Wijzigingen in deze wet

Wet basisregistratie personen op 11-11-2025

Alleen artikelen met een inhoudelijke wijziging worden getoond. De diff gebruikt dezelfde opbouw als op de versie-tab van een artikel.

Wet basisregistratie personen

Vergelijking tussen 12-02-2025 en 11-11-2025

17 gewijzigde artikelen

Artikel 1.1

Gewijzigd

bde basisregistratie: de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2;

cde persoonslijst: het geheel van gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, 2.69, eerste lid, en 2.69,2.84, eerste lid, over één persoon in de basisregistratie;

dde inschrijving: de opneming van een persoonslijst in de basisregistratie;

zhet tijdelijk verblijfsadres: het adres in Nederland, niet zijnde het woonadres of het briefadres, waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een maand meestentijds en gedurende een half jaar minder dan twee derde van de tijd zal overnachten;

aacontactgegevens: telefoonnummer en e-mailadres van de niet-ingezetene.niet-ingezetene;

abde ingezetene van een openbaar lichaam: de ingeschrevene die zijn adres heeft in een van de openbare lichamen, en op wiens persoonslijst niet het gegeven van zijn overlijden of van zijn vertrek uit een van de openbare lichamen als actueel gegeven is opgenomen;

acNederland: het Europese deel van Nederland.

Nieuwe tekst

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. a

    Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  2. b

    de basisregistratie: de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2;

  3. c

    de persoonslijst: het geheel van gegevens, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, 2.69, eerste lid, en 2.84, eerste lid, over één persoon in de basisregistratie;

  4. d

    de inschrijving: de opneming van een persoonslijst in de basisregistratie;

  5. e

    de ingeschrevene: degene ten aanzien van wie een persoonslijst in de basisregistratie is opgenomen;

  6. f

    de ingezetene: de ingeschrevene die zijn adres heeft in een gemeente in Nederland en op wiens persoonslijst niet het gegeven van zijn overlijden of van vertrek uit Nederland als actueel gegeven is opgenomen;

  7. g

    de systematische verstrekking van gegevens of het systematisch verstrekken van gegevens: de verstrekking of het verstrekken van gegevens uit de basisregistratie, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid;

  8. h

    de bijhoudingsgemeente: de gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 1.4 verantwoordelijk is voor de bijhouding van de persoonslijst;

  9. i

    een vreemdeling: degene die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld;

  10. j

    de aangifte van verblijf en adres: de aangifte, bedoeld in artikel 2.38;

  11. k

    een beëdigde vertaler: een vertaler als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet beëdigde tolken en vertalers;

  12. l

    de aangifte van adreswijziging: de aangifte, bedoeld in artikel 2.39;

  13. m

    de aangifte van vertrek: de aangifte, bedoeld in artikel 2.43;

  14. n

    een authentiek gegeven: een in de basisregistratie opgenomen gegeven dat op grond van artikel 1.6 als authentiek wordt aangemerkt;

  15. o

    het woonadres:

    1. 1°

      het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;

    2. 2°

      het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten;

  16. p

    het briefadres: het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen;

  17. q

    het adres: het woonadres, dan wel bij het ontbreken hiervan of bij toepassing van artikel 2.40 of 2.41, het briefadres;

  18. r

    de briefadresgever: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42, die een briefadres ter beschikking stelt;

  19. s

    het burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

  20. t

    een overheidsorgaan:

    1. 1°

      een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

    2. 2°

      een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed;

  21. u

    een derde: elke natuurlijke persoon, niet zijnde een overheidsorgaan of de ingeschrevene, en elke rechtspersoon die niet krachtens publiekrecht is ingesteld, noch met enig openbaar gezag is bekleed;

  22. v

    de openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  23. w

    een inschrijfvoorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 2.64;

  24. x

    het Besluit bevolkingsboekhouding: het Besluit bevolkingsboekhouding zoals dat gold op de laatste dag voor de intrekking van de Wet bevolkings- en verblijfsregisters;

  25. y

    de verordening: Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);

  26. z

    het tijdelijk verblijfsadres: het adres in Nederland, niet zijnde het woonadres of het briefadres, waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een maand meestentijds en gedurende een half jaar minder dan twee derde van de tijd zal overnachten;

  27. aa

    contactgegevens: telefoonnummer en e-mailadres van de niet-ingezetene;

  28. ab

    de ingezetene van een openbaar lichaam: de ingeschrevene die zijn adres heeft in een van de openbare lichamen, en op wiens persoonslijst niet het gegeven van zijn overlijden of van zijn vertrek uit een van de openbare lichamen als actueel gegeven is opgenomen;

  29. ac

    Nederland: het Europese deel van Nederland.

Artikel 1.2

Gewijzigd

Er is een basisregistratie personen. De basisregistratie bevat persoonsgegevens over de ingezetenen van Nederland. De basisregistratie bevat persoonsgegevens over niet-ingezetenen en de ingezetenen van een openbaar lichaam voor zover deze wet daarin voorziet.

Nieuwe tekst

Er is een basisregistratie personen. De basisregistratie bevat persoonsgegevens over de ingezetenen van Nederland. De basisregistratie bevat persoonsgegevens over niet-ingezetenen en de ingezetenen van een openbaar lichaam voor zover deze wet daarin voorziet.

Artikel 1.4

Gewijzigd

Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2.

Onze Minister is verantwoordelijk voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdelingafdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 2.

Nieuwe tekst
  1. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2.

  2. Onze Minister is verantwoordelijk voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 2.

Artikel 1.10

Gewijzigd

de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisregistratie;

de uitwisseling van berichten tussen de centrale voorzieningen en de gemeentelijke voorzieningen en tussen de centrale voorzieningen en de overheidsorganen waaraan en derden aan wie systematisch gegevens worden verstrekt.verstrekt;

De uitwisseling van berichten tussen de centrale voorzieningen en de verstrekkingenvoorziening, bedoeld in artikel 3a van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

Nieuwe tekst

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:

  1. de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisregistratie;

  2. de uitwisseling van berichten tussen de centrale voorzieningen en de gemeentelijke voorzieningen en tussen de centrale voorzieningen en de overheidsorganen waaraan en derden aan wie systematisch gegevens worden verstrekt;

  3. De uitwisseling van berichten tussen de centrale voorzieningen en de verstrekkingenvoorziening, bedoeld in artikel 3a van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

Artikel 2.63

Gewijzigd

Deze afdeling is van toepassing op personen die niet als ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam in de basisregistratie zijn ingeschreven, met uitzondering van personen die op het moment van hun overlijden ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam waren.

In afwijking van het eerste lid worden geen gegevens opgenomen krachtens deze afdeling in een geval als bedoeld in artikel 2.1, derde lid.

Nieuwe tekst
  1. Deze afdeling is van toepassing op personen die niet als ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam in de basisregistratie zijn ingeschreven, met uitzondering van personen die op het moment van hun overlijden ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam waren.

  2. In afwijking van het eerste lid worden geen gegevens opgenomen krachtens deze afdeling in een geval als bedoeld in artikel 2.1, derde lid.

  3. De krachtens deze afdeling over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra hij ingezetene wordt opnieuw vastgesteld met inachtneming van de eerste afdeling van dit hoofdstuk.

  4. De gegevens over het tijdelijk verblijfsadres en contactgegevens worden indien de ingeschrevene ingezetene wordt niet opnieuw vastgesteld.

Artikel 2.64

Gewijzigd

Onze Minister houdt in Nederland en in een of meerdere van de openbare lichamen voorzieningen in stand ten behoeve van de uitvoering van deze wet inzake:

het inschrijven van niet-ingezetenen;

Nieuwe tekst

Onze Minister houdt in Nederland en in een of meerdere van de openbare lichamen voorzieningen in stand ten behoeve van de uitvoering van deze wet inzake:

  1. het inschrijven van niet-ingezetenen;

  2. het indienen van verzoeken van niet-ingezetenen aan Onze Minister.

Artikel 2.65

Gewijzigd

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen die bevoegd zijn om Onze Minister een verzoek te doen als bedoeld in artikel 2.68, eerste lid, of een opgave als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onderdeel a. Bij de maatregel wordt bepaald op welke taken van het bestuursorgaan de aanwijzing betrekking heeft. Daarbij kan tevens bepaald worden op welke gevallen de aanwijzing betrekking heeft.

Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan ook betrekking hebben op bestuursorganen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES.

Nieuwe tekst
  1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bestuursorganen worden aangewezen die bevoegd zijn om Onze Minister een verzoek te doen als bedoeld in artikel 2.68, eerste lid, of een opgave als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onderdeel a. Bij de maatregel wordt bepaald op welke taken van het bestuursorgaan de aanwijzing betrekking heeft. Daarbij kan tevens bepaald worden op welke gevallen de aanwijzing betrekking heeft.

  2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan ook betrekking hebben op bestuursorganen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES.

Artikel 2.67

Gewijzigd

Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.

Onze Minister gaat niet over tot inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste of derde afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.

Nieuwe tekst
  1. Eenieder kan Onze Minister verzoeken om hem in te schrijven in de basisregistratie. Een dergelijk verzoek kan, waar het gaat om de inschrijving van minderjarigen jonger dan 16 jaar, worden gedaan door ouders, voogden of verzorgers.

  2. Bij zijn verzoek legt de betrokkene ten minste de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bescheiden ten behoeve van een juiste inschrijving over.

  3. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de betrokkene ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit in persoon bij de inschrijfvoorziening is verschenen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen van de verschijning in persoon kan worden afgezien.

  4. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.

  5. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste of derde afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.

Artikel 2.82

Nieuw

Deze afdeling is van toepassing op personen die als ingezetene van een openbaar lichaam in de basisregistratie zijn of worden ingeschreven en op ingeschrevenen die op het moment van hun overlijden ingezetene van een openbaar lichaam waren.

Met betrekking tot de ingeschrevene die geen ingezetene van een openbaar lichaam meer is, worden krachtens deze afdeling geen nieuwe algemene gegevens opgenomen.

In afwijking van het eerste of tweede lid worden gegevens opgenomen krachtens deze afdeling, voor zover:

het feiten betreft die zich hebben voorgedaan in de tijd dat de ingeschrevene nog ingezetene van een openbaar lichaam was, of

dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.

De krachtens deze afdeling over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra diegene ingezetene wordt, opnieuw vastgesteld met inachtneming van de eerste afdeling van dit hoofdstuk.

De krachtens afdeling 1 of 2 van dit hoofdstuk over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra diegene ingezetene van een openbaar lichaam wordt, opnieuw vastgesteld met inachtneming van deze afdeling.

Nieuwe tekst
  1. Deze afdeling is van toepassing op personen die als ingezetene van een openbaar lichaam in de basisregistratie zijn of worden ingeschreven en op ingeschrevenen die op het moment van hun overlijden ingezetene van een openbaar lichaam waren.

  2. Met betrekking tot de ingeschrevene die geen ingezetene van een openbaar lichaam meer is, worden krachtens deze afdeling geen nieuwe algemene gegevens opgenomen.

  3. In afwijking van het eerste of tweede lid worden gegevens opgenomen krachtens deze afdeling, voor zover:

    1. het feiten betreft die zich hebben voorgedaan in de tijd dat de ingeschrevene nog ingezetene van een openbaar lichaam was, of

    2. dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.

  4. De krachtens deze afdeling over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra diegene ingezetene wordt, opnieuw vastgesteld met inachtneming van de eerste afdeling van dit hoofdstuk.

  5. De krachtens afdeling 1 of 2 van dit hoofdstuk over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra diegene ingezetene van een openbaar lichaam wordt, opnieuw vastgesteld met inachtneming van deze afdeling.

Artikel 2.83

Nieuw

De inschrijving in de basisregistratie geschiedt ambtshalve.

Inschrijving geschiedt niet als de betrokkene reeds in de basisregistratie is ingeschreven.

Nieuwe tekst
  1. De inschrijving in de basisregistratie geschiedt ambtshalve.

  2. Inschrijving geschiedt niet als de betrokkene reeds in de basisregistratie is ingeschreven.

Artikel 2.84

Nieuw

In de basisregistratie worden over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:

algemene gegevens:

1°gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht en het overlijden;

2°gegevens over de nationaliteit, met dien verstande dat geen gegevens over een vreemde nationaliteit worden opgenomen naast gegevens over het Nederlanderschap of het feit dat de betrokkene als Nederlander wordt behandeld;

3°gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene;

4°gegevens over het adres, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, en tweede lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

administratieve gegevens:

1°gegevens in verband met de inschrijving;

2°gegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, onder 3° van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;

3°gegevens over de beperking van de verstrekking van gegevens aan derden.

Artikel 2.7, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Nieuwe tekst
  1. In de basisregistratie worden over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:

    1. algemene gegevens:

      1. 1°

        gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht en het overlijden;

      2. 2°

        gegevens over de nationaliteit, met dien verstande dat geen gegevens over een vreemde nationaliteit worden opgenomen naast gegevens over het Nederlanderschap of het feit dat de betrokkene als Nederlander wordt behandeld;

      3. 3°

        gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene;

      4. 4°

        gegevens over het adres, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, en tweede lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

    2. administratieve gegevens:

      1. 1°

        gegevens in verband met de inschrijving;

      2. 2°

        gegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, onder 3° van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;

      3. 3°

        gegevens over de beperking van de verstrekking van gegevens aan derden.

  2. Artikel 2.7, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.85

Nieuw

De algemene gegevens, bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel a, en de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 3°, worden ontleend aan de persoonslijst van de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

Bij wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 5°, 7°, 8° en 9°, en onderdeel c, onder 3° en 5°, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES draagt Onze Minister onverwijld zorg voor bijhouding daarvan in de basisregistratie, voor zover het gegevens betreft als bedoeld in artikel 2.84, eerste lid.

Nieuwe tekst
  1. De algemene gegevens, bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel a, en de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 3°, worden ontleend aan de persoonslijst van de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

  2. Bij wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 5°, 7°, 8° en 9°, en onderdeel c, onder 3° en 5°, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES draagt Onze Minister onverwijld zorg voor bijhouding daarvan in de basisregistratie, voor zover het gegevens betreft als bedoeld in artikel 2.84, eerste lid.

Artikel 2.86

Nieuw

De artikelen 2.55, 2.56a, vierde lid, 2.57, 2.58, 2.58a, 2.60, onderdeel g, en 2.61, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van ingezetenen van een openbaar lichaam met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van het college van burgemeester en wethouders en dat het verzoek wordt gedaan door tussenkomst van een inschrijfvoorziening of een bestuurscollege.

Nieuwe tekst

De artikelen 2.55, 2.56a, vierde lid, 2.57, 2.58, 2.58a, 2.60, onderdeel g, en 2.61, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van ingezetenen van een openbaar lichaam met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van het college van burgemeester en wethouders en dat het verzoek wordt gedaan door tussenkomst van een inschrijfvoorziening of een bestuurscollege.

Artikel 4.3a

Nieuw

Onze Minister verricht periodiek een onderzoek naar de consistentie tussen en integriteit van de in de centrale voorzieningen en de verstrekkingenvoorziening, bedoeld in artikel 3a van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, opgeslagen gegevens.

Onze Minister verstrekt naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid aan een college van burgemeester en wethouders respectievelijk een bestuurscollege dat daar belang bij heeft zo spoedig mogelijk alle inlichtingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de taak met betrekking tot de basisregistratie dan wel de basisadministraties, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

Nieuwe tekst
  1. Onze Minister verricht periodiek een onderzoek naar de consistentie tussen en integriteit van de in de centrale voorzieningen en de verstrekkingenvoorziening, bedoeld in artikel 3a van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, opgeslagen gegevens.

  2. Onze Minister verstrekt naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid aan een college van burgemeester en wethouders respectievelijk een bestuurscollege dat daar belang bij heeft zo spoedig mogelijk alle inlichtingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de taak met betrekking tot de basisregistratie dan wel de basisadministraties, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

Artikel 4.9

Gewijzigd

Naast de in artikel 2.7 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 1,2, afdeling 1, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:

het administratienummer van de ingeschrevene;

de data waarop de onder a en b bedoelde nummers van kracht zijn geworden of beëindigd.

Naast de in artikel 2.69 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 1,2, afdeling 2, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:

het administratienummer van de ingeschrevene;

de datum waarop het nummer van kracht is geworden of beëindigd.

Naast de in artikel 2.84 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij Koninklijk Besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:

het administratienummer van de ingeschrevene;

Tot de laatste van de in de aanhef van het eerste en tweede lid bedoelde data blijft artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing. Tot dat moment wordt aan een niet-ingezetene die wordt ingeschreven in de basisregistratie een administratienummer toegekend. Daarbij is het hiervoor bedoelde artikel 50, eerste, tweede, derde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het nummer wordt toegekend door Onze Minister. Onze Minister neemt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, op in de basisregistratie.

Een overheidsorgaan kan tot de in het derdevierde lid bedoelde datum bij het verwerken van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van zijn taak gebruikmaken van het administratienummer.

Een derde kan tot de in het derdevierde lid bedoelde datum bij het verwerken van persoonsgegevens gebruikmaken van het administratienummer voor zover dit noodzakelijk is in verband met de juiste verstrekking aan hem van gegevens uit de basisregistratie.

Na de in het derdevierde lid bedoelde datum wordt het administratienummer niet meer gebruikt.

Nieuwe tekst
  1. Naast de in artikel 2.7 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:

    1. het administratienummer van de ingeschrevene;

    2. de administratienummers van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen;

    3. de data waarop de onder a en b bedoelde nummers van kracht zijn geworden of beëindigd.

  2. Naast de in artikel 2.69 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:

    1. het administratienummer van de ingeschrevene;

    2. de datum waarop het nummer van kracht is geworden of beëindigd.

  3. Naast de in artikel 2.84 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij Koninklijk Besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:

    1. het administratienummer van de ingeschrevene;

    2. de datum waarop het nummer van kracht is geworden of beëindigd.

  4. Tot de laatste van de in de aanhef van het eerste en tweede lid bedoelde data blijft artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing. Tot dat moment wordt aan een niet-ingezetene die wordt ingeschreven in de basisregistratie een administratienummer toegekend. Daarbij is het hiervoor bedoelde artikel 50, eerste, tweede, derde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het nummer wordt toegekend door Onze Minister. Onze Minister neemt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, op in de basisregistratie.

  5. Een overheidsorgaan kan tot de in het vierde lid bedoelde datum bij het verwerken van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van zijn taak gebruikmaken van het administratienummer.

  6. Een derde kan tot de in het vierde lid bedoelde datum bij het verwerken van persoonsgegevens gebruikmaken van het administratienummer voor zover dit noodzakelijk is in verband met de juiste verstrekking aan hem van gegevens uit de basisregistratie.

  7. Na de in het vierde lid bedoelde datum wordt het administratienummer niet meer gebruikt.

Artikel 4.16a

Gewijzigd

de ingeschrevene op het woonadres te informeren over de inschrijvingen op het betreffende adres.

De bepalingen, bedoeld in het eerste lid, zijn die in hoofdstuk 1, paragraaf 4, hoofdstuk 2, afdeling 1, paragrafen 2 tot en met 6, en afdelingafdelingen 2,2 en 3, alsmede die in hoofdstuk 3. Indien wordt afgeweken van de bij die bepalingen geboden waarborgen, wordt een gelijkwaardig alternatief opgenomen waarbij rekenschap wordt gegeven van de wijze waarop ten minste worden gewaarborgd:

de rechten, bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17 van de verordening, van betrokkenen ten aanzien van de verwerking van hun gegevens in de basisregistratie; en

Nieuwe tekst
  1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bij wege van experiment regels worden gesteld waarmee voor de periode van ten hoogste vier jaren wordt afgeweken van bepalingen van deze wet met het oogmerk om:

    1. de rechten van burgers uit te breiden ten aanzien van de bijhouding van of de verstrekking uit de basisregistratie;

    2. de bijhouding van gegevens in of de verstrekking uit de basisregistratie te beperken;

    3. de administratieve lasten voor de burger ten aanzien van diens verplichtingen onder deze wet te verlichten;

    4. de bijhouding van gegevens over niet-ingezetenen in de basisregistratie uit te breiden;

    5. contactgegevens of een tweede adresgegeven in de basisregistratie bij te houden; of

    6. de ingeschrevene op het woonadres te informeren over de inschrijvingen op het betreffende adres.

  2. De bepalingen, bedoeld in het eerste lid, zijn die in hoofdstuk 1, paragraaf 4, hoofdstuk 2, afdeling 1, paragrafen 2 tot en met 6, en afdelingen 2 en 3, alsmede die in hoofdstuk 3. Indien wordt afgeweken van de bij die bepalingen geboden waarborgen, wordt een gelijkwaardig alternatief opgenomen waarbij rekenschap wordt gegeven van de wijze waarop ten minste worden gewaarborgd:

    1. de rechten, bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17 van de verordening, van betrokkenen ten aanzien van de verwerking van hun gegevens in de basisregistratie; en

    2. de rechten van betrokkenen onder de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van beslissingen als bedoeld in de artikelen 2.60, 3.18 en 3.24 van deze wet.

  3. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

  4. Onze Minister zendt ten minste drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk. Uit het verslag blijkt ten minste in hoeverre het experiment heeft bijgedragen aan het betreffende oogmerk, bedoeld in het eerste lid. Artikel 1.15 is van overeenkomstige toepassing.

  5. Het vierde lid is niet van toepassing, indien voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid een voordracht plaatsvindt van een voorstel van wet waarmee in het onderwerp van de maatregel wordt voorzien. In dat geval kan bij besluit van Onze Minister de werkingsduur, zo nodig in afwijking van de periode, genoemd in het eerste lid, aanhef, worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel tot wet is verheven en de wet in werking treedt, dan wel het voorstel is verworpen of ingetrokken.

  6. Bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid:

    1. wordt bepaald voor welke periode, bedoeld in het eerste lid, aanhef, van welke bepalingen, bedoeld in het tweede lid, eerste zin, op welke wijze en door welke instanties wordt afgeweken; en

    2. worden nadere regels gesteld over de wijze waarop en de criteria aan de hand waarvan de doeltreffendheid en de effecten van het experiment worden bepaald.

Artikel 4.18

Gewijzigd

De termijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995, vangt aan:

bij degene die op de dag van zijn overlijden ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam is, op die dag; en

bij degene die op de dag vallende honderd jaar na de geboorte niet-ingezetene is, op die dag.

Nieuwe tekst

De termijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995, vangt aan:

  1. bij degene die op de dag van zijn overlijden ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam is, op die dag; en

  2. bij degene die op de dag vallende honderd jaar na de geboorte niet-ingezetene is, op die dag.