-
Onze Minister kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33.500 opleggen ter zake van overtreding van regels gesteld bij of krachtens artikel:
- a
- b
- c
- d
1:5;
- e
2:2;
- f
2:3;
- g
2:4;
- h
- i
5:13;
- j
7:3, met uitzondering van het vierde lid, onderdeel d, vijfde, zesde en zevende lid;
- k
8:3;
- l
8:4;
- m
8:7;
- n
8:8;
- o
8:9;
- p
8:11;
- q
8:12;
- r
8:13;
- s
8:14;
- t
8:15;
- u
- v
- w
8:18, eerste tot en met vierde, zesde, zevende, negende, tiende, en dertiende lid;
- x
- y
- z
- aa
8:24;
- bb
8:25;
- cc
8:26;
- dd
8:27;
- ee
8:29, wat betreft de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke;
- ff
8:33 wat betreft de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur;
- gg
8:34, met uitzondering van de officier van justitie, de rechter, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders;
- hh
9:2;
- ii
9:3;
- jj
9:4;
- kk
9:5;
- ll
9:6;
- mm
9:7;
- nn
9:8;
- oo
9:9;
- pp
- qq
10:2;
- rr
- ss
11:2;
- tt
- uu
12:1;
- vv
12:2;
- ww
12:3;
- xx
- yy
13:3.
-
Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van regels gesteld bij of krachtens artikel:
2:2;
8:6;
8:24;
8:25;
9:4;
9:10, eerste lid, wat betreft overtreding van regels gesteld bij of krachtens de artikelen 8:24 en 8:25;
10:1;
-
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.
-
Indien de ernst van de overtreding, of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, wordt die overtreding aan het openbaar ministerie voorgelegd.
Inhoud
Artikel 13:4 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg – Wettekst
Officiële wettekst historische versie
Historische versies
Tekst van deze versie
-
Onze Minister kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33.500 opleggen ter zake van overtreding van regels gesteld bij of krachtens artikel:
- a
- b
- c
- d
1:5;
- e
2:2;
- f
2:3;
- g
2:4;
- h
- i
5:13;
- j
7:3, met uitzondering van het vierde lid, onderdeel d, vijfde, zesde en zevende lid;
- k
8:3;
- l
8:4;
- m
8:7;
- n
8:8;
- o
8:9;
- p
8:11;
- q
8:12;
- r
8:13;
- s
8:14;
- t
8:15;
- u
- v
- w
8:18, eerste tot en met vierde, zesde, zevende, negende, tiende, en dertiende lid;
- x
- y
- z
- aa
8:24;
- bb
8:25;
- cc
8:26;
- dd
8:27;
- ee
8:29, wat betreft de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke;
- ff
8:33 wat betreft de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur;
- gg
8:34, met uitzondering van de officier van justitie, de rechter, de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders;
- hh
9:2;
- ii
9:3;
- jj
9:4;
- kk
9:5;
- ll
9:6;
- mm
9:7;
- nn
9:8;
- oo
9:9;
- pp
- qq
10:2;
- rr
- ss
11:2;
- tt
- uu
12:1;
- vv
12:2;
- ww
12:3;
- xx
- yy
13:3.
-
Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van regels gesteld bij of krachtens artikel:
2:2;
8:6;
8:24;
8:25;
9:4;
9:10, eerste lid, wat betreft overtreding van regels gesteld bij of krachtens de artikelen 8:24 en 8:25;
10:1;
-
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde verplichting.
-
Indien de ernst van de overtreding, of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, wordt die overtreding aan het openbaar ministerie voorgelegd.
Nog geen automatische verwijzingen.