Wet veiligheidsregio’s

Inhoud

Artikel 31

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2023.
  1. Het bestuur van de veiligheidsregio kan een inrichting die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig.

  2. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er zorg voor dat in die inrichting kan worden beschikt over een bedrijfsbrandweer, die voldoet aan de bij de aanwijzing gestelde eisen inzake personeel en materieel.

  3. In afwijking van het eerste lid vindt de aanwijzing plaats door Onze Minister indien het een inrichting betreft die is gelegen op of deel uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de Staat is geboden. Voordat een aanwijzing plaatsvindt, hoort Onze Minister het hoofd of de bestuurder van de inrichting.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke categorieën inrichtingen kunnen worden aangewezen en op welke wijze tot de aanwijzing kan worden besloten, en kan worden bepaald aan welke eisen het personeel en het materieel moeten voldoen.

  5. Het hoofd of de bestuurder van een inrichting als bedoeld in het vierde lid verstrekt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel Onze Minister de nodige inlichtingen ten behoeve van de uitoefening van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot aanwijzing.

  6. Het hoofd of bestuurder van een aangewezen inrichting verstrekt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel Onze Minister voor 1 februari van ieder jaar een overzicht van de werkelijke sterkte van de bedrijfsbrandweer op 1 januari van dat jaar.

  7. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er zorg voor dat de bedrijfsbrandweer ter zake van optreden dat noodzakelijk is ter bestrijding van brand of van gevaar anderszins binnen de inrichting, de aanwijzingen opvolgt van degene die op grond van een wettelijk voorschrift met de feitelijke leiding van die bestrijding is belast.

12-06-2026 Huidig 01-07-2025 Historisch 12-02-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 20-06-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-05-2022 Historisch 24-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. Het bestuur van de veiligheidsregio kan een inrichting die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig.

  2. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er zorg voor dat in die inrichting kan worden beschikt over een bedrijfsbrandweer, die voldoet aan de bij de aanwijzing gestelde eisen inzake personeel en materieel.

  3. In afwijking van het eerste lid vindt de aanwijzing plaats door Onze Minister indien het een inrichting betreft die is gelegen op of deel uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de Staat is geboden. Voordat een aanwijzing plaatsvindt, hoort Onze Minister het hoofd of de bestuurder van de inrichting.

  4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke categorieën inrichtingen kunnen worden aangewezen en op welke wijze tot de aanwijzing kan worden besloten, en kan worden bepaald aan welke eisen het personeel en het materieel moeten voldoen.

  5. Het hoofd of de bestuurder van een inrichting als bedoeld in het vierde lid verstrekt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel Onze Minister de nodige inlichtingen ten behoeve van de uitoefening van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot aanwijzing.

  6. Het hoofd of bestuurder van een aangewezen inrichting verstrekt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel Onze Minister voor 1 februari van ieder jaar een overzicht van de werkelijke sterkte van de bedrijfsbrandweer op 1 januari van dat jaar.

  7. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er zorg voor dat de bedrijfsbrandweer ter zake van optreden dat noodzakelijk is ter bestrijding van brand of van gevaar anderszins binnen de inrichting, de aanwijzingen opvolgt van degene die op grond van een wettelijk voorschrift met de feitelijke leiding van die bestrijding is belast.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet veiligheidsregio’s