In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. afzender: afzender, bedoeld in artikel 1090 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

  2. beroepsverordening voor het wegvervoer: de bij regeling van Onze Minister aangewezen beroepsverordening voor het wegvervoer;

  3. beroepsvervoer: vervoer van goederen met een of meer vrachtauto's dat tegen vergoeding van een of meer derden wordt verricht, niet zijnde eigen vervoer;

  4. bestuurdersattest: bestuurdersattest als bedoeld in de marktverordening voor het wegvervoer;

  5. cabotagevervoer: binnenlands beroepsvervoer door een niet in Nederland gevestigde vervoerder;

  6. CEMT-vergunning: de vergunning die door het Secretariaat van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer (CEMT) wordt uitgegeven voor het verrichten van grensoverschrijdend goederenvervoer;

  7. communautaire vergunning: communautaire vergunning als bedoeld in de marktverordening voor het wegvervoer;

  8. eigen vervoer: vervoer van goederen met een of meer vrachtauto's dat voor eigen rekening wordt verricht dan wel als werkzaamheid van ondersteunende aard die direct samenhangt met de hoofdwerkzaamheid binnen de bedrijfsactiviteiten;

  9. expediteur: expediteur, bedoeld in artikel 60 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

  10. gecombineerd vervoer: vervoer als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de richtlijn gecombineerd vervoer;

  11. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;

  12. marktverordening voor het wegvervoer: de bij regeling van Onze Minister aangewezen marktverordening voor het wegvervoer;

  13. NIWO: de in artikel 4.1 bedoelde organisatie;

  14. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

  15. richtlijn gecombineerd vervoer: Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen Lid-Staten (PbEG 1992, L 368);

  16. vervoerder: de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of de maatschap voor wiens rekening en risico het beroepsvervoer of het eigen vervoer wordt verricht;

  17. vervoersmanager: vervoersmanager als bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer;

  18. vrachtauto: motorvoertuig of een samenstel van voertuigen, dat uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer van goederen.