Wijzigingen in deze wet

Wet politiegegevens op 01-07-2025

Alleen artikelen met een inhoudelijke wijziging worden getoond. De diff gebruikt dezelfde opbouw als op de versie-tab van een artikel.

Wet politiegegevens

Vergelijking tussen 01-04-2025 en 01-07-2025

2 gewijzigde artikelen

Artikel 20

Gewijzigd

Indien de politie of de Koninklijke marechaussee deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 van de Politiewet 2012, aan het samenwerkingsverband politiegegevens, voor zover dit noodzakelijk is voor het doel van dat verband, tenzij naar het oordeel van de verwerkingsverantwoordelijke zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit lid.

Indien de politie deelneemt aan een casusoverleg als bedoeld in de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 van de Politiewet 2012, aan het casusoverleg politiegegevens, voor zover dat noodzakelijk is met het oog op het doel van het casusoverleg, tenzij naar het oordeel van de verwerkingsverantwoordelijke zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.

Nieuwe tekst
  1. De verwerkingsverantwoordelijke kan, voor zover dit met het oog op een zwaarwegend algemeen belang noodzakelijk is ten behoeve van een samenwerkingsverband van de bevoegde autoriteiten met personen of instanties, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 van de Politiewet 2012, beslissen tot het verstrekken van politiegegevens aan die personen en instanties voor de volgende doeleinden:

    1. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten;

    2. het handhaven van de openbare orde;

    3. het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven;

    4. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.

  2. In de beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgelegd ten behoeve van welk zwaarwegend algemeen belang de verstrekking noodzakelijk is, ten behoeve van welk samenwerkingsverband de politiegegevens worden verstrekt, alsmede het doel waartoe dit is opgericht, welke gegevens worden verstrekt, de voorwaarden onder welke de gegevens worden verstrekt en aan welke personen of instanties de gegevens worden verstrekt.

  3. Indien de politie of de Koninklijke marechaussee deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 van de Politiewet 2012, aan het samenwerkingsverband politiegegevens, voor zover dit noodzakelijk is voor het doel van dat verband, tenzij naar het oordeel van de verwerkingsverantwoordelijke zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit lid.

  4. Indien de politie deelneemt aan een casusoverleg als bedoeld in de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten, verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke, in overeenstemming met het bevoegd gezag, bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 van de Politiewet 2012, aan het casusoverleg politiegegevens, voor zover dat noodzakelijk is met het oog op het doel van het casusoverleg, tenzij naar het oordeel van de verwerkingsverantwoordelijke zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten.

Artikel 25

Gewijzigd

de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende politiegegevens.

De verwerkingsverantwoordelijke kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen, dan wel voor ten hoogste zes weken indien blijkt dat bij verschillende regionale eenheden of bij deeen landelijke eenheid van de politie politiegegevens over de verzoeker worden verwerkt. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.

Nieuwe tekst
  1. De betrokkene heeft het recht om op diens schriftelijke verzoek van de verwerkingsverantwoordelijke binnen zes weken uitsluitsel te verkrijgen over de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om die persoonsgegevens in te zien en om informatie te verkrijgen over:

    1. de doelen en de rechtsgrond van de verwerking;

    2. de betrokken categorieën van politiegegevens;

    3. de vraag of de deze persoon betreffende politiegegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;

    4. de voorziene periode van opslag of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;

    5. het recht te verzoeken om rectificatie, vernietiging of afscherming van de verwerking van hem betreffende politiegegevens;

    6. het recht een klacht in te dienen bij de Autoriteit persoonsgegevens, en de contactgegevens van die autoriteit;

    7. de herkomst, voor zover beschikbaar, van de verwerking van hem betreffende politiegegevens.

  2. De verwerkingsverantwoordelijke kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen, dan wel voor ten hoogste zes weken indien blijkt dat bij verschillende regionale eenheden of bij een landelijke eenheid van de politie politiegegevens over de verzoeker worden verwerkt. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.