1. Tegen een op grond van de beroepsverordening voor het wegvervoer, van de marktverordening van het wegvervoer of van deze wet genomen besluit, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

  2. In afwijking van het eerste lid kan een belanghebbende indien de ingevolge artikel 2.8a, vijfde lid vereiste toestemming van Onze Minister ontbreekt, geen beroep instellen tegen een beschikking van de NIWO inhoudende het verlies van de betrouwbaarheid als bedoeld in artikel 2.8a, derde en vierde lid.