot een periode van ten hoogste vijf jaar indien de periode waarin de bestuurder ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen gerechtigd is arbeid te verrichten, is verlengd.
Artikel 2.13
-
Het is verboden om beroepsvervoer te verrichten of te doen verrichten indien:
met betrekking tot dat vervoer geen vrachtbrief is opgemaakt; of
de volledig en juist ingevulde vrachtbrief niet getoond kan worden bij de eerste vordering door de op grond van artikel 5.1, eerste lid, aangewezen personen.
-
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de vrachtbrief. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
de inhoud van de vrachtbrief voor het binnenlands beroepsvervoer;
het aanwijzen van het binnenlands beroepsvervoer waarop het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing is;
het gebruik van de vrachtbrief voor het binnenlands en het grensoverschrijdend beroepsvervoer; en
de verantwoordelijkheidsverdeling tussen afzender en vervoerder aangaande het verbod, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.14
Het is voor een vervoerder, een afzender of een expediteur verboden om goederenvervoer over de weg te doen verrichten in strijd met de artikelen 2.2, eerste, derde, vijfde, en achtste lid, en 2.5, indien hij weet of, rekening houdend met alle relevante omstandigheden, had moeten weten, dat dit goederenvervoer wordt verricht in strijd met de voornoemde artikelen.