De familievertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot betrokkene en behoeft geen toestemming van derden om te spreken met betrokkene, voor zover:

  1. familie of naasten hierom verzoeken,

  2. het voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is, en

  3. betrokkene daarmee uitdrukkelijk instemt