Wijzigingen in deze wet

Wet personenvervoer 2000 op 01-07-2026

Alleen artikelen met een inhoudelijke wijziging worden getoond. De diff gebruikt dezelfde opbouw als op de versie-tab van een artikel.

Wet personenvervoer 2000

Vergelijking tussen 01-01-2024 en 01-07-2026

9 gewijzigde artikelen

Artikel 51

Gewijzigd

Dit onderdeelHet is nogverboden openbaar vervoer te verrichten op grond van een concessie die is verleend na aanbesteding, indien de concessiehouder niet inwerkingbeschikt getredenover een verklaring van geen bezwaar inzake de desbetreffende concessie.

Nieuwe tekst

Het is verboden openbaar vervoer te verrichten op grond van een concessie die is verleend na aanbesteding, indien de concessiehouder niet beschikt over een verklaring van geen bezwaar inzake de desbetreffende concessie.

Artikel 52

Gewijzigd

DitEen onderdeelconcessie isals nogbedoeld nietin inwerkingartikel getreden51 wordt uitsluitend verleend aan een vervoerder die beschikt over een verklaring van geen bezwaar inzake de desbetreffende concessie.

Nieuwe tekst

Een concessie als bedoeld in artikel 51 wordt uitsluitend verleend aan een vervoerder die beschikt over een verklaring van geen bezwaar inzake de desbetreffende concessie.

Artikel 53

Gewijzigd

DitEen onderdeelverklaring van geen bezwaar wordt uitsluitend verleend aan een vervoerder wiens marktaandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer niet groter is nogdan niethet inwerkingaandeel getredenzoals dat krachtens bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 55, eerste lid, te stellen regels is vastgesteld.

Onverminderd het eerste lid wordt een verklaring aan een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste en zevende lid uitsluitend verleend, indien:

het openbaar vervoer dat op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, inmiddels wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding, of

een gedeelte van het openbaar vervoer, bedoeld in onderdeel a, wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding en de omvang van de concessie waartoe het vervoerbedrijf een verklaring van geen bezwaar heeft aangevraagd naar omzet berekend niet meer beloopt dan anderhalf maal de omzet van dat gedeelte van het openbaar vervoer.

Met een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt gelijkgesteld een concessie waarvan een kennisgeving tot de opdracht van aanbesteding van een concessie is gepubliceerd mits de in de kennisgeving vermelde ingangsdatum van de concessie is gelegen binnen een redelijke termijn na de datum van die kennisgeving.

Nieuwe tekst
  1. Een verklaring van geen bezwaar wordt uitsluitend verleend aan een vervoerder wiens marktaandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer niet groter is dan het aandeel zoals dat krachtens bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 55, eerste lid, te stellen regels is vastgesteld.

  2. Onverminderd het eerste lid wordt een verklaring aan een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste en zevende lid uitsluitend verleend, indien:

    1. het openbaar vervoer dat op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, inmiddels wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding, of

    2. een gedeelte van het openbaar vervoer, bedoeld in onderdeel a, wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding en de omvang van de concessie waartoe het vervoerbedrijf een verklaring van geen bezwaar heeft aangevraagd naar omzet berekend niet meer beloopt dan anderhalf maal de omzet van dat gedeelte van het openbaar vervoer.

  3. Met een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt gelijkgesteld een concessie waarvan een kennisgeving tot de opdracht van aanbesteding van een concessie is gepubliceerd mits de in de kennisgeving vermelde ingangsdatum van de concessie is gelegen binnen een redelijke termijn na de datum van die kennisgeving.

Artikel 55

Gewijzigd

DitOp onderdeelde isvoordracht nogvan nietOnze inwerkingMinister getredenin overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld over de afbakening van de Nederlandse markt voor openbaar vervoer en het maximaal voor een vervoerder te verkrijgen aandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer.

Voor de toepassing van artikel 53, eerste lid, wordt het aandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer van een vervoerder bepaald aan de hand van de omzet die is behaald of is te verwachten met het verrichten van openbaar vervoer op basis van concessies of ander bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vervoer.

De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.

Voor de berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, worden de omzetten, voor zover deze zijn behaald of zijn te verwachten met het verrichten van openbaar vervoer op basis van concessies, opgeteld van:

de betrokken vervoerder;

de vervoerder waarin de betrokken vervoerder rechtstreeks of middellijk:

1°meer dan de helft van het kapitaal of de bedrijfsactiva bezit,

2°de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de stemrechten uit te oefenen, dan wel

3°de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de leden van de raad van toezicht of bestuur of van de krachtens de wet tot vertegenwoordiging bevoegde organen te benoemen, dan wel

4°het recht heeft de onderneming te leiden;

5°op andere wijze dan bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde onderdeel, de mogelijkheid heeft, al dan niet in een gemeenschappelijke onderneming, een beslissende invloed uit te oefenen op de onderneming;

de vervoerders die ten aanzien van de betrokken vervoerder over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikken;

de vervoerders waarin een in onderdeel c bedoelde vervoerder over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikt;

de vervoerders waarin een andere onderneming als bedoeld in artikel 1 van de Mededingingswet die ten aanzien van de betrokken vervoerder over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikt, over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikt;

vervoerders waarbij ten minste twee vervoerders onderscheidenlijk ondernemingen als bedoeld in de onderdelen a tot en met d gezamenlijk over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikken.

Voor de berekening van de omzet van de in het eerste en vierde lid bedoelde vervoerders, blijft buiten beschouwing de omzet die is behaald in het tijdvak, bedoeld in artikel 47.

Op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de wijze waarop het aandeel van de vervoerder, bedoeld in het tweede lid, in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer wordt vastgesteld.

Nieuwe tekst
  1. Op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld over de afbakening van de Nederlandse markt voor openbaar vervoer en het maximaal voor een vervoerder te verkrijgen aandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer.

  2. Voor de toepassing van artikel 53, eerste lid, wordt het aandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer van een vervoerder bepaald aan de hand van de omzet die is behaald of is te verwachten met het verrichten van openbaar vervoer op basis van concessies of ander bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vervoer.

  3. De berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.

  4. Voor de berekening van de omzet, bedoeld in het tweede lid, worden de omzetten, voor zover deze zijn behaald of zijn te verwachten met het verrichten van openbaar vervoer op basis van concessies, opgeteld van:

    1. de betrokken vervoerder;

    2. de vervoerder waarin de betrokken vervoerder rechtstreeks of middellijk:

      1. 1°

        meer dan de helft van het kapitaal of de bedrijfsactiva bezit,

      2. 2°

        de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de stemrechten uit te oefenen, dan wel

      3. 3°

        de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de leden van de raad van toezicht of bestuur of van de krachtens de wet tot vertegenwoordiging bevoegde organen te benoemen, dan wel

      4. 4°

        het recht heeft de onderneming te leiden;

      5. 5°

        op andere wijze dan bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde onderdeel, de mogelijkheid heeft, al dan niet in een gemeenschappelijke onderneming, een beslissende invloed uit te oefenen op de onderneming;

    3. de vervoerders die ten aanzien van de betrokken vervoerder over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikken;

    4. de vervoerders waarin een in onderdeel c bedoelde vervoerder over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikt;

    5. de vervoerders waarin een andere onderneming als bedoeld in artikel 1 van de Mededingingswet die ten aanzien van de betrokken vervoerder over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikt, over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikt;

    6. vervoerders waarbij ten minste twee vervoerders onderscheidenlijk ondernemingen als bedoeld in de onderdelen a tot en met d gezamenlijk over de in onderdeel b bedoelde rechten of bevoegdheden beschikken.

  5. Voor de berekening van de omzet van de in het eerste en vierde lid bedoelde vervoerders, blijft buiten beschouwing de omzet die is behaald in het tijdvak, bedoeld in artikel 47.

  6. Op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de wijze waarop het aandeel van de vervoerder, bedoeld in het tweede lid, in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer wordt vastgesteld.

Artikel 57

Gewijzigd

DitBij onderdeelalgemene ismaatregel nogvan nietbestuur inwerkingkan getredenworden bepaald welke gegevens bij een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar worden verstrekt.

Indien de aanvrager reeds eerder een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar heeft ingediend en daarbij gegevens heeft verstrekt die ook nodig zijn voor de beslissing op een nieuwe aanvraag en deze gegevens niet zijn gewijzigd, kan hij, in plaats van deze gegevens wederom te verstrekken, bij die nieuwe aanvraag volstaan met een verwijzing naar de eerdere aanvraag.

Onverwijld na ontvangst van de aanvraag zendt de Autoriteit Consument en Markt de aanvrager een bericht van ontvangst, waarin de datum van ontvangst is vermeld.

Nieuwe tekst
  1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke gegevens bij een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar worden verstrekt.

  2. Indien de aanvrager reeds eerder een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar heeft ingediend en daarbij gegevens heeft verstrekt die ook nodig zijn voor de beslissing op een nieuwe aanvraag en deze gegevens niet zijn gewijzigd, kan hij, in plaats van deze gegevens wederom te verstrekken, bij die nieuwe aanvraag volstaan met een verwijzing naar de eerdere aanvraag.

  3. Onverwijld na ontvangst van de aanvraag zendt de Autoriteit Consument en Markt de aanvrager een bericht van ontvangst, waarin de datum van ontvangst is vermeld.

Artikel 58

Gewijzigd

DitDe onderdeelAutoriteit isConsument nogen nietMarkt inwerkingbeslist getredenbinnen vier weken na ontvangst van een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar. De Autoriteit Consument en Markt stelt de verlener van de concessie waarop de aanvraag betrekking heeft, in kennis van haar besluit.

De in het eerste lid bedoelde termijn vangt aan met ingang van de eerstvolgende dag na ontvangst van de aanvraag, die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is in de zin van de Algemene termijnenwet.

De Autoriteit Consument en Markt kan binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, die termijn met vier weken verlengen.

Het niet tijdig nemen van een beschikking op de aanvraag wordt gelijkgesteld met het afgeven van een verklaring van geen bezwaar.

Op aanvraag van de concessieverlener deelt de Autoriteit Consument en Markt hem mee of het vierde lid van toepassing is op een bepaalde aanvraag.

Nieuwe tekst
  1. De Autoriteit Consument en Markt beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag om een verklaring van geen bezwaar. De Autoriteit Consument en Markt stelt de verlener van de concessie waarop de aanvraag betrekking heeft, in kennis van haar besluit.

  2. De in het eerste lid bedoelde termijn vangt aan met ingang van de eerstvolgende dag na ontvangst van de aanvraag, die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is in de zin van de Algemene termijnenwet.

  3. De Autoriteit Consument en Markt kan binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, die termijn met vier weken verlengen.

  4. Het niet tijdig nemen van een beschikking op de aanvraag wordt gelijkgesteld met het afgeven van een verklaring van geen bezwaar.

  5. Op aanvraag van de concessieverlener deelt de Autoriteit Consument en Markt hem mee of het vierde lid van toepassing is op een bepaalde aanvraag.

Artikel 59

Gewijzigd

DitDe onderdeelAutoriteit isConsument nogen nietMarkt inwerkingkan getredeneen verklaring van geen bezwaar intrekken, indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot een andere beschikking op de aanvraag om een verklaring van geen bezwaar.

De Autoriteit Consument en Markt deelt haar voornemen een verklaring van geen bezwaar in te trekken schriftelijk en met redenen omkleed mee aan belanghebbenden.

In afwijking van afdeling 4.1.2. van de Algemene wet bestuursrecht stelt de Autoriteit Consument en Markt, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, degene aan wie de verklaring van geen bezwaar is verleend en de concessieverlener in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren te brengen.

Een beschikking tot intrekking van een verklaring van geen bezwaar treedt niet eerder in werking dan dertien weken na de datum van haar bekendmaking. Zij werkt niet terug.

Nieuwe tekst
  1. De Autoriteit Consument en Markt kan een verklaring van geen bezwaar intrekken, indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot een andere beschikking op de aanvraag om een verklaring van geen bezwaar.

  2. De Autoriteit Consument en Markt deelt haar voornemen een verklaring van geen bezwaar in te trekken schriftelijk en met redenen omkleed mee aan belanghebbenden.

  3. In afwijking van afdeling 4.1.2. van de Algemene wet bestuursrecht stelt de Autoriteit Consument en Markt, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, degene aan wie de verklaring van geen bezwaar is verleend en de concessieverlener in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren te brengen.

  4. Een beschikking tot intrekking van een verklaring van geen bezwaar treedt niet eerder in werking dan dertien weken na de datum van haar bekendmaking. Zij werkt niet terug.

Artikel 63a

Gewijzigd

In afwijking van artikel 61, eerste lid, kan een concessieverlener voor openbaar vervoer, anders dan per trein,vervoer in een krachtens artikel 20, derde lid, aangewezen gebied, dat de gemeenten Amsterdam, ’s-Gravenhage of Rotterdam omvat,gebied een concessie verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop het openbaar lichaam als bedoeld artikel 20, derde lid, net als over haar eigen diensten zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van toepassing.

In afwijking van artikel 61, eerste lid, kan een concessieverlener voor openbaar vervoer, anders dan per trein, voor het gebied van de plusregio, bedoeld in hoofdstuk XI van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de Wet afschaffing plusregio’s, dat de gemeente Utrecht omvatte, een concessie verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop de concessieverlener net als over haar eigen diensten zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370 /2007 is van toepassing.

In afwijking van artikel 61, eerste lid, kan een concessieverlener voor openbaar vervoer, anders dan per trein, voor het gebied van de plusregio, bedoeld in hoofdstuk XI van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de Wet afschaffing plusregio’s, dat de gemeente Utrecht omvatte, een concessie verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop de concessieverlener net als over haar eigen diensten zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370 /2007 is van toepassing.

In afwijking van artikel 61, eerste lid, kunnen gedeputeerde staten een concessie voor regionaal openbaar vervoer verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop gedeputeerde staten, net als over andere diensten van de provincie zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van toepassing.

Nieuwe tekst
  1. In afwijking van artikel 61, eerste lid, kan een concessieverlener voor openbaar vervoer in een krachtens artikel 20, derde lid, aangewezen gebied een concessie verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop het openbaar lichaam als bedoeld artikel 20, derde lid, net als over haar eigen diensten zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van toepassing.

  2. In afwijking van artikel 61, eerste lid, kan een concessieverlener voor openbaar vervoer, anders dan per trein, voor het gebied van de plusregio, bedoeld in hoofdstuk XI van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de Wet afschaffing plusregio’s, dat de gemeente Utrecht omvatte, een concessie verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop de concessieverlener net als over haar eigen diensten zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370 /2007 is van toepassing.

  3. In afwijking van artikel 61, eerste lid, kunnen gedeputeerde staten een concessie voor regionaal openbaar vervoer verlenen zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden, indien deze concessie wordt verleend aan een vervoerder waarop gedeputeerde staten, net als over andere diensten van de provincie zeggenschap uitoefent. Artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) 1370/2007 is van toepassing.

Artikel 63b

Gewijzigd

Een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, doet niet mee aan de aanbesteding van:

concessies voor openbaar vervoer buiten de gebieden, bedoeld in artikel 63a, eerste tot en tweedemet derde lid, waar de concessie, bedoeld in de aanhef, verleend is;

concessies voor openbaar vervoer binnen de gebieden, bedoeld in artikel 63a, eerste tot en tweedemet derde lid, waar de concessie, bedoeld in de aanhef, verleend is indien de concessieverlener dit heeft uitgesloten als bedoeld in artikel 62, derde lid.

vervoer buiten het gebied, bedoeld in artikel 63a, eerste tot en tweedemet derde lid, waar de concessie verleend is waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, dit artikel van toepassing is verklaard.

In afwijking van het eerste lid mag een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, meedoen aan een aanbesteding indien wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, van verordening (EG) 1370/2007.

Nieuwe tekst
  1. Een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, doet niet mee aan de aanbesteding van:

    1. concessies voor openbaar vervoer buiten de gebieden, bedoeld in artikel 63a, eerste tot en met derde lid, waar de concessie, bedoeld in de aanhef, verleend is;

    2. concessies voor openbaar vervoer binnen de gebieden, bedoeld in artikel 63a, eerste tot en met derde lid, waar de concessie, bedoeld in de aanhef, verleend is indien de concessieverlener dit heeft uitgesloten als bedoeld in artikel 62, derde lid.

    3. vervoer buiten het gebied, bedoeld in artikel 63a, eerste tot en met derde lid, waar de concessie verleend is waarop bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, dit artikel van toepassing is verklaard.

  2. In afwijking van het eerste lid mag een vervoerder aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, meedoen aan een aanbesteding indien wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, van verordening (EG) 1370/2007.