Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen

Inhoud

Artikel 29a

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2021.
  1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. BIK-afdrachtvermindering: de afdrachtvermindering voor de baangerelateerde investering;

    2. BIK-inhoudingsplichtige: een natuurlijk persoon die of een lichaam dat inhoudingsplichtige is en die of dat een of meer baangerelateerde investeringen doet, voor zover die persoon of dat lichaam voor die investeringen, afgezien van de omvang daarvan, in aanmerking komt voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, bedoeld in artikel 3.41 van de Wet inkomstenbelasting 2001;

    3. BIK-verklaring: de door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op de voet van artikel 29f aan een inhoudingsplichtige afgegeven verklaring betreffende de BIK-afdrachtvermindering;

    4. baangerelateerde investering: het aangaan van verplichtingen ter zake van de aanschaffing van een niet eerder gebruikt bedrijfsmiddel als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, voor zover die verplichtingen drukken op de BIK-inhoudingsplichtige, met uitzondering van:

      1. bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.45, eerste en tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarbij in plaats van het in onderdeel b van dat tweede lid genoemde bedrag, een bedrag van € 1.500 geldt;

      2. bedrijfsmiddelen waarbij verplichtingen zijn aangegaan als bedoeld in artikel 3.46 van die wet of artikel 8, achtste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

  2. Bij een samenwerkingsverband dat inhoudingsplichtige is, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk de door de vennoten in het kader van dat samenwerkingsverband gedane investeringen aangemerkt als investeringen van het samenwerkingsverband en wordt het voor die investeringen, afgezien van de omvang daarvan, door de vennoten in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, bedoeld in artikel 3.41 van de Wet inkomstenbelasting 2001, toegerekend aan het samenwerkingsverband.

  3. Indien een lichaam dat inhoudingsplichtige is deel uitmaakt van een fiscale eenheid wordt dat lichaam als BIK-inhoudingsplichtige aangemerkt ingeval het een of meer baangerelateerde investeringen doet, voor zover dat lichaam als ware er geen fiscale eenheid voor die investeringen, afgezien van de omvang daarvan, in aanmerking zou komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, bedoeld in artikel 3.41 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  4. Een investering wordt alleen als een baangerelateerde investering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, aangemerkt indien de verplichtingen ter zake van de aanschaffing van het bedrijfsmiddel op of na 1 oktober 2020 zijn aangegaan, het bedrijfsmiddel met een laatste betaling in 2021 of 2022 volledig is betaald en het bedrijfsmiddel binnen zes maanden na die volledige betaling in gebruik wordt genomen.

  5. Verplichtingen ter zake van de verbetering van een bedrijfsmiddel en voortbrengingskosten ter zake van een bedrijfsmiddel worden niet als een baangerelateerde investering aangemerkt.

01-01-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 28-12-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 28-12-2021.

Tekst van deze versie

  1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    1. BIK-afdrachtvermindering: de afdrachtvermindering voor de baangerelateerde investering;

    2. BIK-inhoudingsplichtige: een natuurlijk persoon die of een lichaam dat inhoudingsplichtige is en die of dat een of meer baangerelateerde investeringen doet, voor zover die persoon of dat lichaam voor die investeringen, afgezien van de omvang daarvan, in aanmerking komt voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, bedoeld in artikel 3.41 van de Wet inkomstenbelasting 2001;

    3. BIK-verklaring: de door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op de voet van artikel 29f aan een inhoudingsplichtige afgegeven verklaring betreffende de BIK-afdrachtvermindering;

    4. baangerelateerde investering: het aangaan van verplichtingen ter zake van de aanschaffing van een niet eerder gebruikt bedrijfsmiddel als bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, voor zover die verplichtingen drukken op de BIK-inhoudingsplichtige, met uitzondering van:

      1. bedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.45, eerste en tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarbij in plaats van het in onderdeel b van dat tweede lid genoemde bedrag, een bedrag van € 1.500 geldt;

      2. bedrijfsmiddelen waarbij verplichtingen zijn aangegaan als bedoeld in artikel 3.46 van die wet of artikel 8, achtste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

  2. Bij een samenwerkingsverband dat inhoudingsplichtige is, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk de door de vennoten in het kader van dat samenwerkingsverband gedane investeringen aangemerkt als investeringen van het samenwerkingsverband en wordt het voor die investeringen, afgezien van de omvang daarvan, door de vennoten in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, bedoeld in artikel 3.41 van de Wet inkomstenbelasting 2001, toegerekend aan het samenwerkingsverband.

  3. Indien een lichaam dat inhoudingsplichtige is deel uitmaakt van een fiscale eenheid wordt dat lichaam als BIK-inhoudingsplichtige aangemerkt ingeval het een of meer baangerelateerde investeringen doet, voor zover dat lichaam als ware er geen fiscale eenheid voor die investeringen, afgezien van de omvang daarvan, in aanmerking zou komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, bedoeld in artikel 3.41 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  4. Een investering wordt alleen als een baangerelateerde investering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, aangemerkt indien de verplichtingen ter zake van de aanschaffing van het bedrijfsmiddel op of na 1 oktober 2020 zijn aangegaan, het bedrijfsmiddel met een laatste betaling in 2021 of 2022 volledig is betaald en het bedrijfsmiddel binnen zes maanden na die volledige betaling in gebruik wordt genomen.

  5. Verplichtingen ter zake van de verbetering van een bedrijfsmiddel en voortbrengingskosten ter zake van een bedrijfsmiddel worden niet als een baangerelateerde investering aangemerkt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen