Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen

Inhoud
Hoofdstuk I Algemeen
Hoofdstuk II Verminderingen af te dragen loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
Hoofdstuk III Afdrachtvermindering lage lonen
Hoofdstuk IV Afdrachtvermindering langdurig werklozen
Hoofdstuk V Afdrachtvermindering onderwijs
Hoofdstuk VA Afdrachtvermindering scholing
Hoofdstuk VI Afdrachtvermindering kinderopvang
Hoofdstuk VIA Afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof
Hoofdstuk VII Afdrachtvermindering zeevaart
Hoofdstuk VIII S&O-afdrachtvermindering
Hoofdstuk IX Baangerelateerde investeringskorting (BIK-afdrachtvermindering)
Hoofdstuk X Bijzondere bepalingen inzake beroep en bevoegdheden
Hoofdstuk XI Aanvullende regelingen
Hoofdstuk XII Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22

HISTORISCH
  1. De S&O-inhoudingsplichtige kan voor een aaneengesloten periode van ten minste drie kalendermaanden en ten hoogste twaalf kalendermaanden vallende binnen één kalenderjaar een S&O-verklaring aanvragen. Een kalendermaand waarop een aanvraag betrekking heeft kan niet meer worden betrokken in een latere aanvraag.

  2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, een opgave als bedoeld in het vierde lid en een mededeling als bedoeld in artikel 24, tweede lid, geschieden uitsluitend langs elektronische weg met gebruikmaking van de hiervoor door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beschikbaar gestelde voorziening en door opvolging van de daarbij opgenomen aanwijzingen.

  3. De aanvraag wordt uiterlijk ingediend op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaande aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien de aanvraag betrekking heeft op een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar, wordt de aanvraag uiterlijk ingediend op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. De beslissing op de aanvraag wordt gegeven binnen drie kalendermaanden na de aanvang van de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan bij ministeriële regeling in het algemeen of voor groepen van gevallen, een latere datum vaststellen waarop de beslissing op de aanvraag uiterlijk moet zijn gegeven.

  4. De aanvraag wordt in de situatie waarin de S&O-inhoudingsplichtige in het S&O-referentiejaar speur- en ontwikkelingswerk heeft verricht waarvoor een S&O-verklaring is verstrekt, slechts in behandeling genomen indien hij uiterlijk bij de indiening van de aanvraag opgave heeft gedaan van de burgerservicenummers van zijn werknemers die dat speur- en ontwikkelingswerk hebben verricht.

01-01-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-01-2022 Historisch 28-12-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De S&O-inhoudingsplichtige kan voor een aaneengesloten periode van ten minste drie kalendermaanden en ten hoogste twaalf kalendermaanden vallende binnen één kalenderjaar een S&O-verklaring aanvragen. Een kalendermaand waarop een aanvraag betrekking heeft kan niet meer worden betrokken in een latere aanvraag.

  2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, een opgave als bedoeld in het vierde lid en een mededeling als bedoeld in artikel 24, tweede lid, geschieden uitsluitend langs elektronische weg met gebruikmaking van de hiervoor door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beschikbaar gestelde voorziening en door opvolging van de daarbij opgenomen aanwijzingen.

  3. De aanvraag wordt uiterlijk ingediend op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaande aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien de aanvraag betrekking heeft op een periode die ingaat op 1 januari van een kalenderjaar, wordt de aanvraag uiterlijk ingediend op 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. De beslissing op de aanvraag wordt gegeven binnen drie kalendermaanden na de aanvang van de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan bij ministeriële regeling in het algemeen of voor groepen van gevallen, een latere datum vaststellen waarop de beslissing op de aanvraag uiterlijk moet zijn gegeven.

  4. De aanvraag wordt in de situatie waarin de S&O-inhoudingsplichtige in het S&O-referentiejaar speur- en ontwikkelingswerk heeft verricht waarvoor een S&O-verklaring is verstrekt, slechts in behandeling genomen indien hij uiterlijk bij de indiening van de aanvraag opgave heeft gedaan van de burgerservicenummers van zijn werknemers die dat speur- en ontwikkelingswerk hebben verricht.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen