Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarbij wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.
Inhoud
Hoofdstuk I Begripsbepalingen
Hoofdstuk II Toepassingsgebied van de wet
Hoofdstuk III Administratieve sanctie
Hoofdstuk IV Administratief beroep en bezwaar bij de officier van justitie
Hoofdstuk V Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank
Hoofdstuk VI Hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Hoofdstuk VII Vervallen zekerheidstelling
Hoofdstuk VIII De inning van de administratieve sanctie
Hoofdstuk IX Voorlopige maatregelen
Hoofdstuk X Overige bepalingen
Hoofdstuk XI Slotbepalingen
Artikel 5
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.