Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Inhoud
Hoofdstuk I Begripsbepalingen
Hoofdstuk II Verkeersregels
§ 1 Plaats op de weg
§ 2 Inhalen
§ 3 Files
§ 4 Oprijden van kruispunten
§ 5 Verlenen van voorrang
§ 5a Gedrag bij overwegen
§ 6 Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen
§ 7 Afslaan
§ 8 Maximumsnelheid
§ 9 Stilstaan
§ 10 Parkeren
§ 11 Het plaatsen van fietsen en bromfietsen
§ 12 Signalen en herkenningstekens
§ 13 Gebruik van lichten tijdens het rijden
§ 14 Gebruik van lichten tijdens het stilstaan
§ 15 Bijzondere lichten
§ 16 Autosnelwegen en autowegen
§ 17 Erven
§ 18 Rotondes
§ 19 Voetgangers
§ 20 Voorrangsvoertuigen
§ 21 Loslopend vee
§ 22 In- en uitstappende passagiers
§ 23 Slepen
§ 24 Bijzondere manoeuvres
§ 25 Onnodig geluid
§ 26 Gevarendriehoek
§ 26a Zitplaatsen
§ 27 Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
§ 28 Helmen
§ 29 Zitplaats kinderen op fietsen en bromfietsen
§ 30 Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur
§ 31 Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten
Hoofdstuk III Verkeerstekens
Hoofdstuk IV Aanwijzingen
§ 1 Verplichtingen weggebruikers
§ 2 Rangorde aanwijzingen, verkeerstekens en verkeersregels
Hoofdstuk V Bijzondere bepalingen ten behoeve van gehandicapten
§ 1 Uitzonderingen voor gehandicapten
§ 2 Buiten Nederland afgegeven gehandicaptenparkeerkaarten
Hoofdstuk VA Tijdelijke verlaging maximumsnelheid in geval van verstoring olie-aanvoer
Hoofdstuk VB Milieuzones en nul-emissiezones
Hoofdstuk VI Ontheffingen en vrijstellingen
§ 1 Algemeen
§ 2 Autogordels en kinderbeveiligingssystemen
§ 3
§ 4
§ 5 Voorrangsvoertuigen
Hoofdstuk VII Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII Overgangsbepalingen
Hoofdstuk IX Wijziging van het wegenverkeersreglement
Hoofdstuk X Wijziging van de bijlage, behorende bij het Wegenverkeersreglement
Hoofdstuk XI Wijziging van andere Besluiten
Hoofdstuk XII Intrekking RVV 1966
Hoofdstuk XIII Inwerkingtreding
Hoofdstuk XIV Citeertitel
Bijlage 1 Verkeersborden
Bijlage 2 Aanwijzingen

Artikel 23 (Stilstaan voertuig)

HISTORISCH
  1. De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan:

    1. op een kruispunt of een overweg;

    2. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook;

    3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan;

    4. in een tunnel;

    5. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord;

    6. op de rijbaan langs een busstrook en

    7. langs een gele doorgetrokken streep.

  2. Onderdeel e van het eerste lid geldt niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-01-2020 Historisch
Er is nog geen eerdere of toekomstige officiële versie gevonden om te vergelijken.

Tekst van deze versie

  1. De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan:

    1. op een kruispunt of een overweg;

    2. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook;

    3. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan;

    4. in een tunnel;

    5. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord;

    6. op de rijbaan langs een busstrook en

    7. langs een gele doorgetrokken streep.

  2. Onderdeel e van het eerste lid geldt niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers.

Nog geen automatische verwijzingen.

Beta: feitcodes bij artikelen zijn nog in ontwikkeling en kunnen onvolledig zijn.
1 feitcode(s)
R 396 J M
Feit Overtreden artikel - op een overweg
Bron: Tekstenbundel 2026 JSON
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)