-
Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden.
-
Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar rijden. Dit geldt niet voor snorfietsers.
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 21-03-2026.
Inhoud
Hoofdstuk I Begripsbepalingen
Hoofdstuk II Verkeersregels
§ 1 Plaats op de weg
§ 2 Inhalen
§ 3 Files
§ 4 Oprijden van kruispunten
§ 5 Verlenen van voorrang
§ 5a Gedrag bij overwegen
§ 6 Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen
§ 7 Afslaan
§ 8 Maximumsnelheid
§ 9 Stilstaan
§ 10 Parkeren
§ 11 Het plaatsen van fietsen en bromfietsen
§ 12 Signalen en herkenningstekens
§ 13 Gebruik van lichten tijdens het rijden
§ 14 Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
§ 15 Bijzondere lichten
§ 16 Autosnelwegen en autowegen
§ 17 Erven
§ 18 Rotondes
§ 19 Voetgangers
§ 20 Voorrangsvoertuigen
§ 21 Loslopend vee
§ 22 In- en uitstappende passagiers
§ 23 Slepen
§ 24 Bijzondere manoeuvres
§ 25 Onnodig geluid
§ 26 Gevarendriehoek
§ 26a Zitplaatsen
§ 27 Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
§ 28 Helmen
§ 30 Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
§ 31 Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
Hoofdstuk III Verkeerstekens
Hoofdstuk IV Aanwijzingen
Hoofdstuk V Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten
Hoofdstuk VA Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer
Hoofdstuk VB Milieuzones en nul-emissiezones
Hoofdstuk VI Ontheffingen en vrijstellingen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangsbepalingen
Hoofdstuk XIII Inwerkingtreding
Hoofdstuk XIV Citeertitel
Bijlage 1 Verkeersborden
Bijlage 2 Aanwijzingen
§ 1
Artikel 4
-
Voetgangers gebruiken het trottoir of het voetpad.
-
Zij gebruiken het fietspad of het fiets/bromfietspad indien trottoir en voetpad ontbreken.
-
Zij gebruiken de berm of de uiterste zijde van de rijbaan, indien ook een fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.
-
In afwijking van het eerste en het tweede lid gebruiken personen die zich verplaatsen met behulp van voorwerpen, niet zijnde voertuigen, het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad. Zij gebruiken de rijbaan indien een fietspad, een fiets/bromfietspad, een trottoir of een voetpad ontbreekt.
Artikel 5
-
Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.
-
Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.
-
Zij mogen het onverplichte fietspad gebruiken. Bestuurders van snorfietsen uitgerust met een verbrandingsmotor mogen het onverplichte fietspad slechts gebruiken met uitgeschakelde motor.
-
Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter en van fietsen met aanhangwagen die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter mogen de rijbaan gebruiken.
-
Bestuurders vanaf 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet mogen het trottoir en het voetpad gebruiken indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een bij ministeriële regeling aangewezen kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten.
-
Bestuurders jonger dan 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet gebruiken het trottoir of het voetpad indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een bij ministeriële regeling aangewezen kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten.
-
Het eerste lid, het tweede lid en het vierde lid gelden niet voor bestuurders als bedoeld in het zesde lid.
-
Bestuurders van snorfietsen gebruiken de rijbaan indien dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft een onderbord dit aanduidt.
-
Het achtste lid is niet van toepassing op snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de wet en op bestuurders van snorfietsen zijnde bestuurders als bedoeld in het vijfde en zesde lid van dit artikel.
Artikel 6
-
Bromfietsers gebruiken het fiets/bromfietspad.
-
Zij gebruiken de rijbaan indien een fiets/bromfietspad ontbreekt.
-
Bestuurders van bromfietsen op meer dan twee wielen en bromfietsen met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter, gebruiken de rijbaan.
Artikel 7
Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig gebruiken het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan.
Artikel 8
-
Ruiters gebruiken het ruiterpad.
-
Zij gebruiken de berm of de rijbaan indien een ruiterpad ontbreekt.
Artikel 9
Voetgangers mogen de rijbaan gebruiken, indien zij een colonne, een optocht of een uitvaartstoet vormen.
Artikel 10
-
Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 gebruiken de rijbaan. Deze bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen voortbewegen die kennelijk bestemd is om door een motorvoertuig te worden voortbewogen, mogen voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
-
Andere bestuurders dan fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig mogen fietsstroken met doorgetrokken strepen niet gebruiken.