Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 12-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Algemene uitgangspunten
Hoofdstuk 3 Criteria voor en doelen van verplichte zorg
Hoofdstuk 4 De zelfbindingsverklaring
Hoofdstuk 5 Voorbereiden zorgmachtiging
Hoofdstuk 6 Zorgmachtiging
Hoofdstuk 7 Crisismaatregel, machtiging tot voortzetting daarvan en aansluitend verzoek voor een zorgmachtiging
Paragraaf 1 Crisismaatregel door de burgemeester
Paragraaf 2 Tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel
Paragraaf 3 Geldigheidsduur
Paragraaf 4 Beroep
Paragraaf 5 Verlenging crisismaatregel
Paragraaf 6 Verzoek zorgmachtiging aansluitend op verlenging crisismaatregel
Hoofdstuk 8 Rechten en plichten bij de tenuitvoerlegging en uitvoering van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en zorgmachtiging.
Hoofdstuk 9 Bijzondere bepalingen ten aanzien van personen met een strafrechtelijke titel
Paragraaf 1 Personen met een strafrechtelijke titel die worden geplaatst in een accommodatie
Paragraaf 2 Vaststellen identiteit forensische patiënten
Hoofdstuk 10 Klachtenprocedure en schadevergoeding
Hoofdstuk 11 Patiëntenvertrouwenspersoon
Hoofdstuk 12 Familievertrouwenspersoon
Hoofdstuk 13 Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 14 Aanpassing andere wetgeving
Hoofdstuk 15 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 16 Slotbepalingen

Paragraaf 4

De zorgkaart en het zorgplan

Artikel 5:12

  1. Indien betrokkene dat wenst, stelt de zorgverantwoordelijke samen met betrokkene en de vertegenwoordiger een zorgkaart op. Indien betrokkene beschikt over een zelfbindingsverklaring, een plan als bedoeld in artikel 5:5, of andere schriftelijke wilsuitingen inzake zorg, worden afschriften daarvan als bijlage bij de zorgkaart gevoegd.

  2. De zorgverantwoordelijke wijst betrokkene op de mogelijkheid om zich bij het opstellen, evalueren en actualiseren van de zorgkaart te laten bijstaan door een familielid, naaste of patiëntenvertrouwenspersoon.

  3. De patiëntenvertrouwenspersoon verleent op verzoek van betrokkene advies en bijstand bij het opstellen, evalueren en actualiseren van de zorgkaart.

  4. Indien betrokkene of de vertegenwoordiger geen voorkeuren kenbaar wil maken, vermeldt de zorgverantwoordelijke dit op de zorgkaart.

  5. De zorgverantwoordelijke overlegt de zorgkaart, inclusief de bijlagen, aan de geneesheer-directeur.

Artikel 5:13

  1. De zorgverantwoordelijke stelt in overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger een zorgplan vast, indien van toepassing volgens het vastgestelde model, bedoeld in het zevende lid.

  2. De zorgverantwoordelijke wijst betrokkene op de mogelijkheid om zich bij het opstellen, evalueren en actualiseren van het zorgplan te laten bijstaan door een familielid of naaste en de patiëntenvertrouwenspersoon.

  3. De zorgverantwoordelijke pleegt voorafgaand aan het vaststellen van het zorgplan overleg met:

    1. de voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten;

    2. de zorgverleners, en zo mogelijk met de huisarts;

    3. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene ingezetene is dan wel overwegend verblijft, indien er bij de voorbereiding van het zorgplan blijkt dat essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven van betrokkene ontbreken;

    4. voor zover de aard van de psychische stoornis daartoe noodzaakt: ten minste één andere deskundige behorende tot een bij regeling van Onze Minister aangewezen categorie van deskundigen.

  4. De zorgverantwoordelijke stelt betrokkene, de vertegenwoordiger, de voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten in de gelegenheid om bij voorkeur mondeling hun zienswijze kenbaar te maken. Het kenbaar maken van de zienswijzen gebeurt, zo mogelijk, gelijktijdig en gezamenlijk, tenzij betrokkene of een voor de continuïteit van zorg relevant familielid of naaste daartegen bezwaar heeft.

  5. De patiëntenvertrouwenspersoon verleent op verzoek van betrokkene advies en bijstand bij het opstellen van het zorgplan.

  6. De zorgverantwoordelijke overlegt het zorgplan aan de geneesheer-directeur.

  7. Bij regeling van Onze Minister kan een model voor een zorgplan worden vastgesteld.

Artikel 5:14

  1. Het zorgplan vermeldt in elk geval:

    1. een door de zorgverantwoordelijke gestelde diagnose van de psychische stoornis van betrokkene en het gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis en leidt tot een ernstig nadeel;

    2. de zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel weg te nemen;

    3. het doel van verplichte zorg;

    4. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de zorg, zoals vastgelegd op de zorgkaart inclusief de bijlagen;

    5. de zienswijze en de contactgegevens van de personen, bedoeld in artikel 5:13, vierde lid;

    6. de maximale duur van de afzonderlijke vormen van verplichte zorg;

    7. de wijze waarop de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur de kwaliteit van de verplichte zorg bewaken en toezicht houden op de uitvoering van de verplichte zorg in ambulante omstandigheden;

    8. de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven van betrokkene, voor zover deze ontbreken;

    9. de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder het zorgplan en de subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid van de verplichte zorg met betrokkene, de vertegenwoordiger, alsmede het familielid of de naaste en de patiëntenvertrouwenspersoon worden geëvalueerd en het zorgplan wordt geactualiseerd;

    10. de zorgaanbieder die kan worden belast met de uitvoering van de zorgmachtiging, en zo nodig de accommodatie.

  2. Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat niet is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, vermeldt hij de redenen daarvan in het zorgplan en zo mogelijk:

    1. de mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid;

    2. minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect.

  3. Indien de zorgverantwoordelijke en betrokkene of de vertegenwoordiger niet tot overeenstemming komen, vermeldt het zorgplan de redenen daarvoor.

  4. Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat gelet op de noodzakelijke zorg een andere zorgaanbieder dan degene onder wiens verantwoordelijkheid de zorgmachtiging wordt voorbereid, belast zou moeten worden met de uitvoering van de zorgmachtiging, pleegt hij hiertoe overleg met de geneesheer-directeur en de beoogde zorgaanbieder.

Artikel 5:15

  1. De geneesheer-directeur beoordeelt of het zorgplan voldoet aan de uitgangspunten van artikel 2:1, en, indien toepassing is gegeven aan artikel 5:5, vijfde lid, of het plan, bedoeld in artikel 5:5, voldoet aan het uitgangspunt dat geen ernstig nadeel ontstaat.

  2. De geneesheer-directeur draagt zijn bevindingen als bedoeld in het eerste lid, vergezeld van de zorgkaart en het zorgplan over aan de officier van justitie.

← terug naar Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg