1. De in artikel 35 bedoelde verlichting mag andere weggebruikers niet verblinden.

  2. De in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, bedoelde verlichting mag niet knipperen.

  3. De in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, bedoelde verlichting moet:

    1. aan de voorzijde voortdurend zichtbaar zijn voor tegemoetkomende weggebruikers;

    2. aan de achterzijde voortdurend zichtbaar zijn voor van achteren naderende weggebruikers.